Excursie naar het Europarlement

5 en 6 september 2017 , verslag door Peter de Weerd

Het is september en de zomervakantie is weer voorbij. Om het nieuwe politieke jaar goed te beginnen, ging een aantal PINK!’ers, waaronder ondergetekende, naar het hart van de Europese politiek: de Belgische hoofdstad Brussel.

Dinsdag 5 september ging de wekker al vroeg. Na te hebben verzameld in Rotterdam, reisden we gezamenlijk per trein naar station Bruxelles Luxembourg, om daar vlak naast het Europarlement uit te stappen. We werden ontvangen door Mandy, fractiemedewerker van de Partij voor de Dieren in het Europarlement, die ons door de beveiliging heen loodste. Daarna ontmoetten we de overige medewerkers van de fractie en Europarlementariër voor de Partij voor de Dieren, Anja Hazekamp. We kregen een rondleiding langs het fractiekantoor, het mediacentrum en de plenaire zaal, waar we uitleg kregen over samenwerking tussen fracties, stemprocedures en het werk van de vele vertalers die werkzaam zijn voor de parlementariërs.

v.l.n.r. Ilse Smit; Sebastiaan Wolswinkel; EP-lid Anja Hazekamp; Peter de Weerd; Falco van Hassel; Joke Claessen

Hierna was het alweer tijd voor een lekkere plantaardige lunch, samen met de gehele fractie. Vervolgens schoof Jo Schwabe aan, zij is lobbyiste voor Humane Society International, een van de grootste dierenwelzijnsorganisaties ter wereld. Jo vertelde ons hoe lobbyen in z’n werk gaat en hoe PINK! gebruik zou kunnen maken van verschillende lobbystrategieën. Niet veel later stond alweer het volgende interessante onderdeel op ons programma: we mochten een rondetafeldiscussie bijwonen die georganiseerd was in het kader van een expositie die georganiseerd is door Anja Hazekamp, samen met de dierenwelzijnsorganisatie Compassion in World Farming. De directeur, Philip Lymbery, vertelde dat de expositie genaamd #Stopthemachine gaat over de minder bekende slachtoffers van de industriële veehouderij. Denk hierbij aan bijvoorbeeld olifanten en jaguars die hun leefgebied zien verdwijnen als gevolg van de kap van oerwouden voor sojaplantages. Europarlementariërs en medewerkers van NGO’s uit verschillende landen spraken hun waardering en dank uit aan Anja en Philip voor het organiseren van de expositie. Na de rondetafeldiscussie werd deze expositie officieel geopend en ook daar mochten wij als PINK!’ers bij aanwezig zijn, een hele eer! Nadat de nodige foto’s waren gemaakt en we de expositie hadden bekeken, was het tijd om afscheid te nemen van Anja en haar fractiemedewerkers. Het was ondertussen al avond en enigszins vermoeid door alle indrukken (en het vroege opstaan) gingen we op zoek naar een restaurantje om wat te eten. Dit bleek niet zo makkelijk, want we wilden natuurlijk plantaardig eten en veel eetgelegenheden in Brussel gingen om voor ons onbekende redenen al om 20:00 sluiten. Zo niet restaurant El Turco, een mediterraans buffetrestaurant niet ver van het Europarlement. We hebben er prima gegeten en niet geheel toevallig kwamen later verschillende mensen die we hadden gezien bij de rondetafeldiscussie en de expositie ook dineren in dit restaurant.

Met onze magen weer tevreden gesteld, gingen we op zoek naar ons hostel, dat in een buurt te vinden was met een niet al te beste reputatie. Het hostel zelf was echter prima en we waren blij dat we na een leerzame en leuke dag lekker konden slapen. Fris en fruitig trokken we de volgende ochtend na de lunch de stad weer in om ook nog wat anders dan alleen het Europarlement van Brussel te zien. Brussel staat natuurlijk bekend om Manneke Pis, maar wist je dat er ook een Jeanneke Pis te vinden is? Inderdaad, de vrouwelijke versie van die plassende kleuter. Best raar eigenlijk om daar een standbeeld van te maken, maar goed.

’s Middags trokken we toch weer richting het Europarlement, om daar het Parlementarium te bezoeken. Dit is het officiële museum van het Europarlement en de Europese Unie. Door middel van een digitaal kastje dat we om ons nek konden hangen, kon je overal in het museum op interactieve wijze meer te weten komen over bijvoorbeeld de ontstaansgeschiedenis van de Europese Unie, de terreinen waarop de EU allemaal actief is en wie de Europarlementariërs zijn. Een heel interessant museum, of je nou voor of tegen de Europese Unie bent. Om 18:00 uur ging het museum sluiten en was het voor ons tijd om weer naar het naastgelegen treinstation te gaan. Iets over half zeven vertrokken we weer naar Nederland, moe maar voldaan terugkijkend op deze twee dagen. Supergaaf dat je als actief lid bij PINK! kansen zoals deze krijgt. Mocht je die kans nou ook krijgen, grijp deze dan dus zeker met beide handen aan!

Vanaf vandaag is de aarde op

Van jalta.nl, 2 augustus 2017. Door Ilse Smit, destijds vicevoorzitter van PINK!

Onze op-ed Ilse R. Smit, die u rechtse geesten scherp houdt, schrijft vandaag over Earth Overshoot Day. Volgens Wikipedia is dit ‘de dag van een bepaald jaar wanneer – vanaf 1 januari geteld – de mensheid wereldwijd net zoveel van de Aardse grondstoffen, voedingswaren, en dergelijke heeft opgebruikt als wat de Aarde in één jaar tijd terug kan opbrengen en geproduceerde afvalstoffen kan verwerken.’ 

Het is natuurlijk genuanceerder dan hoe ik het in de titel stel, heftig gaan preppen/rantsoeneren is niet nodig. Maar we moeten ons wel zorgen maken, en nog belangrijker, in actie komen. Waarom? Het is vandaag Earth Overshoot Day. Vanaf vandaag teren we in op de reserves van de aarde en tasten we daarmee de kwaliteit van leven aan van iedereen die na ons op aarde leeft.

De aarde heeft een herstellend vermogen. Het kan natuurlijke grond- en hulpstoffen produceren en afvalstoffen verwerken. Maar we hebben een probleem: we gebruiken meer grond- en hulpstoffen en we vervuilen meer in een jaar dan dat de aarde in diezelfde periode kan herstellen. En de dag waarop we dat punt overschrijden, is Earth Overshoot Day (EOD). Als we precies evenveel zouden gebruiken als de aarde kan herstellen, zou EOD op 31 december vallen. En in de jaren zeventig was dat deels ook het geval. Maar ieder jaar valt EOD weer een paar dagen eerder, met wat uitzonderingen hier en daar. Zo was het vorig jaar op 8 augustus en dit jaar vindt de dag nog iets eerder plaats, op 2 augustus.

Earth Overshoot Day, zoals de naam al suggereert, is een mondiaal gemiddelde. Dit wordt berekend aan de hand van data die worden verzameld door individuele landen. Zodoende rekent Global Footprint Network aan de hand van die data van meer dan 200 landen het globale gemiddelde uit. De overshoot day per land is ook uitgerekend. Hier komt Nederland uit op een schrikbarende 18 april, als negentiende (gedeelde plaatsen meegerekend) in de lijst van de 125 landen, gerangschikt van hoge naar lage ecologische footprint. Om een lang verhaal kort te maken: we zijn niet zo goed bezig.

We zouden wat kritischer over ons eigen consumptiepatroon mogen nadenken. De gemiddelde Nederlander bestaat natuurlijk niet echt, maar als de hele wereld zou consumeren zoals wij dat doen, dan zouden we ongeveer 3,5 aardbollen nodig hebben om alle mensen in hun behoeften te voorzien. Om energie te besparen kunnen we misschien wat vaker plantaardig eten, vaker de fiets kunnen pakken, de thermostaat net wat lager zetten, minder lang douchen, overstappen op groene energie of uitzoeken hoe we nog meer energie kunt besparen.

Maar wat nu, in deze formatieperiode, nog veel belangrijker is, is de rol die de overheid op zich neemt. Helaas schiet de overheid ontzettend tekort. Nederland zet zichzelf graag neer als innovatief en duurzaam ten opzichte van andere landen. Maar waarom scoren we dan zo slecht in dit soort rijtjes? Er zijn te veel (grote) politieke partijen die vinden dat de overheid niet al te veel moet sturen, dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor verandering van hun consumptiegedrag. Maar hoeveel meer demonstraties, petities, burgers, bedrijven en belangenorganisaties zijn er dan nog nodig om de overheid te vragen om een ambitieuzer klimaatbeleid te ontwikkelen?

Daarom ben ik van mening dat het nieuwe kabinet straks een ambitieus groen beleid moet gaan voeren. Partijen zouden hier een breekpunt van moeten maken. Ik zou wel willen dat we de luxe hebben om het kabinet achterover te laten leunen en af te wachten tot mensen zelf met oplossingen komen, maar die luxe hebben we niet. De urgentie is er. Ik geloof dat de wil er ook is, ondanks het feit dat de ene partij zich explicieter voor het milieu inzet dan de andere. Gun mijn generatie en de daaropvolgende generaties een leefbare aarde. Pak die politieke handschoen op.

Interview met Vanessa Hudson

Joep Horbach, voorzitter van de redactie bij PINK!, sprak met Vanessa Hudson, de leider van de Animal Welfare Party in het Verenigd Koninkrijk over de afgelopen Britse verkiezingen, de internationale politieke dierenrechtenbeweging en hoe wij als jongeren kunnen bijdragen.

Zou je jezelf willen voorstellen voor degenen die jou nog niet kennen?

Hoi, ik ben Vanessa Hudson, leider van de Animal Welfare Party sinds 2010. Ik ben geboren in Sheffield, opgegroeid in Nottinghamshire en heb Engels en communicatiewetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Liverpool. Ik werk als producer / regisseur in de media-industrie. Tijdens de vroege dagen van mijn mediacarrière heb ik in Hong Kong en Australië gewoond, maar tegenwoordig deel ik mijn tijd tussen Londen en Nottinghamshire.

Hoe ben je betrokken geraakt met de Animal Welfare Party?

Ik hoorde voor het eerst van de partij in 2009 via een lid in mijn Vegan Runners groep. Toen heette de partij nog Animals Count. Ik raakte geïnteresseerd in het maken van een documentaire over de partij en besloot naar een bijeenkomst te gaan en te ontdekken wie de hoofdpersonen waren en of er een ‘verhaal’ was. Bij die eerste bijeenkomst werd ik echt gegrepen door het belang van wat deze groep mensen probeerden te bereiken en licht verontwaardigd dat, na een korte vlaag van interesse in het begin, ze vervolgens grotendeels genegeerd zijn geweest door de mainstream media. Toen de tweede bijeenkomst kwam, realiseerde ik me dat ik betrokken wilde raken om deze ambities een werkelijkheid te maken. Ik ging niet verder met de documentaire en besloot in plaats daarvan campagne te gaan voeren.

Wat probeert jouw partij te bereiken en op welke manier?

Ik denk dat alle politieke partijen voor dieren soortgelijke doelen hebben; het ultieme doel is om toegewijde vertegenwoordigers voor dieren te verkiezen daar waar de beslissingen gemaakt worden, zodat deze beslissingen een eerlijkere samenleving creëren voor dieren, het milieu en mensen – eentje waar de behoeften van dieren op een juiste manier mee worden genomen.

Intussen spreken we ons uit voor de hoogst haalbare standaarden voor dierenwelzijn en dierenrechten en pogen we het politieke debat te beïnvloeden. We moedigen andere partijen aan om ons beleid over te nemen zodat dier en milieu uiteindelijk hoofdonderwerpen in de politiek worden. Het lijkt erop dat andere (grotere) partijen nu al standpunten van ons over beginnen te nemen.

Los van de verkiezingen, hopen we ook dat het naar de voorgrond brengen van problemen op gebied van dier en milieu naar het publiek, een positief effect kan hebben op het consumptiegedrag van mensen om meer compassievolle en duurzame keuzes te maken.

Recentelijk nam je deel aan de nationale verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk. Hoe ging dat en ben je tevreden met de resultaten voor jouw partij?

De Animal Welfare Party nam deel aan de nationale verkiezingen op 8 juni en ik ben ontzettend tevreden met het resultaat. Wel kan ik me voorstellen dat de redenen voor die tevredenheid voor buitenstaanders misschien niet heel duidelijk zijn. Het Verenigd Koninkrijk is een eigenaardige arena om je politiek in te bewegen. Ten eerste zijn er zeer grote financiële hordes voor kleine partijen om overheen te komen voor deelname aan verkiezingen überhaupt mogelijk is. Tijdens de nationale verkiezingen is het land opgedeeld in 650 kiesdistricten en moet er voor ieder kiesdistrict £500 betaald worden om je verkiesbaar te mogen stellen – dus hoewel we graag in het hele land vertegenwoordigd worden, zou dat ons £325.000 kosten enkel om mee te mogen doen – exclusief campagnekosten. Kleine partijen doen daarom meestal alleen mee in de kiesdistricten waar ze het het beste verwachten te doen. De tweede horde voor kleine partijen is dat de meeste verkiezingen en daarom ook de mindset van kiezers volledig gedomineerd worden door het First Past The Post (FPTP) kiesstelsel waarin de twee grote partijen Labour en de Conservatieven domineren. FPTP maakt het ontzettend moeilijk voor kiezers om zichzelf te overtuigen op een kleine partij te stemmen hoewel dit in de laatste jaren enigszins lijkt te verbeteren. De Animal Welfare Party heeft in vier kiesdistricten meegedaan – drie in Londen die erg ‘veilig’ waren voor Labour en één in Maidenhead – het kiesdistrict van onze minister-president  en een erg ‘veilige’ conservatieve zetel. In theorie zouden de mensen die voor ons wilden stemmen in deze kiesdistricten zich hier veilig bij hebben kunnen voelen, wetende dat het het eindresultaat niet zou beïnvloeden. Echter, in de laatste paar weken voor de verkiezingen raakte veel progressieve stemmers toch een beetje in paniek en besloten velen toch Labour te stemmen in de hoop de Conservatieven tegen te werken. Dit resulteerde in een veel ruimere overwinning van Labour dan nodig in de kiesdistricten in Londen waarin wij deelnamen. De Green Party merkte hierdoor ruime verliezen van zo’n 9%. In de laatste paar weken verwachtte ik dat ook wij stemmen zouden verliezen aan Labour, maar dit gebeurde niet. Ons aandeel van de stemmen (zo’n 0,43% gemiddeld in de kiesdistricten) bleef grotendeels gelijk aan ons resultaat in 2015. We ervoeren geen verlies waar veel kleine partijen jaloers op zouden zijn. Ik geloof dat dit resultaat echt iets zegt over de overtuiging van onze kiezers en hun geloof in ons beleid.

Het districtenkiesstelsel moet het erg lastig voor jullie maken om te groeien en de aandacht te krijgen die jullie verdienen. Denk je dat het mogelijk is voor de Animal Welfare Party om te groeien zoals de Partij voor de Dieren dat deed in Nederland?

Ja, dat klopt. Hier in het Verenigd Koninkrijk zijn we ontzettend jaloers op de condities in Nederland die de groei van kleine partijen faciliteren – het evenredig representatieve kiessysteem, het ontbreken van de financiële hordes en de subsidies voor politieke partijen. Daarmee wil ik niet zeggen dat het succes van de PvdD niet toe te wijden is aan een enorme hoeveelheid hard werk en een aantal geweldig getalenteerde, dappere en creatieve mensen.

We accepteren dat onze groei hier langzamer zal zijn, maar geloven dat we vooruitgang boeken en uiteindelijk onze doelen zullen bereiken. Er is een groeiende beweging om ons FPTP kiessysteem te vervangen door een systeem van evenredige vertegenwoordiging en, samen met andere progressieve partijen, hopen we dat die verandering snel zal plaatsvinden.

Het is noemenswaardig dat ons aandeel aan stemmers omhoog gaat onder evenredige vertegenwoordiging. In de London Assembly verkiezingen, bijvoorbeeld, kregen we 1% van de stemmen – vergeleken met de eerdergenoemde 0,43%.

Op welke manieren motiveert het jou en andere partijleden wanneer jullie andere dierenpartijen in bijvoorbeeld Nederland en Portugal zetels zien winnen?

Het is ontzettend belangrijk voor ons om het succes te zien van onze zusterpartijen in Nederland, Duitsland, Portugal en Australië. Dit laat namelijk zien dat het goed mogelijk is om politieke vertegenwoordiging te winnen voor dieren. We zien onszelf als een wereldwijde beweging en we spreken regelmatig over deze successen wanneer we onze beweging uitleggen aan nieuwe mensen.

Werken jullie samen met dierenpartijen in andere landen? Op welke manieren is samenwerking tussen partijen zoals die van ons belangrijk en zijn er manieren om deze samenwerking verder te verbeteren?

Ja, we nemen deel aan de (meestal) jaarlijkse bijeenkomsten voor partijen voor dieren georganiseerd door de Animal Politics Foundation en dit is ontzettend belangrijk geweest op veel manieren. Het geeft ons een beeld van de wereldwijde breedte van deze beweging, we leren van de campagnesuccessen en -mislukkingen van anderen en we creëren een ontwikkelend gevoel van verbondenheid – dat ieder politiek succes een succes is voor dieren dat we allemaal mogen vieren. In 2014 besloten zeven van onze partijen deel te nemen aan de Europese verkiezingen als deel van een grensoverstijgende Europese campagne. We noemden onszelf de Euro Animal 7 en bestonden uit dierenpartijen uit Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Portugal, Zweden en Cyprus. We hadden tien gezamenlijke beleidsmaatregelen bedacht en toen zowel Nederland als Duitsland een zetel binnenhaalde voor onze beweging in het Europese parlement, zagen we dit als een overwinning voor ons allemaal. Het doet me verdriet dat het Verenigd Koninkrijk de EU zal verlaten en niet langer mee zal doen in de Europese verkiezingen.

Welke rol spelen jongeren in jullie beweging in het Verenigd Koninkrijk en hoe belangrijk zijn zij om het een succes te maken?

Jongeren zijn een ontzettend belangrijk deel van de bredere dierenrechtenbeweging in ons land en zijn echt de voorhoede van de recentelijke golf van veganisme die we zien. In de politiek zijn jongeren in het Verenigd Koninkrijk de laatste jaren echter weinig betrokken – met lage opkomstcijfers bij verkiezingen en weinig lidmaatschappen van politieke partijen. Wellicht is dat de reden dat er weinig jongeren lid van onze partij zijn en dat vinden we erg jammer. Sinds het afgelopen jaar zien we hier gelukkig verandering in. In april hebben we een speciaal lidmaatschap voor jongeren gelanceerd en hebben we de leeftijd om lid te mogen worden verlaagd naar 16 jaar. We hopen dat dit zal helpen om jongeren steeds meer te betrekken bij de politiek en bij onze partij. Zij zijn ten slotte onze toekomstige kandidaten en bestuursleden wat het belangrijk maakt voor ons om dit deel van onze beweging te koesteren.

Zijn er manieren voor ons, jonge Nederlandse dierenrechtenactivisten, om jullie beweging in het Verenigd Koninkrijk te steunen?

Afgelopen november hebben we vertegenwoordigers van PINK! ontmoet in Londen en dit bleek een erg inspiratievolle ontmoeting te zijn voor ons. We waren onder de indruk over hoe gedreven, kennisvol en dynamisch de leden van PINK! waren en dit speelde echt een rol in onze beslissing om een jeugdlidmaatschap mogelijk te maken sinds afgelopen april.

Eén manier waarop leden van PINK! onze beweging zouden kunnen steunen is door ons te helpen bij het promoten van ons jeugdlidmaatschap – in de vorm van bijvoorbeeld een videobericht aan jonge dierenactivisten in ons land, en dit af te sluiten met een oproep om een jongerenlid te worden van de Animal Welfare Party of misschien door een stukje te schrijven over de PINK!-ervaring van politiek activisme voor onze website.

Heb je nog een bericht voor de leden van PINK!?

Ja, bedankt dat jullie zijn wie jullie zijn – voor de inspiratie, voor jullie passie en mededogen – en voor het zijn van de toekomstige generatie van politieke leiders die zich uitspreken voor dieren!

Naar aanleiding van dit interview besloot PINK! de bovenstaande videoboodschap van steun te maken, om jongeren in het Verenigd Koninkrijk aan te spreken. Sluit je aan bij ons productieteam om meer van dit soort initiatieven mogelijk te maken.

Voorjaarscongres 2017

29 april 2017, verslag door Ilse Smit

Onze voorjaars-AV (Algemene Vergadering) was dit jaar voor het eerst bij de Nieuwe Erven. Deze cultuurboerderij is een ruime en lichte plek in Amersfoort met eromheen veel groen.

De AV begon met een introductie van Sebastiaan, hierna besprak hij met alle leden het jaarverslag van 2016. Vervolgens vertelde Yves ons meer over de jaarrekening.

Na een overheerlijke plantaardige lunch van Rammenas verkozen de aanwezige leden Renée Baris tot Bestuurslid Promotie en Joep Horbach tot Bestuurslid Ledenbinding. Michiel Smit werd herkozen als lid in de kascommissie en Eva Akerboom werd verkozen tot nieuw lid van de kascommissie.

Vervolgens was er een inspirerende lezing van Jurjen Ruijter die ons meer vertelde over Plantpower!
De amendementen werden aan het einde van de middag behandeld waardoor ons politiek programma weer goed is aangescherpt en afgestemd.

De AV begon met een introductie van Sebastiaan

Yves Schamp vertelde ons meer over de jaarrekening

de aanwezige leden verkozen Renée Baris tot Bestuurslid Promotie en Joep Horbach tot Bestuurslid Ledenbinding

Een inspirerende lezing van Jurjen Ruijter over Plantpower

De amendementen werden aan het einde van de middag behandeld.

Bedankt voor jullie aanwezigheid en bijdrage! Het was weer een fantastische dag die ons voorbereidt op een nieuw politiek jaar waarbij we onze idealen kunnen inzetten voor dieren, milieu en de mens.

Academy 2017

14 tot 16 april 2017, verslag door Ilse Smit

Vrijdag

Op vrijdag begonnen we de Academy, na een kennismaking, met een lezing van Eva van Esch. Eva is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de gemeenteraad Utrecht en werkt daarnaast op het partijbureau als communicatiemedewerker. Ze vertelde ons hoe haar week als fractievoorzitter eruit ziet. Voor de deelnemers die een politieke carrière ambiëren binnen de gemeenteraad natuurlijk uiterst interessant.

Na een 100% plantaardige lunch kwam de NJR (Nationale Jeugd Raad) ons een training ‘onderhandelen’ geven waarbij we de fundamenten van onderhandelen leerden.

Het laatste uurtje gingen we in groepen aan de slag met ieder zijn eigen onderwerp binnen de vier thema’s; zorg, veiligheid en privacy, voedsel en duurzaamheid en werk en zekerheid. Deze onderwerpen worden ook met het PJO-parlement op 11 en 12 mei behandeld. We sloten de dag af met een broodje veganistische falafel.

Een zeer leerzaam weekend waarin je een veilige omgeving, ongedwongen leert je grenzen te verleggen.

Samantha Hackhoff
Deelnemer

Zaterdag

Op zaterdag kwam Johnas van Lammeren ons meer vertellen over zijn werk als fractievoorzitter bij de gemeenteraad Amsterdam. Zijn openhartige verhaal over verschillende do’s en don’ts binnen de politiek was een eye opener voor velen! De NJR kwam ons na de lunch wederom een training geven. Dit keer over debatteren. De uitdaging was hierbij om de ander te overtuigen van jouw verhaal, hier kwam een open houding, rustig stemgebruik en de kunst van improvisatie bij kijken.

Na het laatste uurtje weer aan onze case te hebben gewerkt aten we een lekkere vegan pizza en dronken een wijntje. Sommigen van ons waagden nog een dansje in de avond!

Dit weekend heeft mij meer inzage gegeven in de mogelijke toekomst bij PINK! en de Partij voor de Dieren.

Denise van Schie
Deelnemer

Zondag

Zondag ging onze senator Christine Teunissen prettig informeel met ons in gesprek over onze politieke ambities. Ze vertelde over haar eigen reis van student tot senator en ging met ons in gesprek over de richting die wij zelf op wilden gaan in de politiek.

Na de lunch werkten we aan onze case en aan het einde van de middag waren er inspirerende eindpresentaties van de deelnemers over de vier verschillende onderzochte thema’s. Wanneer de deelnemers niet zelf aan het woord waren over hun case, stelden ze geïnteresseerde en kritische vragen bij de presentaties van de anderen.

We sloten de avond af met lekkere salades en heerlijke plantaardige cheese- en chocoladecakes.

Dieren zijn geen handelswaar

Amsterdam, 12 april 2017 – Vandaag komen de pandaberen Wu Wen en Xing Ya aan in Nederland, na een lange periode van onderhandelen tussen Nederland en China. PINK!, de jongerenorganisatie van de Partij voor de Dieren, is niet blij dat deze dieren als ruilwaar ingezet worden om de diplomatieke banden tussen twee landen te versterken.

De twee panda’s zullen de komende jaren, onder toezicht van China, verblijven in Ouwehands Dierenpark te Rhenen. De dierentuin moet hiervoor maar liefst één miljoen euro per jaar aan de Chinezen betalen en dat terwijl de panda’s na verloop van tijd weer terug naar China zullen gaan. Naast het gesleep met de dieren en de hoge kosten die hiermee gepaard gaan, vindt PINK! het bovenal onethisch om levende wezens als handelswaar in te zetten, terwijl er diverse alternatieve giften mogelijk zijn om de relatie te versterken.

PINK! roept daarom de Nederlandse regering, Ouwehands Dierenpark en andere dierentuinen en bedrijven op, om in de toekomst geen levende wezens meer in te zetten om diplomatieke en handelsrelaties te versterken. Daarnaast doet PINK! de oproep om dieren in hun oorspronkelijke leefgebied te laten verblijven en meer geld uit te trekken voor hun bescherming ter plaatse.

Interview met Armanda Govers

15 maart 2017

Armanda Govers is oud-bestuurslid van PINK! en heeft haar eigen stichting opgericht: Stichting Even Geen Vlees. Hiermee heeft ze elke maand een Even-Geen-Vleesweek georganiseerd en ook een grote reclamecampagne die “Ontdek de kracht van plantaardig eten!” heet. We wilden graag meer weten over haar stichting en acties.

Allereerst: fijn dat je wil meewerken aan dit interview!

Geen probleem, ik vind het hartstikke leuk om geïnterviewd te worden!

We kennen je natuurlijk al een beetje van PINK! Zou je wat over jezelf kunnen vertellen? Bijvoorbeeld wat voor opleiding je gedaan hebt?

Ik heb milieurecht gestudeerd. Ik ging gewoon rechten doen, want ik dacht: ja, je moet toch wat hè? Door mijn studie milieurechten werd ik heel erg geïnspireerd en tijdens mijn afstuderen ontdekte ik dat vlees een heel grote last is voor het milieu. Dus dat was een grote shock voor mij, want ik had er nooit over nagedacht; ik at gewoon vlees. Dus toen beval ik ook aan de overheidsinstantie waar ik stage liep aan dat we ook iets moesten doen met het onderwerp vlees. Wij adviseerden de Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen en die adviseert dan de overheid weer. Dus ik gaf een hele lijst met maatregelen en ze zeiden: ja, alleen dat punt over vlees, dat vinden we een beetje een vreemde eend in de bijt. Daar was ik zo verbaasd over, want er worden gewoon tropische bossen gekapt voor vlees, voor het veevoer. Het is dus zo belangrijk dat we daar iets mee doen. Vanaf dat moment dacht ik: daar moet ik zo snel mogelijk zelf gewoon mee aan de slag, want iedereen zou dit moeten weten!

Wat heb je toen gedaan?

Toen werd ik vrijwilliger bij Greenpeace, want ik dacht dat ik naar mensen toe moest die het wel interessant vonden, dus mensen van het milieu.

Daar vond je dan waarschijnlijk wel meer steun.

Ja, zeker wel, maar daar was het ook wel een nieuw verhaal hoor. Er zitten wel veel vegetariërs, en ook wel veganisten, maar mensen waren toch wel een beetje verbaasd door mijn verhaal.

Omdat ze er nooit bij stil hadden gestaan, of niet bij stil wilden staan?

Ik denk dat ze het gewoon niet echt wisten. Ik studeerde milieurecht en daar wist ook niemand het. Omdat ik een beetje op onderzoek uit ging voor maatregelen om de biodiversiteit te herstellen kwam ik erachter. Toen was het voor mij een heel logisch gevolg om of minder vlees te eten of te stoppen met vlees eten. Niemand in mijn omgeving wist het, ik kende ook verder geen vegetariërs. Bij Greenpeace kon ik er dan een beetje mee aan de slag, zoals pamfletten uitdelen op straat en stickers plakken en mensen informeren.

Ik deed ook mee met een traineeship van stichting Verbeter de Wereld, waar ik in contact kwam met de meiden die Viva las Vega’s hebben opgericht. Veerle is een van hen, en haar vriend was actief bij PINK! [ex-voorzitter Pablo Moleman], dus zo kwam ik via via bij PINK! terecht. Als je eenmaal dat duurzaamheidswereldje ingaat, vooral doordat ik zo gefascineerd was door dat onderwerp vlees, ga je je verdiepen in het dierenwelzijnsaspect en dus ook dat vegan wereldje.

En toen ben je daarna al begonnen met je eigen stichting Even Geen Vlees?

Nee, via Greenpeace kreeg ik toen een baan aangeboden bij Coco-Mat – dat is een duurzame meubel- en beddenwinkel – en nadat ik bij Coco-Mat werkte, ging ik bij de Vegetarische Slager werken en toen dacht ik: “Yes, nu kan ik eindelijk aan de slag met wat ik echt heel, heel belangrijk vind!” Je moet natuurlijk ook kennis delen met mensen, maar ook oplossingen, en dat doet de Vegetarische Slager. En Jaap [de eigenaar van de Vegetarische Slager] is natuurlijk getrouwd met Marianne Thieme. Zo kom je ook weer in aanraking met de PvdD en kom je steeds meer in dat wereldje. Uiteindelijk ben ik daar ook weer weggegaan, deed ik een jaartje sabbatical en toen ging ik Utopia in. Die kans kwam toevallig op mijn pad, want ze waren op een gegeven moment op zoek naar idealisten. Ik keek dat programma al, dus toen dacht ik: “Laat ik dan toch maar een keertje bellen,” want ik dacht altijd dat er gewoon een keer een veganist mee moest doen die dan kan vertellen over hoe het nu allemaal zit. Dus ik belde en twaalf dagen later zat ik erin!

Dat is wel gaaf!

Ik had er eigenlijk helemaal geen zin in, ik vond het hartstikke eng, maar de groep was zo lief en zo verwelkomend – ze zijn voor nieuwkomers blijkbaar gewoon hartstikke aardig – en daardoor kon ik gewoon mijn ding doen. Ik liet bijvoorbeeld een expositie komen van stichting Dier&Recht en dat waren hele grote platen. Die platen stonden daar dan vier of vijf dagen, maar je ziet ze natuurlijk continu in beeld omdat al die camera’s daar zijn. Dat was best wel een succes. Uiteindelijk zijn er best wel wat mensen vegan geworden en nu zit er nog steeds een jongen in die er voor strijdt. Ook zitten er nu twee veganisten zitten.

Dat heb jij dan toch wel op gang gebracht, een beetje de eerste stap genomen.

Ja, nou ja, ik zie het zo: je bent een doorgeefluik, want ik kwam er in 2009 achter via internet, dus er zijn allemaal mensen die het hebben uitgezocht. Ik leerde weer van Greenpeace en van PINK! leerde ik ook veel, want de PvdD is echt de partij voor de kennis. Dat probeer je iedere keer weer door te geven en zo is het dan een soort olievlek die zich verspreidt. Er zijn altijd wel mensen die ervoor openstaan en die ermee verder gaan.

En je hebt nu je stichting sinds…?

Die heb ik in mei vorig jaar opgericht. Toen heb ik ook een poster laten plaatsen op een NS-station in Amsterdam Zuid-WTC. Die poster ging over hoeveel water er nodig is voor één hamburger – genoeg om twee maanden van te douchen, als je heel snel kunt douchen tenminste, namelijk vier minuten.

Dat lukt mij dan weer niet, maar ben wel vegetariër, dus dat compenseert weer wat.

Zo is het. Daarna organiseerde ik vanaf september t/m januari de Even-Geen-Vleesweek en deelde ik ook pakketjes uit met vleesvervangers. Daar gaan we gewoon mee door, met elke maand een Even-Geen-Vleesweek, maar dan zonder de pakketjes, want die moest ik zelf distribueren en dat was best een gedoe.

Je hebt er dan toch aardig wat werk aan. Draai je de stichting alleen?

We hebben een voorzitter, penningmeester en een secretaris. Vooral de voorzitter is heel actief, daar praat ik elke dag mee over allerlei ideetjes en dingetjes. Dat is wel heel fijn. Hij heeft ook een boek geschreven ‘Vlees is dood, lang leve groente’. Het is een hele energieke jongen die er echt in gelooft. Dat heb je wel nodig.

Wat ik heel leuk vind en wat belangrijk is om te doen is reclame maken, massacommunicatie, mensen verleiden.

Vooral om mensen bewust te maken en te laten zien “het kan zo ook anders”?

Ja, zeker bewust maken, maar ook aansturen op gedragsverandering. Ik heb ook veel gekeken naar psychologische inzichten over gedrag, want hoe krijg je mensen nu zo ver? Er zijn een aantal stelregels in gedragsverandering, zoals positieve beloning en gebruik van autoriteiten en rolmodellen. We hadden een campagne (de Kracht van Plantaardig Voedsel) met sporters die lieten zien hoe sterk ze zijn én dat ze veganist zijn. Dus dan heb je een autoriteit, een sporter die zegt: “Joh, je hebt geen vlees nodig, sterker nog, het is juist goed om plantaardig te eten.” Op die manier probeer ik mensen zoveel mogelijk positief te beïnvloeden.

Denk je dat je stichting ook nuttig is voor mensen die al vegetariër of veganist zijn?

Jazeker. Er staat veel informatie op de website. Onder het kopje ”waarom geen vlees” staat informatie over gezondheid, over milieu, over dieren en over de wereldvoedselvoorziening en er staan bij alles ook bronnen. Dus als iemand een vraag heeft, kan die persoon daar nalezen hoe het zit. Dat vinden mensen natuurlijk ook belangrijk: waar komt de informatie vandaan?

Voor de betrouwbaarheid.

Precies, dat vind ik zelf ook belangrijk. Dus dat sowieso en ik schrijf ook regelmatig blogs. Ik had bijvoorbeeld een blog geschreven over de vraag: “Hoe verander je het gedrag van vleeseters?” Daar schreef ik over richtlijnen vanuit de psychologie. Ik dacht zelf bijvoorbeeld dat juist negatieve aandacht goed is, zoals voedselschandalen en negatieve keurmerken zoals je op sigarettenpakjes ziet, maar het is allemaal best wel genuanceerd. Ik heb met psychologen gepraat en uiteindelijk zeiden ze dat een positieve aanpak beter werkt, door ook te vertellen wat mensen mislopen als ze het niet doen. Maar toch werken ook voedselschandalen heel goed, zoals toen met darmkanker. Toen was er een piek in de omzet van vleesvervangers, maar dan verslapt toch de aandacht weer.

Heb je ook nog andere campagnes of acties? Misschien nog dingen in de planning?

Ja, we hebben best wel wat ideeën. We zijn nu bezig met de NRC Charity Awards. Dan mag je een motivatie insturen over jouw stichting. Vroeger was het zo dat je zelf de advertentie kon insturen en dan kwam die paginagroot in de NRC Next als je geaccepteerd werd. Maar nu hebben ze het anders gedaan. Studenten van een kunstacademie, de Willem de Kooning-academie, gaan dan iets voor je ontwerpen. Ik hoop dat ze ons selecteren en ik ben benieuwd wat er dan uitkomt.

En voor de rest: filmpjes, bijvoorbeeld van Vegan Runners, dat is een hardloopgroep. Wat je bij veel sporters ziet, is dat ze met plantaardige voeding makkelijker herstellen, meer uithoudingsvermogen en meer energie hebben. En die renners winnen best wel vaak dingen, dus het is heel tof om daar een soort Nike-achtig filmpje van te maken.

Heb je het idee dat je nog veel contact met PINK! hebt?

Hm, het is een heel ander domein natuurlijk, de politiek. Ik was zelf toen ik bij PINK! kwam heel ambitieus; ik wilde dat we er heel veel jongeren bij gingen betrekken, maar bij de politiek is het toch wel lastig om dat voor jongeren interessant te maken. Ik ben ook al ietsje ouder en toen ik begin twintig was, was ik ook nog niet zo geïnteresseerd in de politiek. Het was toen meer de klimaatverandering wat een belangrijk topic voor me werd. Ook vlees en milieu. Wat eigenlijk het eerste moment was, was toen ik in de Metro eens twee pagina’s las van de Partij voor de Dieren. Toen dacht ik: wauw, dit is precies mijn wereldbeeld. Het was pas toen ik die link legde met de politiek, dat ik besefte dat je in de politiek ook echt idealistisch kan zijn.

Als ik mijn stichting Even Geen Vlees vergelijk met PINK!… PINK! is natuurlijk veel meer inhoudelijk. Het is veel meer debatteren, wat ik helemaal geweldig vind. Ik hou er zelf ook van om dingen heel goed te onderbouwen, maar mijn stichting gaat er juist voor om de massa met heel eenvoudige middelen te bereiken op zo efficiënt mogelijke wijze.

Heb je nog contacten bij PINK!? Of misschien via via?

Af en toe heb ik contact met Sebastiaan [voorzitter, op het moment van schrijven] en met Ilse [vicevoorzitter, op het moment van schrijven] ben ik ook wel bevriend. Ik vind het een hele toffe jongerenorganisatie, PINK!. Ook het jongerenparlement. Dat kan ik echt aanbevelen, daar moet je echt aan meedoen. [Armanda refereert hier naar het PJO parlement]

Er zullen veel leden van PINK! zijn die jou willen helpen met jouw stichting. Op wat voor manieren zou dat kunnen?

Nou, we zijn sowieso op zoek naar een penningmeester. Maar verder… Ik zou zeggen bijvoorbeeld Plant Power.

Dat is van stichting Animal Rights. Het heet Plant Power en die delen nu brochures uit en die hebben echt veel vrijwilligers nodig die op straat staan om die brochures uit te delen. Misschien dat wij in de toekomst nog zoiets gaan doen, maar voor nu werk ik nog eigenlijk met weinig mankracht. Geld voor ons is het belangrijkste middel, want reclame is natuurlijk superduur. Als PINK!’ers echt zelf de handen uit de mouwen willen steken om veganisme te promoten, dan kunnen ze het best terecht bij Plant Power.

Is er verder nog iets dat je leden van PINK! mee wilt geven?

Ja, dat jongerenparlement. Dat is echt supertof. En verder echt bezig blijven met die idealen verspreiden. Blijf inspireren. Zowel jezelf als anderen.

Mooie uitspraak. Heel erg bedankt!

Er volgt nog advies over hele lekkere chocolade bij de EkoPlaza genaamd Vego. In de woorden van Armanda: “Chocolade is niet echt duurzaam omdat er veel water nodig is voor de productie van cacao, maar soms heb je gewoon chocolade nodig in je leven en dan is Vego een van de lekkerste en meest verantwoorde keuzes.”]

Tot de schijt hen doodt

18 februari 2017, reactie op Trouw artikel door Peter de Weerd

Op 17 februari j.l., viel er in Trouw te lezen dat staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) boeren 1200 euro per koe biedt, als ze op korte termijn al hun koeien laten slachten en stoppen met hun bedrijf. Dit betreft gezonde, jonge en soms zelfs zwangere koeien. De reden voor deze ‘sterfsubisidie’? Nederland heeft schijt gehad aan Europese regels.

Tot 2015 gold er in Nederland een maximum hoeveelheid melk die door boeren geproduceerd mocht worden, teneinde overproductie te voorkomen. In 2015 echter, besloot Brussel dit melkquotum op te heffen, mede omdat de sector morde dat ze niet kon inspelen op de groeiende vraag naar zuivel in opkomende economieën als China. Het gevolg was dat Nederlandse boeren er fors meer koeien bij namen. Gouden bergen werden hen beloofd. De waarheid kon echter niet wranger zijn.

Nederland ging meer meer melk produceren, maar om diverse redenen daalde de vraag naar melk in opkomende economieën. De prijs van melk daalde en veel boeren kwamen in de problemen. Bijkomend probleem is dat het gegroeide aantal Nederlandse koeien meer mest produceert dan van Brussel mag. Daar was even niet aan gedacht toen het melkquotum werd losgelaten.

Nu Brussel de regels strenger wil hanteren, moet de mestproductie omlaag. Het wegwerken van de mest zou hoge kosten met zich meebrengen, dus kiest men liever voor de goedkopere optie: een enorm aantal koeien slachten. Om geen straf van Brussel te krijgen, is hier haast bij geboden, wat dus betekent dat ook gezonde en soms zelfs zwangere koeien naar de slacht moeten.

42 miljoen euro stelt staatssecretaris Martijn van Dam hier voor beschikbaar. 60.000 kerngezonde dieren, volgens Trouw, worden het slachtoffer van dit gefaalde beleid. Een motie van Partij voor de Dieren en ChristenUnie om de slacht van zwangere koeien te verbieden kreeg geen meerderheid in de Tweede Kamer, terwijl er sprake is van onacceptabel dierenleed.

Zo blijkt wederom dat koeien vooral als producten met economische waarde worden gezien en dat zelfs hun meest basale en intrinsieke behoeften wat de staatssecretaris betreft niet veel waard zijn. Esther Ouwehand van de PvdD noemde dit terecht “een schandvlek voor een beschaafde samenleving”. Want als je de beschaving van een samenleving af kunt lezen aan de manier waarop ze met dieren omgaat, zoals Gandhi zei, dan staat Nederland er beroerd voor. Geef 15 maart je stem aan een diervriendelijke partij, zodat we een einde kunnen maken aan het uitmelken van koeien tot de schijt hen doodt.

Interview met Ines Kostic

Super dat je mee wilt werken aan het interview. Zou je om te beginnen iets over jezelf willen vertellen?

“Iets” over mezelf vertellen… Dat is een zeer open vraag. (; OK, laat ik beginnen wat ik waardevol vind: het ‘omdenken’, mensen alledaagse zaken vanuit een ander perspectief laten benaderen. Perspectieven uitwisselen voedt begrip en leidt tot betere oplossingen.

Ik ben geboren in Bosnië Herzegovina en heb daar 10 jaar gewoond. Daar heb ik de oorlog meegemaakt. Mijn ervaringen in die oorlog maakten dat ik overtuigd werd van het grote belang van het waarborgen van diversiteit en dialoog. Ik kom uit een multi-etnisch gezin, met Kroaten, Serviërs en Bosniakken. We hebben in onze familie orthodoxen, katholieken, moslims, communisten, kapitalisten, atheïsten (in dat laatste hokje mag je mij ook plaatsen). Deze hele diverse familie heeft zich niet door de exclusieve denkers (zie beneden) uit elkaar laten drijven, maar heeft uit diversiteit kracht weten te putten om de oorlog te overleven. We leerden van elkaar, beschermden elkaar en onze buren, gedreven door het hokjes-overstijgende gevoel voor mededogen en menselijkheid.

Want uiteindelijk waren het niet de Serviërs, de Kroaten, de Bosniakken, de ‘buitenlanders’ (Verenigde Staten), de gelovigen of hun boeken die de oorlog hadden veroorzaakt, maar een kleine groep egoïstische, machtsgeile nationalisten of zoals ik ze noem: exclusieve denkers. Het waren deze exclusieve denkers die zichzelf (en de groep waartoe ze zeiden te behoren) boven de anderen plaatsten, die hun eigen geconstrueerde cultuur beter verklaarden dan andere. Verschillen tussen de groepen werden verzonnen en bestaande uitvergroot. Mensen werd langzaam geleerd ‘de ander’, vaak letterlijk eigen buren, te vrezen en te wantrouwen. Samenwerking, dialoog, onafhankelijke journalistiek en rechtspraak werden als zwak, partijdig en gevaarlijk voor ‘eigen volk’ bestempeld. Dominant, territoriaal machogedrag werd geprezen.

Ik heb dit soort exclusieve denken nog vaak zien terugkomen in de geschiedenisboeken en in mijn studieboeken over internationale betrekkingen en politiek: het heeft ons nooit iets goeds gebracht. En toch zie ik het nu weer langzaam de overhand nemen, zelfs in Nederland. Het inclusieve denken, het waarborgen van dialoog en diversiteit, het over geconstrueerde grenzen heen denken is het enige tegengif, zo heb ik in de oorlog geleerd. En dat tegengif is iets waar ik mijn hele leven in zal blijven investeren.

O ja, verder vind ik fotograferen, films (fictie en documentaires) en allerlei spelletjes (van bordspellen en computergames tot voetballen, tennissen en basketballen op een pleintje) fantastisch. Na negen jaar relatie ben ik nog steeds waanzinnig verliefd op mij vriendin, een vrouw die ik na mijn oma’s en opa’s het meest bewonder. Ik kan lekker veganistisch koken en heb een gezonde voorliefde voor alcohol (de beste filosofen bevonden zich in een bijna constante staat van beschonkenheid). Ik maak fouten en dat geef ik uiteindelijk toe.

Je staat namens de Partij voor de Dieren op de lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen! Kun je vertellen hoe dat zo is gekomen?

Eigenlijk heb ik altijd geweigerd mij aan te sluiten bij een politieke partij. Er was te vaak sprake van denken in loze, verouderde dichotomieën en kernidealen werden de prullenbak in gegooid als dat nodig was om een extra zetel te winnen of aan de macht te blijven. Compromissen kan ik hier en daar zeker waarderen, maar wat mij betreft voeg je als partij niets meer toe als je keer op keer je kernidealen – dat wat je echt onderscheidt en wat je belangrijk vindt- kapot onderhandelt: zo gaan er dertien in een dozijn. De PvdD kwam voor het eerst met een grensoverstijgende, planeetbrede visie, die in staat was om – al dan niet schijnbare tegenstellingen – te overbruggen en om verbanden te tonen die anderen niet snel zien. Een partij die letterlijk over landsgrenzen heen steeg en een transnationale beweging aanmoedigde. Voor mij was dat een verademing.

Maar om eerlijk te zijn heeft het wel even geduurd voordat ik open stond voor de partij en uiteindelijk het partijprogramma had gelezen. Toen de partij net opkwam at ik nog dieren. Ik werd omringd door een systeem dat dieren zag als producten. Ik hecht grote waarde aan wetenschap en op wetenschap gebaseerd beleid. Maar wetenschap loopt behoorlijk achter wat kennis over dieren en hun belevingswereld betreft en dat was zeker een aantal jaar geleden het geval. Ik weet nog dat er op mijn universiteit een consensus bestond onder de aanwezige cognitieve wetenschappers en professoren: dieren hebben niet de hogere cognitieve vaardigheden die wij als mensen wel hebben, dus kunnen ze geen pijn lijden. Dat maakte in hun ogen bijvoorbeeld dierproeven volledig rechtvaardig en moreel verantwoord. Ik had toen nog nooit een huisdier gehad en mijn contact met dieren beperkte zich tot een toevallige botsing met een stadsduif. En toen hoorde ik dus van de Partij voor de Dieren. Nou ja, je zult begrijpen dat ik daar in eerste instantie nog raar van opkeek.

Eigenlijk hebben mijn twee eerste en huidige huisdieren, mijn twee katten, mijn ogen echt geopend. En mijn vriendin een beetje. Zij was toen vegetariër (nu veganist), maar probeerde me nooit te overtuigen om haar te vergezellen. Wel wilde ze héél graag katten en ze wist me uiteindelijk te overtuigen om twee kittens uit het asiel ‘op proef’ in huis te nemen. Als mij dat echt niet zou bevallen, dan zou zij ze terugbrengen. De twee kittens hadden binnen twee weken mijn hart veroverd. Hoe langer ik ze observeerde, hoe meer ik besefte dat ze veel intelligentere wezens waren dan ik had verwacht. Wezens met een eigen persoonlijkheid en belevingswereld. Ik zou ze nooit kwaad willen doen. Toen ik dat eenmaal besefte, dacht ik na over andere dieren, zoals koeien en varkens. Dieren die ik wekelijks alleen op mijn bord of op mijn boterham zag. Ik ging me verdiepen in de bio-industrie en ontdekte de waanzin van onze omgang met dieren. Het voelde hypocriet en irrationeel dat ik mijn eigen katten wel een liefdevol leven gunde, maar dieren als koeien, kippen, geiten en varkens niet. Toen dat kwartje eenmaal viel, was ik er ook klaar voor om het partijprogramma van de PvdD te lezen. En daar ontdekte ik niet alleen respect voor alle dieren, inclusief de mens, maar een veel bredere visie. Later werd ik actief lid van de PvdD en PINK!.

Dit jaar besloot ik te solliciteren voor een plekje op de PvdD-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, omdat ik vond dat ik door mijn vrij unieke achtergrond en eigenschappen een goede aanvulling zou zijn voor de partij, maar bovenal omdat ik vond dat er meer dan ooit behoefte was aan dat tegengif (waar ik net over sprak) in de Tweede Kamer.

Op welke manieren heeft jouw tijd bij PINK! je carrière bij de Partij voor de Dieren beïnvloed?

Dat weet ik niet precies. Alles wat ik daarover zou zeggen, zou puur gevoelsmatig zijn. Ik kan zeggen dat ik bij PINK! ideeën heb kunnen uitproberen en uitwisselen met verschillende mensen, waardoor ik o.a. steeds beter weet wat ik echt belangrijk vind in mijn eventuele verdere werk voor de PvdD. Verder heb ik wat betreft mijn PvdD-ambities veel steun gehad van PINK!’ers. Door mijn ervaringen bij PINK! voel ik me nog steeds erg betrokken bij de organisatie en sta ik er altijd voor open om de jongere generatie PINK!’ers te helpen met adviezen, contacten en ideeën.

Waarom heb je voor de Partij voor de Dieren gekozen? En waarom is het belangrijk dat anderen dat ook doen?

Zie antwoord op vraag 1 en 2. Dat tegengif waar ik het over had is cruciaal en dat tegengif wordt grotendeels geboden door de PvdD (ik zal hier en daar wat bij moeten voegen om het recept nog beter te maken, mais bon, daarom sta ik dus op de lijst (; ). We zijn allemaal dieren en we hebben maar één huis, namelijk de aarde. En dat huis hebben we afgelopen eeuwen net iets te lang verwaarloosd, terwijl we ons bezig hebben gehouden met kleinzielige ruzies en uitvergrootte onderlinge verschillen. Samen (met de natuur) zijn we ongelooflijk creatief, innovatief en sterk en samen kunnen we ons huis niet alleen repareren, maar nog beter maken dan het ooit was. Het moet alleen wel heel snel gaan gebeuren.

Op welke manieren ben jij van plan zelf campagne te voeren?

Ik zal vooral focussen op social media en directe contacten met verschillende actoren in de maatschappij: van ondernemers en studenten tot wetenschappers en kunstenaars. Het geheel wil ik een positieve lading meegeven: natuurlijk zijn er grote problemen, maar er liggen ook grote kansen voor het oprapen.  Tevens wil ik proberen juist de groepen die niet zo snel naar de stembus gaan te betrekken. Ik wil verbinding en bondgenoten zoeken in onverwachte hoeken. Veranderingen kun je alleen bewerkstellingen als je mensen uit verschillende gemeenschappen erbij betrekt.  Zoals de eeuwenoude wijsheid zegt: “Tell me and I forget, show me and I may remember, involve me and I’ll understand”.

Ik zal in de aanloop naar de verkiezingen elk weekend een avond ‘open huis’ bij mij thuis (en af en toe in een café) organiseren, waarbij men de gelegenheid krijgt om heel informeel met mij van gedachten te wisselen. Of gewoon om een strijd hoelahoepen, Twister, schaken of tafelvoetballen (ik sta open voor veel spelletjes) met mij aan te gaan (; Ik ben hoe dan ook een heel ‘benaderbaar’ persoon: mensen kunnen me altijd bellen, e-mailen of een bericht sturen via Facebook. Ik zal niet altijd tijd hebben om een uitgebreid gesprek te voeren, maar ik zal mijn best doen om zo veel mogelijk mensen in ieder geval even te spreken.

Stel dat het gebeurt: je wordt verkozen. Plots moet je al je huidige werk opgeven en naar Den Haag verhuizen. Hoe enthousiast zou je zijn om dit te doen? Denk je dat je er klaar voor zou zijn?

Ik heb me zelden zo klaar gevoeld als nu. De urgentie is er en ik heb de bagage en eigenschappen om deze taak op mij te nemen.  En hoe enthousiast  ik zou zijn? Ik ga een dansje doen in de Tweede Kamer voor jullie allemaal, zo enthousiast zou ik zijn.

Bovendien is Den Haag een heerlijk diverse, culturele stad, waar ik ongetwijfeld snel mijn draai zou vinden. De hele buurt en iedereen die ik de loop naar de verkiezingen heb gesproken zou dan uitgenodigd worden voor mijn housewarming party in Den Haag. (;

Wat zou jij anders doen dan andere kandidaten voor onze partij? Waarom moeten we jou onze voorkeursstemmen geven?

Laat ik beginnen door te stellen dat we erg veel slimme mensen hebben bij de partij. Ik vergelijk mezelf ook niet met individuele andere kandidaten, maar ik probeer naar het grotere plaatje te kijken. Dan zie ik dat de partij wat kracht mist op gebied van diversiteit en verbinding. Door mijn kennis kan ik helpen om de bredere focus van de partij nog beter uit te werken.

Mijn grootste sterkte is dat ik een zeer sterke intrinsieke motivatie heb (zie vraag 1) om samen met anderen aan een betere wereld te werken. Aan dat tegengif. Ik hoef niet veel geld te verdienen en status zegt me weinig. Ik ben ook niet snel onder de indruk van de ‘doorgewinterde’ politici en ambtenaren, waardoor ik niet snel met mijn mond vol tanden zal staan. In mijn verschillende functies heb ik steeds leiderschap getoond in situaties die daarom vroegen, maar stimuleerde ook samenwerking en andermans initiatieven om ideeën in daden om te zetten.

Een andere sterkte is dat ik een allrounder ben. Dankzij mijn brede interessepakket kan ik mij verschillende dossiers snel eigen maken. Van cyberveiligheid en kunst tot armoede en emancipiatiekwesties.  Daarnaast ben ik een ware ‘nieuwsjunkie’  en lees ik regelmatig de nieuwste wetenschappelijke artikelen, wat maakt dat ik veel bronnen heb om uit te putten zonder dat ik daar extra moeite voor moet doen. Mijn academische studies getuigen van mijn brede kennis van het politieke en culturele discours op verschillende niveaus (regionaal, nationaal en internationaal).

Door mijn biculturele achtergrond en mijn oprechte interesse in alle kleuren van de regenboog van het menselijk bestaan, ben ik bovengemiddeld geschikt om bijvoorbeeld ook een deel van andere LHBTQI’ers en biculturelen (jongeren) te enthousiasmeren voor onze idealen. Dat deel van de samenleving wordt grotendeels vergeten door de partij, terwijl daar ook bondgenoten te vinden zijn, mits we een vertaalslag naar hun belevingswereld weten te maken. Het schrikbarende gebrek aan biculturelen tijdens ons congres heeft de noodzaak van zo’n vertaalslag pijnlijk duidelijk gemaakt. We kunnen niet over andere groepen praten, zonder ook vooral mét ze te praten en ze waar toepasselijk een podium te geven.

Die verbindende kracht is mijn andere sterke eigenschap. Mijn filosofie is niet alleen verzenden van informatie, maar actief betrekken van mensen, ook al is het soms maar ad hoc. Bij het organiseren van evenementen – niet alleen voor PINK! en PvdD, maar ook voor mijn werk buiten de politiek – heb ik altijd verschillende actoren met elkaar weten te verbinden op basis van wederkerigheid en (deels) overlappende belangen. Als freelance museumgids weet ik verschillende groepen (van kleuters tot ouderen, van vluchtelingen tot bankiers) op interactieve wijze te betrekken bij hedendaagse kunst en de link te maken met hun belevingswereld en actuele maatschappelijke kwesties. Als COC-vrijwilliger geef ik regelmatig LHBTQI-voorlichtingen op o.a. vmbo-scholen, waarbij ik interactie en dialoog stimuleer. Ik heb ontdekt dat erg veel mensen (vooral ook jongeren) op een positieve manier willen bijdragen aan de wereld, maar ze hebben vaak nog een klein steuntje in de rug nodig om uit te vinden op welke manier zij het beste kunnen bijdragen. En dat verschilt natuurlijk van persoon tot persoon. Mensen hoeven het niet op alle punten met mij of de PvdD eens te zijn: zolang ze maar op een of andere manier willen bijdragen aan een betere toekomst, zie ik ze als potentiële bondgenoten.

Verder wil ik laten zien dat een duurzame, diverse samenleving echt niet alleen iets is voor de stereotype ‘geitenwollensokken’. Daarvoor zoek ik graag bondgenoten die niet alleen deze ‘usual suspects’ vertegenwoordigen. Bondgenoten zoals generaal Middendorp die onlangs verklaarde dat er geen stabiliteit kan zijn zonder klimaatveiligheid. Of kunstenaar en uitvinder Daan Roosegaarde die met het project ‘sustainable dance floor’ laat zien dat duurzaam leven en iets goeds doen voor de wereld ook gewoon heel makkelijk en leuk kan zijn: het project omvat een interactieve dansvloer, die elektriciteit genereert doordat mensen erop dansen. Die elektriciteit wordt vervolgens gebruikt voor het geluid, lichten, e.d. in de discotheek. Een manier om letterlijk al dansend de aarde te redden: prachtig! Zulke positieve oplossingen wil ik stimuleren en meer focus op leggen.

Heb je tips voor leden van PINK! die zelf ook graag willen groeien in de partij?

Ga de politiek alsjeblieft niet in als je ‘groeien in de partij’ vooral gaat zien als carrière maken, alle aandacht op jezelf vestigen, je netwerk uitbreiden en veel geld verdienen. Als je dat wilt, ga dan het bedrijfsleven in: daar valt genoeg te halen. Er zitten nu al te veel mensen in de politiek alleen maar om hun eigen ego te strelen. Ga de politiek dus alleen in als je deze wereld op een of andere manier nog een stukje mooier wilt maken, niet alleen voor jezelf, maar voor ons allemaal. Zie de politiek daarbij vooral als slechts één van de tools om maatschappelijke en wettelijke veranderingen te realiseren en niet als doel an sich.

Als het bovenste goed zit (wat bij PINK!’ers ongetwijfeld het geval zal zijn), dan is het belangrijk om open te blijven van geest en niet bang te zijn je standpunt aan te passen als nieuwe inzichten je daartoe dwingen. Het meest ‘open’ blijf je door oprechte interesse in de verschillende mensen om je heen te tonen. Neem een bijna antropologische fascinatie over voor je medemens. Probeer te begrijpen waarom iemand op een bepaalde manier denkt en zoek verbinding. Vergeet niet dat niemand slechts één identiteit met zich meedraagt: naast een PINK!-er, kan je ook een basketballiefhebber zijn, een muzikant, een schrijver, een Brabander, een Europeaan, een broer, een kok, een student, een Star Wars-fan, een moslim, een hiphopper, een vegan, een LHBTQI’er. Kortom: je draagt allemaal identiteiten met je mee en die kun je prachtig gebruiken om verbinding te zoeken met mensen uit onverwachte hoeken. Gun mensen ook de tijd om nieuwe informatie tot zich te nemen en bepaalde aangeleerde, maar foute aannames, van zich af te schudden.

Ga naar musea waar je anders nooit komt, naar documentaires die je anders nooit ziet, naar buurtfeesten die je anders nooit bezoekt. Op die manier kunnen we ons inlevingsvermogen versterken, ons wereldbeeld verbreden en daarmee onze samenleving als geheel naar een hoger niveau tillen. Zo voorkomen we dat groepen zich gaan ingraven in hun eigen gelijk. Het zal je een mooier mens maken en daarmee ongetwijfeld een plekje bezorgen binnen de PvdD.

Je staat in de Tweede Kamer tijdens een debat over klimaatverandering. Mark Rutte informeert de kamer dat we geen overhaaste beslissingen willen maken met het gevaar onze economische groei te schaden. Jesse Klaver zegt dat we allemaal wat korter moeten douchen en vaker moeten carpoolen. Nu ben jij, je hebt maar weinig spreektijd en moet in een paar zinnen vertellen wat er écht moet gebeuren. Wat zeg je?

Iedereen kent wel ‘ons’ standpunt hierin. Daarom is mijn tactiek om de ‘niet-usual suspects’ erbij te betrekken. Ondernemers en militairen zullen VVD aanspreken. Wetenschappers en kunstenaars Groen Links. Al die groepen zullen ook een snaartje kunnen raken bij D66 en PvdA. Tijdens mijn spreektijd zou ik hele korte boodschappen (klimaat-oneliners) van prominente militairen (zoals generaal Middendorp), ondernemers (zoals Thomas Friedhoff van de VVD Young Professionals, die pleit voor volop inzetten in progressief klimaatbeleid en stellen van kaders door de overheid), etc. kunnen projecteren op de muur van de Tweede Kamer. Of ik laat een geluidsbestand horen waarop deze boodschappen (klimaat-oneliners) zijn opgenomen. Daarna spreek ik zoiets uit:

“Deze boodschappen laten zien dat er niet  alleen een grote dreiging uitgaat  van klimaatverandering, maar ook grote kansen voor het oprapen liggen; dat geeft ons als volksvertegenwoordigers de plicht om alles in het werk te stellen voor een snelle transitie naar een duurzame toekomst. Als verantwoordelijke overheid, samen met bedrijven, samen met wetenschappers, samen met creatieveling, samen met burgers. Het stellen van heldere en ambitieuze klimaatdoelen zal de urgente transitie naar een duurzame toekomst versnellen. Bedrijven weten dan immers waar ze aan toe zijn en zullen meer durven investeren in duurzame innovaties. Militairen, ondernemers, wetenschappers zijn allemaal klaar voor grote stappen en zijn in de trein naar een duurzame toekomst gestapt. Nu rest nog de vraag: gaan de politici eindelijk mee?”

Marianne Thieme is ontvoerd door een groep prominente CDA’ers die haar naar een onbewoond eiland hebben meegenomen. Jij mag een team van vier PvdD’ers en PINK!’ers samenstellen om samen met jou naar het eiland te gaan en haar te bevrijden. Wie kies je en waarom?

Eigenlijk geef je mij hier onvolledige informatie, waardoor ik nauwelijks een rationeel antwoord kan geven. Maar laat ik niet te moeilijk doen. We hebben veel competente en interessante mensen binnen PvdD en PINK! en namen vind ik meestal irrelevant. Daarom ga ik geen namen noemen, maar vier types kort beschrijven. Mensen mogen zelf bedenken welke naam ze daarop plakken.

In eerste instantie wil ik samen met de rest proberen Marianne van het onbewoonde eiland af te halen, zonder eerst een reis te moeten ondernemen naar het eiland. Scheelt in milieukosten (; Daarom zouden we eerst focussen op het inzetten van de publieke opinie en de opinie van de CDA-achterban als strategie. Het lijkt me voor de hand liggend dat de CDA-achterban zo’n grove en directe schending van de vrijheid van een democratisch gekozen politica hard zou afkeuren. Zelfs als die schending is verricht door mensen uit eigen partij. Bovendien is de CDA’er Arjan Erkel ooit zelf betrokken geweest bij een veelbesproken gijzeling: hij werd in Rusland ontvoerd en bijna twee jaar lang gevangengehouden. Inmiddels is hij terug in Nederland en staat op de kandidatenlijst van het CDA. Arjan en zijn netwerk zouden de ontvoering van Marianne ongetwijfeld een schande vinden en ons PvdD-team zou met Arjan kunnen samenwerken om de CDA-prominenten te overtuigen om Marianne vrij te laten.

De CDA-prominenten betrokken bij de ontvoering zullen hun betrokkenheid ongetwijfeld geheim proberen te houden voor hun achterban en het grote publiek. Om dit misdrijf van CDA-prominenten openbaar te maken zou mijn eerste keuze voor een lid van het PINK!/PvdD-reddingsteam vallen op:

– een ICT’er met capaciteiten om te hacken. Zij/hij zou alle digitale sporen van de ontvoering (planning, onderlinge communicatie, betrokken actoren, reis, betrokken locaties, et cetera) kunnen traceren. Een dreigement om deze sporen te onthullen aan het grote publiek zou in principe voldoende reden moeten zijn voor de CDA-prominenten om Marianne veilig terug naar de Tweede Kamer te brengen. CDA zou immers niet snel van zo’n imagoklap herstellen.

Voor de gesprekken zou ik iemand van de PvdD inzetten die goed ligt bij bijna alle partijen, maar zeker ook het CDA. Een persoon met doorzettingsvermogen en tegelijkertijd diplomatieke skills, die op good will van andere politici kan rekenen.

Mocht dat allemaal om wat voor reden niet werken dan zou ik mijn team aanvullen met nog twee mensen. Aangezien ik nu al behoorlijk lang aan het typen ben om je vragen te beantwoorden, geef ik mezelf het recht om de details over deze twee laatste personen uit ons ‘reddingsteam’ niet prijs te geven. Mochten mensen die het einde van dit interview hebben gehaald (doorzetters!) toch nog waanzinnig benieuwd zijn welke twee mensen ik in het team zou zetten (of misschien vind je jezelf het meest geschikt en wil je alvast solliciteren voor een plek in ons reddingsteam): spreek me gerust aan en kom een drankje met me drinken!

Leraren durven ethische dilemma's niet te bespreken

Opiniestuk door Joke Claessen, toenmalig bestuurslid

In het Nederlandse basisonderwijs wordt maar weinig gepraat over ethische kwesties, terwijl kinderen wel moeten leren over wat goed of slecht is. Docenten willen hun mening niet opdringen. Toch kun je ook ethische kwesties bespreken zonder een mening op te leggen.

Na de aanslag in Orlando start de docent van groep 8 de maandagochtend met een groepsgesprek. Hierbij worden vragen besproken als ‘Wat is nu eigenlijk een terrorist?’ en ‘Is een Moslim dan een terrorist?’ ‘Nee, want in de Koran staat dat je niet mag doden want dan ben je geen goed mens’ zegt een van de leerlingen. Een belangrijk gesprek volgens de docent. Want zo helpen de kinderen elkaar om het ‘moslim’ en ‘terrorist’ los van elkaar te zien.

Tijdens mijn afstudeeronderzoek voor de Bont voor Dieren kwam ik erachter dat het praten over maatschappelijke of ethische dilemma’s als dierenleed niet iets is wat op het programma staat in het basisonderwijs. Ik sprak hierover met docenten van groep 7 en 8. De meeste docenten zagen het belang in van educatie over bont. Het ligt dichtbij de interesses van kinderen. Sommige docenten waren echter bang de kinderen te beïnvloeden en wilden daarom het onderwerp niet bespreken.

‘Het is iets waar ik persoonlijk wel achter sta maar ik vind dat ik mijn mening niet kan opdringen aan de kinderen’, vertelde een van hen.

Leren denken over ethische vragen

Docenten blijven liever objectief, en worden ook geacht dit te zijn. Maar een kind moet naast rekenen, taal en aardrijkskunde toch ook weten wat er in de maatschappij speelt en daar een mening over kunnen vormen? Wanneer ethische vragen samen met de kinderen in de les worden onderzocht krijgt de docent ook een kans om objectief te blijven. Ethische vragen als: ‘Hoe kun je bewijzen dat God bestaat?’ ‘Kunnen vrouwen verliefd worden op elkaar?’ ‘Is roken slecht?’ ‘Is liegen fout?’ ‘Is het oké om dieren te doden voor een kledingstuk?’

In Australië is er een organisatie die ethieklessen geeft op scholen. Kinderen leren in deze lessen in plaats van wát ze moeten denken, hóe ze moeten denken. Er zijn geen goede of foute antwoorden. Kinderen leren goed te luisteren en te debatteren en op een respectvolle manier het met elkaar oneens te zijn (primaryethics.com, 2013).

Denken als een vaardigheid

Het ‘hóe denken’ kan gezien worden als een vaardigheid: het leren om informatie in een context te plaatsen. Zo is in de documentaire De rede van het kind (Diederen, 2008) een voorbeeld te zien van een kinderfilosofieles in de Duitse deelstaat Mecklenburg Vorpommern, waar filosofie deel uitmaakt van het onderwijs. De basisschoolkinderen gaan met een camera op pad en fotograferen wat ze tegenkomen in de stad. Een kind fotografeert een zwerver met een blik bier. Dit vindt hij lelijk, want de zwerver is een alcoholist. Als de kinderen vervolgens in gesprek zijn over de foto, vraagt een ander kind zich af of de man misschien niet gewoon een slechte dag heeft.

In de documentaire is te zien hoe de open en idealistische houding van kinderen wordt geactiveerd bij het bespreken van ethische dilemma’s. Kinderen kunnen van nature niet tegen onvrede en hebben de moed om vragen te stellen. Zo wordt er door de begeleidend docent een voorbeeld genoemd van een jongen die een radicaal rechtse uitspraak doet in de les. Ze benadrukt dat het van belang is dat het kind zich kan uiten. Maar over deze uiting van gedachte wisselen is cruciaal. Dan leert het kind zijn standpunt met argumenten te onderbouwen.

Het kind leert zo te redeneren. De docent legt zijn mening niet op maar faciliteert een dialoog waarbij kinderen leren omgaan met meningsverschillen. De docent is dus niet leidend maar begeleidend en het leerproces van het kind staat centraal.

Leren ethisch redeneren

Historische ontwikkelingen zoals de vrouwenemancipatie en de Kinderwet laten zien dat we moeten kunnen oordelen over wat goed en slecht is. Kinderen die leren ethisch te redeneren ontwikkelen de mogelijkheid een morele autoriteit in twijfel trekken. Dat is belangrijk voor kinderen die opgroeien in de huidige samenleving. Vroeger was de kerk deze morele autoriteit die kinderen leerde over het goede en het kwade maar door het secularisatieproces heeft deze haar politieke macht en maatschappelijke invloed grotendeels verloren (Demaerel, 2015). Er bestaat momenteel geen morele autoriteit die het overneemt.

Daarom is het ontzettend belangrijk dat kinderen worden aangemoedigd om een onderzoekend en verantwoordelijk leven te leiden in plaats van een weg te volgen zonder vragen te stellen. Het basisonderwijs heeft de mogelijkheden kinderen hierin te faciliteren. Ik roep hierbij docenten binnen het basisonderwijs op om deze verantwoordelijkheid op te pakken. De ethische ontwikkeling van een kind mag veel meer voorop staan. Beter vandaag dan morgen.

Bronnen

Demaerel, I. (2015, november 10) ‘Dringend gezocht: morele autoriteit’ Geraadpleegd op: 10 mei 2016.

Diederen, J. (2008, mei 16) ‘De rede van het kind’ Geraadpleegd op: 30 mei 2016.

PrimaryEthics (2013) ‘An introduction to philosophical Ethics’ (video) Geraadopleegd op 15 mei 2016.

http://www.socialevraagstukken.nl/sociale-praktijk/leraren-durven-ethische-dilemmas-niet-te-bespreken/