Tot de schijt hen doodt

18 februari 2017, reactie op Trouw artikel door Peter de Weerd

Op 17 februari j.l., viel er in Trouw te lezen dat staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) boeren 1200 euro per koe biedt, als ze op korte termijn al hun koeien laten slachten en stoppen met hun bedrijf. Dit betreft gezonde, jonge en soms zelfs zwangere koeien. De reden voor deze ‘sterfsubisidie’? Nederland heeft schijt gehad aan Europese regels.

Tot 2015 gold er in Nederland een maximum hoeveelheid melk die door boeren geproduceerd mocht worden, teneinde overproductie te voorkomen. In 2015 echter, besloot Brussel dit melkquotum op te heffen, mede omdat de sector morde dat ze niet kon inspelen op de groeiende vraag naar zuivel in opkomende economieën als China. Het gevolg was dat Nederlandse boeren er fors meer koeien bij namen. Gouden bergen werden hen beloofd. De waarheid kon echter niet wranger zijn.

Nederland ging meer meer melk produceren, maar om diverse redenen daalde de vraag naar melk in opkomende economieën. De prijs van melk daalde en veel boeren kwamen in de problemen. Bijkomend probleem is dat het gegroeide aantal Nederlandse koeien meer mest produceert dan van Brussel mag. Daar was even niet aan gedacht toen het melkquotum werd losgelaten.

Nu Brussel de regels strenger wil hanteren, moet de mestproductie omlaag. Het wegwerken van de mest zou hoge kosten met zich meebrengen, dus kiest men liever voor de goedkopere optie: een enorm aantal koeien slachten. Om geen straf van Brussel te krijgen, is hier haast bij geboden, wat dus betekent dat ook gezonde en soms zelfs zwangere koeien naar de slacht moeten.

42 miljoen euro stelt staatssecretaris Martijn van Dam hier voor beschikbaar. 60.000 kerngezonde dieren, volgens Trouw, worden het slachtoffer van dit gefaalde beleid. Een motie van Partij voor de Dieren en ChristenUnie om de slacht van zwangere koeien te verbieden kreeg geen meerderheid in de Tweede Kamer, terwijl er sprake is van onacceptabel dierenleed.

Zo blijkt wederom dat koeien vooral als producten met economische waarde worden gezien en dat zelfs hun meest basale en intrinsieke behoeften wat de staatssecretaris betreft niet veel waard zijn. Esther Ouwehand van de PvdD noemde dit terecht “een schandvlek voor een beschaafde samenleving”. Want als je de beschaving van een samenleving af kunt lezen aan de manier waarop ze met dieren omgaat, zoals Gandhi zei, dan staat Nederland er beroerd voor. Geef 15 maart je stem aan een diervriendelijke partij, zodat we een einde kunnen maken aan het uitmelken van koeien tot de schijt hen doodt.

Interview met Ines Kostic

Super dat je mee wilt werken aan het interview. Zou je om te beginnen iets over jezelf willen vertellen?

“Iets” over mezelf vertellen… Dat is een zeer open vraag. (; OK, laat ik beginnen wat ik waardevol vind: het ‘omdenken’, mensen alledaagse zaken vanuit een ander perspectief laten benaderen. Perspectieven uitwisselen voedt begrip en leidt tot betere oplossingen.

Ik ben geboren in Bosnië Herzegovina en heb daar 10 jaar gewoond. Daar heb ik de oorlog meegemaakt. Mijn ervaringen in die oorlog maakten dat ik overtuigd werd van het grote belang van het waarborgen van diversiteit en dialoog. Ik kom uit een multi-etnisch gezin, met Kroaten, Serviërs en Bosniakken. We hebben in onze familie orthodoxen, katholieken, moslims, communisten, kapitalisten, atheïsten (in dat laatste hokje mag je mij ook plaatsen). Deze hele diverse familie heeft zich niet door de exclusieve denkers (zie beneden) uit elkaar laten drijven, maar heeft uit diversiteit kracht weten te putten om de oorlog te overleven. We leerden van elkaar, beschermden elkaar en onze buren, gedreven door het hokjes-overstijgende gevoel voor mededogen en menselijkheid.

Want uiteindelijk waren het niet de Serviërs, de Kroaten, de Bosniakken, de ‘buitenlanders’ (Verenigde Staten), de gelovigen of hun boeken die de oorlog hadden veroorzaakt, maar een kleine groep egoïstische, machtsgeile nationalisten of zoals ik ze noem: exclusieve denkers. Het waren deze exclusieve denkers die zichzelf (en de groep waartoe ze zeiden te behoren) boven de anderen plaatsten, die hun eigen geconstrueerde cultuur beter verklaarden dan andere. Verschillen tussen de groepen werden verzonnen en bestaande uitvergroot. Mensen werd langzaam geleerd ‘de ander’, vaak letterlijk eigen buren, te vrezen en te wantrouwen. Samenwerking, dialoog, onafhankelijke journalistiek en rechtspraak werden als zwak, partijdig en gevaarlijk voor ‘eigen volk’ bestempeld. Dominant, territoriaal machogedrag werd geprezen.

Ik heb dit soort exclusieve denken nog vaak zien terugkomen in de geschiedenisboeken en in mijn studieboeken over internationale betrekkingen en politiek: het heeft ons nooit iets goeds gebracht. En toch zie ik het nu weer langzaam de overhand nemen, zelfs in Nederland. Het inclusieve denken, het waarborgen van dialoog en diversiteit, het over geconstrueerde grenzen heen denken is het enige tegengif, zo heb ik in de oorlog geleerd. En dat tegengif is iets waar ik mijn hele leven in zal blijven investeren.

O ja, verder vind ik fotograferen, films (fictie en documentaires) en allerlei spelletjes (van bordspellen en computergames tot voetballen, tennissen en basketballen op een pleintje) fantastisch. Na negen jaar relatie ben ik nog steeds waanzinnig verliefd op mij vriendin, een vrouw die ik na mijn oma’s en opa’s het meest bewonder. Ik kan lekker veganistisch koken en heb een gezonde voorliefde voor alcohol (de beste filosofen bevonden zich in een bijna constante staat van beschonkenheid). Ik maak fouten en dat geef ik uiteindelijk toe.

Je staat namens de Partij voor de Dieren op de lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen! Kun je vertellen hoe dat zo is gekomen?

Eigenlijk heb ik altijd geweigerd mij aan te sluiten bij een politieke partij. Er was te vaak sprake van denken in loze, verouderde dichotomieën en kernidealen werden de prullenbak in gegooid als dat nodig was om een extra zetel te winnen of aan de macht te blijven. Compromissen kan ik hier en daar zeker waarderen, maar wat mij betreft voeg je als partij niets meer toe als je keer op keer je kernidealen – dat wat je echt onderscheidt en wat je belangrijk vindt- kapot onderhandelt: zo gaan er dertien in een dozijn. De PvdD kwam voor het eerst met een grensoverstijgende, planeetbrede visie, die in staat was om – al dan niet schijnbare tegenstellingen – te overbruggen en om verbanden te tonen die anderen niet snel zien. Een partij die letterlijk over landsgrenzen heen steeg en een transnationale beweging aanmoedigde. Voor mij was dat een verademing.

Maar om eerlijk te zijn heeft het wel even geduurd voordat ik open stond voor de partij en uiteindelijk het partijprogramma had gelezen. Toen de partij net opkwam at ik nog dieren. Ik werd omringd door een systeem dat dieren zag als producten. Ik hecht grote waarde aan wetenschap en op wetenschap gebaseerd beleid. Maar wetenschap loopt behoorlijk achter wat kennis over dieren en hun belevingswereld betreft en dat was zeker een aantal jaar geleden het geval. Ik weet nog dat er op mijn universiteit een consensus bestond onder de aanwezige cognitieve wetenschappers en professoren: dieren hebben niet de hogere cognitieve vaardigheden die wij als mensen wel hebben, dus kunnen ze geen pijn lijden. Dat maakte in hun ogen bijvoorbeeld dierproeven volledig rechtvaardig en moreel verantwoord. Ik had toen nog nooit een huisdier gehad en mijn contact met dieren beperkte zich tot een toevallige botsing met een stadsduif. En toen hoorde ik dus van de Partij voor de Dieren. Nou ja, je zult begrijpen dat ik daar in eerste instantie nog raar van opkeek.

Eigenlijk hebben mijn twee eerste en huidige huisdieren, mijn twee katten, mijn ogen echt geopend. En mijn vriendin een beetje. Zij was toen vegetariër (nu veganist), maar probeerde me nooit te overtuigen om haar te vergezellen. Wel wilde ze héél graag katten en ze wist me uiteindelijk te overtuigen om twee kittens uit het asiel ‘op proef’ in huis te nemen. Als mij dat echt niet zou bevallen, dan zou zij ze terugbrengen. De twee kittens hadden binnen twee weken mijn hart veroverd. Hoe langer ik ze observeerde, hoe meer ik besefte dat ze veel intelligentere wezens waren dan ik had verwacht. Wezens met een eigen persoonlijkheid en belevingswereld. Ik zou ze nooit kwaad willen doen. Toen ik dat eenmaal besefte, dacht ik na over andere dieren, zoals koeien en varkens. Dieren die ik wekelijks alleen op mijn bord of op mijn boterham zag. Ik ging me verdiepen in de bio-industrie en ontdekte de waanzin van onze omgang met dieren. Het voelde hypocriet en irrationeel dat ik mijn eigen katten wel een liefdevol leven gunde, maar dieren als koeien, kippen, geiten en varkens niet. Toen dat kwartje eenmaal viel, was ik er ook klaar voor om het partijprogramma van de PvdD te lezen. En daar ontdekte ik niet alleen respect voor alle dieren, inclusief de mens, maar een veel bredere visie. Later werd ik actief lid van de PvdD en PINK!.

Dit jaar besloot ik te solliciteren voor een plekje op de PvdD-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer, omdat ik vond dat ik door mijn vrij unieke achtergrond en eigenschappen een goede aanvulling zou zijn voor de partij, maar bovenal omdat ik vond dat er meer dan ooit behoefte was aan dat tegengif (waar ik net over sprak) in de Tweede Kamer.

Op welke manieren heeft jouw tijd bij PINK! je carrière bij de Partij voor de Dieren beïnvloed?

Dat weet ik niet precies. Alles wat ik daarover zou zeggen, zou puur gevoelsmatig zijn. Ik kan zeggen dat ik bij PINK! ideeën heb kunnen uitproberen en uitwisselen met verschillende mensen, waardoor ik o.a. steeds beter weet wat ik echt belangrijk vind in mijn eventuele verdere werk voor de PvdD. Verder heb ik wat betreft mijn PvdD-ambities veel steun gehad van PINK!’ers. Door mijn ervaringen bij PINK! voel ik me nog steeds erg betrokken bij de organisatie en sta ik er altijd voor open om de jongere generatie PINK!’ers te helpen met adviezen, contacten en ideeën.

Waarom heb je voor de Partij voor de Dieren gekozen? En waarom is het belangrijk dat anderen dat ook doen?

Zie antwoord op vraag 1 en 2. Dat tegengif waar ik het over had is cruciaal en dat tegengif wordt grotendeels geboden door de PvdD (ik zal hier en daar wat bij moeten voegen om het recept nog beter te maken, mais bon, daarom sta ik dus op de lijst (; ). We zijn allemaal dieren en we hebben maar één huis, namelijk de aarde. En dat huis hebben we afgelopen eeuwen net iets te lang verwaarloosd, terwijl we ons bezig hebben gehouden met kleinzielige ruzies en uitvergrootte onderlinge verschillen. Samen (met de natuur) zijn we ongelooflijk creatief, innovatief en sterk en samen kunnen we ons huis niet alleen repareren, maar nog beter maken dan het ooit was. Het moet alleen wel heel snel gaan gebeuren.

Op welke manieren ben jij van plan zelf campagne te voeren?

Ik zal vooral focussen op social media en directe contacten met verschillende actoren in de maatschappij: van ondernemers en studenten tot wetenschappers en kunstenaars. Het geheel wil ik een positieve lading meegeven: natuurlijk zijn er grote problemen, maar er liggen ook grote kansen voor het oprapen.  Tevens wil ik proberen juist de groepen die niet zo snel naar de stembus gaan te betrekken. Ik wil verbinding en bondgenoten zoeken in onverwachte hoeken. Veranderingen kun je alleen bewerkstellingen als je mensen uit verschillende gemeenschappen erbij betrekt.  Zoals de eeuwenoude wijsheid zegt: “Tell me and I forget, show me and I may remember, involve me and I’ll understand”.

Ik zal in de aanloop naar de verkiezingen elk weekend een avond ‘open huis’ bij mij thuis (en af en toe in een café) organiseren, waarbij men de gelegenheid krijgt om heel informeel met mij van gedachten te wisselen. Of gewoon om een strijd hoelahoepen, Twister, schaken of tafelvoetballen (ik sta open voor veel spelletjes) met mij aan te gaan (; Ik ben hoe dan ook een heel ‘benaderbaar’ persoon: mensen kunnen me altijd bellen, e-mailen of een bericht sturen via Facebook. Ik zal niet altijd tijd hebben om een uitgebreid gesprek te voeren, maar ik zal mijn best doen om zo veel mogelijk mensen in ieder geval even te spreken.

Stel dat het gebeurt: je wordt verkozen. Plots moet je al je huidige werk opgeven en naar Den Haag verhuizen. Hoe enthousiast zou je zijn om dit te doen? Denk je dat je er klaar voor zou zijn?

Ik heb me zelden zo klaar gevoeld als nu. De urgentie is er en ik heb de bagage en eigenschappen om deze taak op mij te nemen.  En hoe enthousiast  ik zou zijn? Ik ga een dansje doen in de Tweede Kamer voor jullie allemaal, zo enthousiast zou ik zijn.

Bovendien is Den Haag een heerlijk diverse, culturele stad, waar ik ongetwijfeld snel mijn draai zou vinden. De hele buurt en iedereen die ik de loop naar de verkiezingen heb gesproken zou dan uitgenodigd worden voor mijn housewarming party in Den Haag. (;

Wat zou jij anders doen dan andere kandidaten voor onze partij? Waarom moeten we jou onze voorkeursstemmen geven?

Laat ik beginnen door te stellen dat we erg veel slimme mensen hebben bij de partij. Ik vergelijk mezelf ook niet met individuele andere kandidaten, maar ik probeer naar het grotere plaatje te kijken. Dan zie ik dat de partij wat kracht mist op gebied van diversiteit en verbinding. Door mijn kennis kan ik helpen om de bredere focus van de partij nog beter uit te werken.

Mijn grootste sterkte is dat ik een zeer sterke intrinsieke motivatie heb (zie vraag 1) om samen met anderen aan een betere wereld te werken. Aan dat tegengif. Ik hoef niet veel geld te verdienen en status zegt me weinig. Ik ben ook niet snel onder de indruk van de ‘doorgewinterde’ politici en ambtenaren, waardoor ik niet snel met mijn mond vol tanden zal staan. In mijn verschillende functies heb ik steeds leiderschap getoond in situaties die daarom vroegen, maar stimuleerde ook samenwerking en andermans initiatieven om ideeën in daden om te zetten.

Een andere sterkte is dat ik een allrounder ben. Dankzij mijn brede interessepakket kan ik mij verschillende dossiers snel eigen maken. Van cyberveiligheid en kunst tot armoede en emancipiatiekwesties.  Daarnaast ben ik een ware ‘nieuwsjunkie’  en lees ik regelmatig de nieuwste wetenschappelijke artikelen, wat maakt dat ik veel bronnen heb om uit te putten zonder dat ik daar extra moeite voor moet doen. Mijn academische studies getuigen van mijn brede kennis van het politieke en culturele discours op verschillende niveaus (regionaal, nationaal en internationaal).

Door mijn biculturele achtergrond en mijn oprechte interesse in alle kleuren van de regenboog van het menselijk bestaan, ben ik bovengemiddeld geschikt om bijvoorbeeld ook een deel van andere LHBTQI’ers en biculturelen (jongeren) te enthousiasmeren voor onze idealen. Dat deel van de samenleving wordt grotendeels vergeten door de partij, terwijl daar ook bondgenoten te vinden zijn, mits we een vertaalslag naar hun belevingswereld weten te maken. Het schrikbarende gebrek aan biculturelen tijdens ons congres heeft de noodzaak van zo’n vertaalslag pijnlijk duidelijk gemaakt. We kunnen niet over andere groepen praten, zonder ook vooral mét ze te praten en ze waar toepasselijk een podium te geven.

Die verbindende kracht is mijn andere sterke eigenschap. Mijn filosofie is niet alleen verzenden van informatie, maar actief betrekken van mensen, ook al is het soms maar ad hoc. Bij het organiseren van evenementen – niet alleen voor PINK! en PvdD, maar ook voor mijn werk buiten de politiek – heb ik altijd verschillende actoren met elkaar weten te verbinden op basis van wederkerigheid en (deels) overlappende belangen. Als freelance museumgids weet ik verschillende groepen (van kleuters tot ouderen, van vluchtelingen tot bankiers) op interactieve wijze te betrekken bij hedendaagse kunst en de link te maken met hun belevingswereld en actuele maatschappelijke kwesties. Als COC-vrijwilliger geef ik regelmatig LHBTQI-voorlichtingen op o.a. vmbo-scholen, waarbij ik interactie en dialoog stimuleer. Ik heb ontdekt dat erg veel mensen (vooral ook jongeren) op een positieve manier willen bijdragen aan de wereld, maar ze hebben vaak nog een klein steuntje in de rug nodig om uit te vinden op welke manier zij het beste kunnen bijdragen. En dat verschilt natuurlijk van persoon tot persoon. Mensen hoeven het niet op alle punten met mij of de PvdD eens te zijn: zolang ze maar op een of andere manier willen bijdragen aan een betere toekomst, zie ik ze als potentiële bondgenoten.

Verder wil ik laten zien dat een duurzame, diverse samenleving echt niet alleen iets is voor de stereotype ‘geitenwollensokken’. Daarvoor zoek ik graag bondgenoten die niet alleen deze ‘usual suspects’ vertegenwoordigen. Bondgenoten zoals generaal Middendorp die onlangs verklaarde dat er geen stabiliteit kan zijn zonder klimaatveiligheid. Of kunstenaar en uitvinder Daan Roosegaarde die met het project ‘sustainable dance floor’ laat zien dat duurzaam leven en iets goeds doen voor de wereld ook gewoon heel makkelijk en leuk kan zijn: het project omvat een interactieve dansvloer, die elektriciteit genereert doordat mensen erop dansen. Die elektriciteit wordt vervolgens gebruikt voor het geluid, lichten, e.d. in de discotheek. Een manier om letterlijk al dansend de aarde te redden: prachtig! Zulke positieve oplossingen wil ik stimuleren en meer focus op leggen.

Heb je tips voor leden van PINK! die zelf ook graag willen groeien in de partij?

Ga de politiek alsjeblieft niet in als je ‘groeien in de partij’ vooral gaat zien als carrière maken, alle aandacht op jezelf vestigen, je netwerk uitbreiden en veel geld verdienen. Als je dat wilt, ga dan het bedrijfsleven in: daar valt genoeg te halen. Er zitten nu al te veel mensen in de politiek alleen maar om hun eigen ego te strelen. Ga de politiek dus alleen in als je deze wereld op een of andere manier nog een stukje mooier wilt maken, niet alleen voor jezelf, maar voor ons allemaal. Zie de politiek daarbij vooral als slechts één van de tools om maatschappelijke en wettelijke veranderingen te realiseren en niet als doel an sich.

Als het bovenste goed zit (wat bij PINK!’ers ongetwijfeld het geval zal zijn), dan is het belangrijk om open te blijven van geest en niet bang te zijn je standpunt aan te passen als nieuwe inzichten je daartoe dwingen. Het meest ‘open’ blijf je door oprechte interesse in de verschillende mensen om je heen te tonen. Neem een bijna antropologische fascinatie over voor je medemens. Probeer te begrijpen waarom iemand op een bepaalde manier denkt en zoek verbinding. Vergeet niet dat niemand slechts één identiteit met zich meedraagt: naast een PINK!-er, kan je ook een basketballiefhebber zijn, een muzikant, een schrijver, een Brabander, een Europeaan, een broer, een kok, een student, een Star Wars-fan, een moslim, een hiphopper, een vegan, een LHBTQI’er. Kortom: je draagt allemaal identiteiten met je mee en die kun je prachtig gebruiken om verbinding te zoeken met mensen uit onverwachte hoeken. Gun mensen ook de tijd om nieuwe informatie tot zich te nemen en bepaalde aangeleerde, maar foute aannames, van zich af te schudden.

Ga naar musea waar je anders nooit komt, naar documentaires die je anders nooit ziet, naar buurtfeesten die je anders nooit bezoekt. Op die manier kunnen we ons inlevingsvermogen versterken, ons wereldbeeld verbreden en daarmee onze samenleving als geheel naar een hoger niveau tillen. Zo voorkomen we dat groepen zich gaan ingraven in hun eigen gelijk. Het zal je een mooier mens maken en daarmee ongetwijfeld een plekje bezorgen binnen de PvdD.

Je staat in de Tweede Kamer tijdens een debat over klimaatverandering. Mark Rutte informeert de kamer dat we geen overhaaste beslissingen willen maken met het gevaar onze economische groei te schaden. Jesse Klaver zegt dat we allemaal wat korter moeten douchen en vaker moeten carpoolen. Nu ben jij, je hebt maar weinig spreektijd en moet in een paar zinnen vertellen wat er écht moet gebeuren. Wat zeg je?

Iedereen kent wel ‘ons’ standpunt hierin. Daarom is mijn tactiek om de ‘niet-usual suspects’ erbij te betrekken. Ondernemers en militairen zullen VVD aanspreken. Wetenschappers en kunstenaars Groen Links. Al die groepen zullen ook een snaartje kunnen raken bij D66 en PvdA. Tijdens mijn spreektijd zou ik hele korte boodschappen (klimaat-oneliners) van prominente militairen (zoals generaal Middendorp), ondernemers (zoals Thomas Friedhoff van de VVD Young Professionals, die pleit voor volop inzetten in progressief klimaatbeleid en stellen van kaders door de overheid), etc. kunnen projecteren op de muur van de Tweede Kamer. Of ik laat een geluidsbestand horen waarop deze boodschappen (klimaat-oneliners) zijn opgenomen. Daarna spreek ik zoiets uit:

“Deze boodschappen laten zien dat er niet  alleen een grote dreiging uitgaat  van klimaatverandering, maar ook grote kansen voor het oprapen liggen; dat geeft ons als volksvertegenwoordigers de plicht om alles in het werk te stellen voor een snelle transitie naar een duurzame toekomst. Als verantwoordelijke overheid, samen met bedrijven, samen met wetenschappers, samen met creatieveling, samen met burgers. Het stellen van heldere en ambitieuze klimaatdoelen zal de urgente transitie naar een duurzame toekomst versnellen. Bedrijven weten dan immers waar ze aan toe zijn en zullen meer durven investeren in duurzame innovaties. Militairen, ondernemers, wetenschappers zijn allemaal klaar voor grote stappen en zijn in de trein naar een duurzame toekomst gestapt. Nu rest nog de vraag: gaan de politici eindelijk mee?”

Marianne Thieme is ontvoerd door een groep prominente CDA’ers die haar naar een onbewoond eiland hebben meegenomen. Jij mag een team van vier PvdD’ers en PINK!’ers samenstellen om samen met jou naar het eiland te gaan en haar te bevrijden. Wie kies je en waarom?

Eigenlijk geef je mij hier onvolledige informatie, waardoor ik nauwelijks een rationeel antwoord kan geven. Maar laat ik niet te moeilijk doen. We hebben veel competente en interessante mensen binnen PvdD en PINK! en namen vind ik meestal irrelevant. Daarom ga ik geen namen noemen, maar vier types kort beschrijven. Mensen mogen zelf bedenken welke naam ze daarop plakken.

In eerste instantie wil ik samen met de rest proberen Marianne van het onbewoonde eiland af te halen, zonder eerst een reis te moeten ondernemen naar het eiland. Scheelt in milieukosten (; Daarom zouden we eerst focussen op het inzetten van de publieke opinie en de opinie van de CDA-achterban als strategie. Het lijkt me voor de hand liggend dat de CDA-achterban zo’n grove en directe schending van de vrijheid van een democratisch gekozen politica hard zou afkeuren. Zelfs als die schending is verricht door mensen uit eigen partij. Bovendien is de CDA’er Arjan Erkel ooit zelf betrokken geweest bij een veelbesproken gijzeling: hij werd in Rusland ontvoerd en bijna twee jaar lang gevangengehouden. Inmiddels is hij terug in Nederland en staat op de kandidatenlijst van het CDA. Arjan en zijn netwerk zouden de ontvoering van Marianne ongetwijfeld een schande vinden en ons PvdD-team zou met Arjan kunnen samenwerken om de CDA-prominenten te overtuigen om Marianne vrij te laten.

De CDA-prominenten betrokken bij de ontvoering zullen hun betrokkenheid ongetwijfeld geheim proberen te houden voor hun achterban en het grote publiek. Om dit misdrijf van CDA-prominenten openbaar te maken zou mijn eerste keuze voor een lid van het PINK!/PvdD-reddingsteam vallen op:

– een ICT’er met capaciteiten om te hacken. Zij/hij zou alle digitale sporen van de ontvoering (planning, onderlinge communicatie, betrokken actoren, reis, betrokken locaties, et cetera) kunnen traceren. Een dreigement om deze sporen te onthullen aan het grote publiek zou in principe voldoende reden moeten zijn voor de CDA-prominenten om Marianne veilig terug naar de Tweede Kamer te brengen. CDA zou immers niet snel van zo’n imagoklap herstellen.

Voor de gesprekken zou ik iemand van de PvdD inzetten die goed ligt bij bijna alle partijen, maar zeker ook het CDA. Een persoon met doorzettingsvermogen en tegelijkertijd diplomatieke skills, die op good will van andere politici kan rekenen.

Mocht dat allemaal om wat voor reden niet werken dan zou ik mijn team aanvullen met nog twee mensen. Aangezien ik nu al behoorlijk lang aan het typen ben om je vragen te beantwoorden, geef ik mezelf het recht om de details over deze twee laatste personen uit ons ‘reddingsteam’ niet prijs te geven. Mochten mensen die het einde van dit interview hebben gehaald (doorzetters!) toch nog waanzinnig benieuwd zijn welke twee mensen ik in het team zou zetten (of misschien vind je jezelf het meest geschikt en wil je alvast solliciteren voor een plek in ons reddingsteam): spreek me gerust aan en kom een drankje met me drinken!

Leraren durven ethische dilemma's niet te bespreken

Opiniestuk door Joke Claessen, toenmalig bestuurslid

In het Nederlandse basisonderwijs wordt maar weinig gepraat over ethische kwesties, terwijl kinderen wel moeten leren over wat goed of slecht is. Docenten willen hun mening niet opdringen. Toch kun je ook ethische kwesties bespreken zonder een mening op te leggen.

Na de aanslag in Orlando start de docent van groep 8 de maandagochtend met een groepsgesprek. Hierbij worden vragen besproken als ‘Wat is nu eigenlijk een terrorist?’ en ‘Is een Moslim dan een terrorist?’ ‘Nee, want in de Koran staat dat je niet mag doden want dan ben je geen goed mens’ zegt een van de leerlingen. Een belangrijk gesprek volgens de docent. Want zo helpen de kinderen elkaar om het ‘moslim’ en ‘terrorist’ los van elkaar te zien.

Tijdens mijn afstudeeronderzoek voor de Bont voor Dieren kwam ik erachter dat het praten over maatschappelijke of ethische dilemma’s als dierenleed niet iets is wat op het programma staat in het basisonderwijs. Ik sprak hierover met docenten van groep 7 en 8. De meeste docenten zagen het belang in van educatie over bont. Het ligt dichtbij de interesses van kinderen. Sommige docenten waren echter bang de kinderen te beïnvloeden en wilden daarom het onderwerp niet bespreken.

‘Het is iets waar ik persoonlijk wel achter sta maar ik vind dat ik mijn mening niet kan opdringen aan de kinderen’, vertelde een van hen.

Leren denken over ethische vragen

Docenten blijven liever objectief, en worden ook geacht dit te zijn. Maar een kind moet naast rekenen, taal en aardrijkskunde toch ook weten wat er in de maatschappij speelt en daar een mening over kunnen vormen? Wanneer ethische vragen samen met de kinderen in de les worden onderzocht krijgt de docent ook een kans om objectief te blijven. Ethische vragen als: ‘Hoe kun je bewijzen dat God bestaat?’ ‘Kunnen vrouwen verliefd worden op elkaar?’ ‘Is roken slecht?’ ‘Is liegen fout?’ ‘Is het oké om dieren te doden voor een kledingstuk?’

In Australië is er een organisatie die ethieklessen geeft op scholen. Kinderen leren in deze lessen in plaats van wát ze moeten denken, hóe ze moeten denken. Er zijn geen goede of foute antwoorden. Kinderen leren goed te luisteren en te debatteren en op een respectvolle manier het met elkaar oneens te zijn (primaryethics.com, 2013).

Denken als een vaardigheid

Het ‘hóe denken’ kan gezien worden als een vaardigheid: het leren om informatie in een context te plaatsen. Zo is in de documentaire De rede van het kind (Diederen, 2008) een voorbeeld te zien van een kinderfilosofieles in de Duitse deelstaat Mecklenburg Vorpommern, waar filosofie deel uitmaakt van het onderwijs. De basisschoolkinderen gaan met een camera op pad en fotograferen wat ze tegenkomen in de stad. Een kind fotografeert een zwerver met een blik bier. Dit vindt hij lelijk, want de zwerver is een alcoholist. Als de kinderen vervolgens in gesprek zijn over de foto, vraagt een ander kind zich af of de man misschien niet gewoon een slechte dag heeft.

In de documentaire is te zien hoe de open en idealistische houding van kinderen wordt geactiveerd bij het bespreken van ethische dilemma’s. Kinderen kunnen van nature niet tegen onvrede en hebben de moed om vragen te stellen. Zo wordt er door de begeleidend docent een voorbeeld genoemd van een jongen die een radicaal rechtse uitspraak doet in de les. Ze benadrukt dat het van belang is dat het kind zich kan uiten. Maar over deze uiting van gedachte wisselen is cruciaal. Dan leert het kind zijn standpunt met argumenten te onderbouwen.

Het kind leert zo te redeneren. De docent legt zijn mening niet op maar faciliteert een dialoog waarbij kinderen leren omgaan met meningsverschillen. De docent is dus niet leidend maar begeleidend en het leerproces van het kind staat centraal.

Leren ethisch redeneren

Historische ontwikkelingen zoals de vrouwenemancipatie en de Kinderwet laten zien dat we moeten kunnen oordelen over wat goed en slecht is. Kinderen die leren ethisch te redeneren ontwikkelen de mogelijkheid een morele autoriteit in twijfel trekken. Dat is belangrijk voor kinderen die opgroeien in de huidige samenleving. Vroeger was de kerk deze morele autoriteit die kinderen leerde over het goede en het kwade maar door het secularisatieproces heeft deze haar politieke macht en maatschappelijke invloed grotendeels verloren (Demaerel, 2015). Er bestaat momenteel geen morele autoriteit die het overneemt.

Daarom is het ontzettend belangrijk dat kinderen worden aangemoedigd om een onderzoekend en verantwoordelijk leven te leiden in plaats van een weg te volgen zonder vragen te stellen. Het basisonderwijs heeft de mogelijkheden kinderen hierin te faciliteren. Ik roep hierbij docenten binnen het basisonderwijs op om deze verantwoordelijkheid op te pakken. De ethische ontwikkeling van een kind mag veel meer voorop staan. Beter vandaag dan morgen.

Bronnen

Demaerel, I. (2015, november 10) ‘Dringend gezocht: morele autoriteit’ Geraadpleegd op: 10 mei 2016.

Diederen, J. (2008, mei 16) ‘De rede van het kind’ Geraadpleegd op: 30 mei 2016.

PrimaryEthics (2013) ‘An introduction to philosophical Ethics’ (video) Geraadopleegd op 15 mei 2016.

http://www.socialevraagstukken.nl/sociale-praktijk/leraren-durven-ethische-dilemmas-niet-te-bespreken/

Terlouwmanifest

Het Terlouwmanifest is opgesteld door 10 politieke jongerenorganisaties, in samenwerking met gerenommeerd politicus en schrijver Jan Terlouw, om klimaat en milieu krachtiger op de politieke agenda te krijgen. Het was een krachtig signaal, dat liet zien hoe bezorgd jongeren van iedere politieke kleur zijn over onze toekomst.

De regering kan en moet aan de hand van concrete maatregelen leiderschap tonen om onze planeet te beschermen, nu en in de toekomst.

Visie op klimaat en milieu

1. Het kabinet maakt Nederland tot koploper op het gebied van duurzaamheid, en neemt concrete maatregelen om het Parijsakkoord na te komen

2. 'De vervuiler betaalt' wordt uitgangspunt van kabinetsbeleid
3. Het kabinet toetst iedere maatregel op effect op kwaliteit van de aarde, nu en in de toekomst

4. Multinationals moeten voldoende belasting betalen
5. De menselijke maat zal de norm zijn

Bekendmaking op De Wereld Draait Door

Op 24 februari 2017 waren Jan Terlouw en de voorzitters van (destijds) alle PJO’s in de studio bij De Wereld Draait Door om het manifest te presenteren. Onze voorzitter, Sebastiaan Wolswinkel, was ook aanwezig. Reacties uit de media kun je hieronder lezen.

Partij voor de Dieren dient moties in

De oproep van alle politieke jongerenorganisaties om de punten van het Terlouwmanifest op te nemen in het regeerakkoord kreeg gehoor van de Partij voor de Dieren. Partijleidster Marianne Thieme diende tweemaal een motie in om het manifest leidend te laten zijn bij de kabinetsformatie. Helaas werd dit beide keren weggestemd door partijen  die het zichzelf makkelijk wilden maken tijdens de onderhandelingen. Op de PvdD na, stemde geen enkele partij met de wens om te regeren voor.

Status

Verworpen

Voor

PvdD, SP, PvdA, 50PLUS, DENK

Tegen

VVD, PVV, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, FvD

DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks, reageerde sterk op de tegenstem van hun moederpartij. Daarnaast spraken ze hun verbazing uit over de stem van D66. Fractievoorzitter Alexander Pechtold had eerder positief gereageerd op het Terlouwmanifest.

Status

Verworpen

Voor

PvdD, SP, PvdA, 50PLUS

Tegen

VVD, PVV, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, DENK, FvD

Ons Geld symposium

Op 7 juli 2018 kregen alle PJO’s de kans om op het Ons Geld congres in Utrecht te spreken over het Terlouwmanifest. PINK! was uiteraard aanwezig.

Vervolg

Wij zoeken nog altijd kansen om het Terlouwmanifest meer aandacht te bieden, en vooral om de gestelde doelen te halen. De scholierenstaking voor het klimaat van september 2018 was bijvoorbeeld zo’n initiatief. Onze actiecommissie is altijd op zoek naar vrijwilligers om dit soort initiatieven te ondersteunen.

Interview Haydar Erol

Fiona Korthals, redactielid, en Ilse Smit, landelijk secretaris, spraken met Haydar Erol, wethouder dierenwelzijn in Beverwijk namens GroenLinks. Hij heeft ervoor gezorgd dat in zijn gemeente geen dieren meer worden gebruikt in circussen, en won daarom in 2015 de Gouden Wortel.

Hartelijk dank dat u ons wilt ontvangen! Vertel, hoe oud was u toen u politiek betrokken raakte?

Ik was een jaar of zestien/zeventien, ongeveer 40 jaar geleden inmiddels. Op die leeftijd begin je de wereld te leren kennen en om je heen te kijken. Ik ontdekte toen de ongelijkheid in de samenleving en vroeg me af: ‘Is dit nou goed, wat ik om me heen zie? Is dit normaal?’. Ik begon steeds meer vraagtekens te zetten bij dingen die ik in mijn omgeving zag. Ik begon over mijn toekomst na te denken en keuzes te maken. Politiek is niet anders dan het maken van keuzes. Ik ben tot mijn twintigste in Ankara actief geweest in de studentenbeweging. Ik heb daar aan de pedagogische academie gestudeerd. Tijdens de staatsgreep van de jaren 80 ben ik naar Griekenland gevlucht. De tijd die ik in Athene heb doorgebracht was ik ook politiek actief. Sinds 1987 woon ik in Nederland. Ik ben sinds de oprichting van GroenLinks lid van de partij.  Toen ik een jaar of drie in Nederland was, werd me gevraagd of ik belangstelling had om op de lijst te staan voor de gemeenteraadsverkiezing. Dat kon toen nog niet, ik woonde nog niet lang genoeg in Nederland.  Ik vond het interessant om bij te dragen aan de innovatie van mijn stad vanuit mijn eigen ideologie en perspectief. Je bent direct betrokken bij je stad; mooier kan het niet. Inmiddels loop ik bijna twintig jaar hier in de regio in het bestuursplatform in de gemeenteraad van Beverwijk. Ik ben 12 jaar raadslid geweest en sinds 6 jaar portefeuillehouder.

Kunt u een specifiek punt noemen wat u voor elkaar heeft gekregen waar u het meest trots op bent?

Ik ben trots op het besturen van een stad. Dat ik hier mijn invulling aan heb kunnen geven, zoals het dierenwelzijnsbeleid, maar ook het sociaal domein werk en inkomen, andere welzijndomeinen, onderwijs, zorg… Dat ik ook de mogelijkheid krijg om daar verdere invulling aan te geven, voor de innovatie van de samenleving. Dat ik iets terug kan doen voor de samenleving vind ik geweldig, dat zie ik als een taak voor mezelf.

U bent onder andere verantwoordelijk voor de portefeuille dierenwelzijn. Was het voor u belangrijk dat u deze portefeuille kreeg?

Ik heb me altijd al afgevraagd waarom dierenwelzijn in de samenleving bijna altijd een ondergeschoven kind is geweest. Wij, als mensen staan al heel lang stil bij ons eigen welzijn, en dat vind ik terecht, dat moeten we blijven doen. Maar waarom niet voor de dieren? Juist dieren kunnen niet vertellen wat ze leuk en niet leuk vinden, ze kunnen hun gevoelens niet uiten. Maar ze maken wel deel uit van onze samenleving. Als wij geen aandacht aan hen geven, wie gaat hen dan bijstaan? Een van de belangrijkste beleidsvoornemens van onze beleidsnota is dat wij dierenwelzijn als integraal voor de komende tijd gaan toetsen of dat voornemens van het ontwikkelen van de beleidsnota raakt, of dat dierenwelzijn daarin betrokken moet worden. Je kunt niet doen alsof dieren niet bestaan, want ze zijn er. Maar hoe gaan we met ze om? Dat is de motivatie vanuit ons waarom wij deze nota aan de raad hebben voorgelegd en wij hier de komende tijd ambitieus mee aan de slag willen gaan. In veel gemeentes is er niet zo veel aandacht voor dierenwelzijn, maar daar komt gelukkig wel verandering in, het leeft steeds meer. Dat is een goede ontwikkeling, maar je kunt er ook een stukje ambitie bovenop doen. Zodat andere gemeentes daar een voorbeeld aan kunnen nemen.

Is het lastig om in de gemeenteraad van Beverwijk bepaalde dingen met betrekking tot dierenwelzijn er doorheen te krijgen?

Cultuurhistorisch gezien was men bepaalde dingen niet helemaal gewend, zoals het circus zonder dieren. Toen wij dat voor hadden gesteld viel dat bij sommige fracties niet in goede aarde. Het leeft natuurlijk anders bij verschillende fracties, er speelt een heel ander gevoel. In het circus is het natuurlijk voor kleintjes misschien een plezier om die dieren te zien, maar hoeveel lijden de dieren wel niet? Desondanks dit sentiment, heeft het niet zo lang geduurd totdat het voorstel was aangenomen. Twee van de zeven fracties hebben tegengestemd, de overgrote meerderheid was enthousiast en positief. De gemeenteraad van Beverwijk is zeker progressief en innovatief. Maar wel met enige zorgvuldigheid.

Wat zou u graag deze collegeperiode nog willen veranderen?

Wat ik nog wenselijk zou vinden, wat heel erg leeft maar nog niet echt vorm heeft gekregen is hoe we de komende tijd innovatief met burgerinitiatieven omgaan. Dat vind ik nou een interessant vraagstuk. Ik zou graag een stip op de horizon willen zetten. We willen echt met z’n allen mensen van alle leeftijden en achtergronden faciliteren, een podium bieden, om hun creatieve ideeën naar voren te brengen. Hoe doe je dat? Dat vind ik een heel boeiend onderwerp om een basis voor te vinden. Ik hoop dat we daar een stap mee kunnen maken.

De volgende gemeenteraadsverkiezingen komen er alweer aan. Wat zou u willen zeggen tegen jongeren die erover twijfelen, of er misschien nog helemaal niet over hebben nagedacht, om actief te worden in een gemeenteraad?

Het is hartstikke leuk werk. Je leert heel veel waar je bij een studie nooit achter komt. Je ontwikkelt jezelf en leert ongelooflijk veel in de praktijk. Die ontwikkeling zul je nooit, bij geen enkele universiteit, meemaken. Je zult fouten maken, maar door die fouten, door het te doen, leer je het en zie je dat je ontwikkeling heel goed gaat. Het is een investering voor jezelf. Het gaat om je eigen toekomst. Het moet je liggen, dat je je in de politiek prettig voelt. Dan gaat het eigenlijk vanzelf, dat groeiproces. Maar je moet wel zelf oogsten, niet bij elke tegenslag zeggen ‘oh het is onmogelijk’. Er kan altijd iets tegenvallen, niet alleen in de politiek, maar ook in je leven. Maar je moet altijd blijven doorzetten. Je moet het echt zelf ervaren, ga eens naar een gemeenteraadsvergadering, of in gesprek met raadsleden in je omgeving. Er moet weer een nieuwe cultuur, nieuwe hoop in het land, nieuwe energie komen. We moeten een nieuw toekomstperspectief krijgen. Daar hebben we jongeren voor nodig.

Zijn jongeren politiek/maatschappelijk betrokken in uw gemeente?

We hebben een portefeuille jeugd. We hebben een jonger iemand laten werken die actief omgaat met jongeren op straat, drie buurt sportcoaches die activiteiten organiseren met jongeren en hen in verbinden brengen met welzijn, activiteiten, kunst en cultuur en andere takken van sport. In de raad zitten ook wel jongere generaties raadsleden, deze collegeperiode al meer dan de afgelopen collegeperiode, maar het kan altijd beter. Sommige jongeren maken al vrij vroeg een hele bewuste keuze om iets met politiek te doen, maar de meeste jongeren hebben in hun die levensfase vaak een hele andere soort belangstelling. Je moet doen wat goed voelt, wat goed voor je is, waar je blij van wordt. Dat is het belangrijkste. En dat kan bestuurlijke verantwoordelijkheid zijn, maatschappelijke verantwoordelijkheid of kunst en cultuur. En als je politieke affiniteit hebt, dan moet je dat vooral doen.  Daar wil ik jongeren bij helpen, ze stimuleren. Maar als je wat anders leuk vindt, dan moeten we dat ook stimuleren. De toekomst ligt in jullie eigen handen.

Waarom ik mij grotere zorgen maakte over Hillary

en waarom het toch verschrikkelijk is dat Trump heeft gewonnen

12 november 2016, door Sebastiaan Wolswinkel

Afgelopen dinsdag heeft een oranje oen het mandaat gekregen om de wereld te hervormen. Ik ben er al meerdere malen op aangesproken dat dit mij blij zou moeten maken, omdat ik al een tijdje loop rond te bazuinen dat ik Trump prefereerde (nadat Bernie afviel, en Jill Stein (Green Party) buiten beschouwing latende). Dat was voornamelijk om een beetje discussie op gang te krijgen over de verkiezingen, maar ik had naar mijn idee ook wel valide punten:

  1. Donald Trump zou felle oppositie hebben van de Democraten in het congres, maar ook van een redelijk aantal Republikeinen, waardoor hij niets tot nauwelijks iets voor elkaar zou krijgen als president. Hillary daarentegen had er op kunnen rekenen dat de meeste Democraten haar als schapen zouden hebben gevolgd, hoewel ook zij zou proberen de Amerikaanse burger verder te onderdrukken ten behoeve van de coöperaties wiens lobbyisten in DC zwermen. President George Bush Sr (R) kon Nafta – het vrijhandelsakkoord met Canada en Mexico – er niet doorheen krijgen, daar was Bill Clinton (D) voor nodig. Bush Jr (R) kon zijn enorme belastingvermindering voor de rijkenniet permanent maken, daar was Barack Obama (D) voor nodig. Progressieve oppositie voorkom je door een voorstel van een democraat te laten komen. Hillary zou een effectievere regressieve kracht zijn geweest.
  2. De Amerikaanse ‘cooperate media’ heeft zich tegen Trump gekeerd, maar was en is Clinton’s belangrijkste groep donoren2. Onder andere de manier waarop zij recente WikiLeaks negeerden heeft duidelijk gemaakt dat er geen omstandigheden denkbaar zijn waaronder zenders als CNN en MSNBC ooit kritisch naar haar zouden zijn. Veel gevaarlijker dan een makke, stille media kan niet.
  3. De laatste keer dat Amerika een dom iemand tot president verkoos (George Bush Jr, 2000) heeft Rusland, dat sinds de val van de Sovjet-Unie nauwelijks meer relevant was, de kans benut om zich te herstellen en haar economie in bijzonder rap tempo te groeien. Ik voorspelde dat als Trump, ook een idioot van een vent, verkozen zou worden, China zou zeggen, “Nu is het onze beurt,” en stappen zou zetten om de dominante positie van de VS over te nemen. Dat zie ik (voorzichtig) zitten, omdat ik China toch meer vertrouw met het aanpakken van klimaatverandering dan de VS3. Ik kijk uit naar de dag dat de VS geen supermacht meer is.
  4. Over Rusland gesproken, Trump heeft Putin meerdere malen gecomplimenteerd en aangegeven samen te willen werken om de problemen in het Midden-Oosten op te lossen (van hoge verwachtingen geen sprake) terwijl Clinton actief conflict lijkt op te zoeken met de rode vijand.
  5. Trumps overwinning zou een groot deel van de bevolking doen wakker schrikken en zorgen voor stevige oppositie van het volk bij iedere immorele of onverantwoordelijke beslissing die zijn kabinet probeert te nemen.

Ik geef toe dat Trump een ‘wild card’ is, niemand heeft een idee wat zijn intenties zijn voor het presidentschap, omdat hij een tegenkandidaat had die ook helemaal geen zin had om over beleid te praten. Veel van de dingen die hij ooit eens gesuggereerd heeft te doen of voor open te staan, zie ik ook niet gebeuren. Het moment dat hij de Geneefse Conventies negeert, het akkoord van Parijs verscheurt, de Verenigde Staten failliet verklaart zodat haar schuld vergeten wordt of een atoombom op Europa gooit, zal ik meteen toegeven dat ik hem onderschat heb (laatste geval uitgezonderd, misschien), maar Trump zal onder ongelooflijke druk komen om zich normaal te gedragen.

Dus waarom is het dan toch verschrikkelijk dat Trump gewonnen heeft? Omdat het niet gebeurde op basis van dergelijke redenen.

Omdat Trump dingen gezegd heeft waar je als presidentkandidaat niet mee weg zou moeten kunnen komen. Hillary heeft dat natuurlijk ook, maar zij deed het alleen achter gesloten deuren, waaruit blijkt dat ze wist dat haar uitingen onacceptabel waren. Een politicus die beweert dat alle Mexicanen verkrachters en moordenaars zijn, is een parasiet die de xenofobie van anderen gebruikt om stemmen te verzamelen. Wanneer er stemmen gewonnen kunnen worden door een mening die tot verdeeldheid leidt – en het leven van zekere burgers onveiliger maakt – zouden er alarmbellen af moeten gaan, maar Trump koestert het en wakkert het aan om zelf te profiteren.

Omdat hij valse beloften heeft gemaakt en zichzelf heeft gepresenteerd als een gekwalificeerd zakenman, terwijl hij meerdere malen failliet is geraakt door opmerkelijke stommiteit.

Omdat ook Trump zo corrupt als de pest is.

Omdat het proces dat hij doorlopen heeft niet tot het hoogste ambt op deze aardkloot zou moeten kunnen leiden. Op basis van wat het, helaas verkeerd geïnformeerde, Amerikaanse publiek wist, is het voor mij niet te bevatten dat the Donald hun keuze was, en dat baart me zorgen over Duitsland, Frankrijk en Nederland volgend jaar. Zal ik dat ook niet kunnen bevatten?

De zogenaamde ‘Bush Tax Cuts’

2 Om de positieve houding naar de Clintons te verklaren, verwijs ik naar de Telecommunications Act van 1996, die het mogelijk maakte dat zowat alle media  in de VS sindsdien is geconsolideerd tot 6 dankbare grootmachten.

China doet ook veel dat zorgen baart. Zo zijn Chinese bedrijven grote stukken jungleland aan het opkopen in Centraal Afrika, met de bedoeling om dat land te gebruiken voor de groeiende vleesconsumptie van het Chinese volk. Het grote verschil is dat de Chinese overheid, in tegenstelling tot die van de VS, klimaatverandering gewoon erkent, en handelt om het tegen te gaan. De Chinese overheid heeft ook veel meer invloed op het doen en laten van bedrijven in haar land dan de Amerikaanse overheid heeft.

Footnote

De volledige schuld van Trump’s presidentschap ligt bij de Democraten, en dat geeft hoop voor de Europese landen die volgend jaar landelijke verkiezingen houden, want het betekent dat de progressieven hier kunnen leren van de enorme fouten van de Amerikaanse liberalen. Zolang wij de mensen die standaard politici (begrijpelijkerwijs) zat zijn een alternatief geven voor het rechts populisme kunnen we voorkomen dat onze Trumpequivalenten er met de meeste invloed over het lot van ons land vandoor gaan. Daarvoor is het wel cruciaal dat we erkennen dat in een wereld die zo hard achteruit gaat, burgerparticipatie meer moet inhouden dan af en toe een stembus opzoeken om een lijsttrekker aan te vinken.

Latere footnote

Oké, ik heb hem onderschat. Maar waarom dacht ik dan ook dat hij onder druk zou staan om zich normaal te gedragen? Of eigenlijk, sinds wanneer is adequaat reageren op de aankomende klimaatcatastrofe normaal in de politiek?

Ik ben een millennial

11 november 2016, door Anne-Miep Vlasveld

Geboren in 1986 met een jeugd gedomineerd door lelijke truien, Cartoon Network en posters van boybands. Een jeugd met een vernieuwde opkomst van (extreem-)rechts, beginnende bij Pim Fortuyn en nu als toppunt de verkiezing van Trump als 45e president van de VS. Een jeugd waarin ik op 15-jarige leeftijd zag hoe een vliegtuig zich in de laatste Twin Tower boorde, hoe de “War on Terrorism” begon. Wat voor angst dat met zich meebracht. Angst voor een Derde Wereld Oorlog. Populisme, algemene uitdragingen van racisme. Bij elke nieuwe aanslag als eerste denken, “laat het alsjeblieft geen moslim zijn”. Zien dat dat wel het geval is. Facebook en het nieuws afsluiten. Bang. Niet voor moslims of andere bevolkingsgroepen. Bang voor de steeds groter wordende groep in de wereld die hardop zegt dat in Nederland geboren kinderen met Marokkaanse ouders terug moeten naar hun eigen land. Dat er een muur rondom Mexico moet worden gebouwd. Dat er geen plek is voor vluchtelingen, omdat het vrouwenverkrachters zijn die alleen uit zijn op onze banen. Druk bezig om rekruten te ronselen voor IS. Bang voor de wereld van morgen en het vertrouwen in de mensheid verliezen.

De wereld zou een plek vol liefde en mededogen moeten zijn. De wereld is een plek waar geld het belangrijkste geworden is. Waar het welzijn van mensen door derden wordt ingeruild voor meer rijkdom. Het moet anders. De status quo zoals we die kennen werkt niet meer. Niet voor de afgelopen generaties en ook niet voor de generaties erna. Maar of dit de oplossing is? Kiezen voor een narcistische, openlijk racistische, vrouwonvriendelijke, zelfverklaarde succesvolle zakenman? Ja, het moet anders: maar niet op deze manier. Het wordt tijd voor een nieuwe revolutie. Er wordt wel eens gezegd dat de millennialgeneratie niets meer heeft om voor te vechten. Er wordt gezegd dat de millennialgeneratie niets beters te doen heeft dan volwassenheid uit te stellen en lui op de bank hangen en verslaafd zijn aan de mobiele telefoon. Ik zeg dat dit niet klopt. Ja, we hebben geen Vietnamoorlog, geen baas in eigen buik (tenminste…), geen demonstraties voor vrouwenkiesrecht, geen “zonder woning geen kroning”, geen fluwelen revolutie, geen Dolle Mina’s. Er is wél iets om voor te vechten, met onze aarde en toekomst als grootste inzet.

Stop het one-issuedenken. Stop de absurde drang naar waanzinnige economische groei. Economische groei nastreven IS de status quo. Om verandering teweeg te brengen MOETEN we deze drang naar groei stoppen. Economische groei kan je niet eten of drinken. Je kunt er niet in wonen, het is geen manier om welzijn uit te drukken. Economische groei zorgt niet voor mededogen of persoonlijke vrijheid. Economische groei nastreven is de ketting die ons tot slaven maakt. Slaven tot iets waar je nooit maar dan ook nooit gelukkig van wordt. Dr. Guy McPherson schreef het op: “If you really think that the environment is less important than the economy, try holding your breath while counting your money”.

Het wordt tijd voor een groene vuist. Tijd om de status quo omver te werpen. Tijd om het heft in eigen hand te nemen en om op te staan voor onze aarde en toekomst! Tijd om je aan te sluiten bij de groene voorhoede. Tijd om te laten zien dat de millennialgeneratie wel bereid is om te vechten voor haar eigen toekomst. Om geen genoegen te nemen met de leeggeroofde planeet die aan ons doorgegeven wordt. Om een vuist te maken tegen populisme en haat. Om mededogen te tonen voor alles wat op aarde leeft en om te beseffen dat we zaken grondig op de schop zullen moeten nemen.

Daarom mijn oproep aan iedereen. Sluit je aan bij de groene voorhoede. Maak een vuist tegen de status quo! Sluit je aan bij PINK! en kom in actie. Nog nooit is iets belangrijker geweest dan dit. We kunnen onze koppen niet meer in het zand steken. We moeten in actie komen! We moeten onze manier van leven en denken aanpassen, anders is er niets meer om door te geven.

Kom in actie. Alsjeblieft.

Ik maak en vuist en sluit me aan bij de groene revolutie. Doe je mee?!

Actie Earth Overshoot Day'

8 augustus 2016

Earth Overshoot Day (EOD) viel dit jaar al op 8 augustus. De dag in het jaar waarop de wereldwijde productie en consumptie voorbij gaan aan wat de aarde in een jaar kan opbrengen. PINK! liep daarom een rouwtocht door de straten van Den Haag om de bewustwording omtrent deze dag te vergroten. PINK! roept de regering op om EOD uit te roepen tot dag van nationale rouw.

PINK! sprak mensen aan en gaf ze praktische tips over hoe ze hun ecologische impact op de aarde kunnen verkleinen. Zo zorgt het eten van minder dierlijk en meer plantaardig voedsel al voor een lager energieverbruik, minder oerwoud wat gekapt wordt en minder water wat wordt gebruikt en vervuild. Daarbij moet het kabinet ook inzien dat juist de bio-industrie verre van efficiënt is en dat er beleidsmatig ook op dat gebied een wereld te winnen is.

Maar weinig mensen weten wat Earth Overshoot Day is, laat staan dat ze zich bewust zijn van het feit dat het vandaag is. De manier waarop in het westen geproduceerd en geconsumeerd wordt heeft niet alleen directe gevolgen voor mensen in ontwikkelingsgebieden, ook toekomstige generaties zullen last hebben van onze leefstijl. Door in te teren op de reserves van de aarde, tasten we de kwaliteit van leven aan van alle wezens die na ons op aarde zullen leven. Daar moeten en kunnen we iets aan doen. Bewustwording van ons gedrag en de effecten van het beleid wat gevoerd wordt is een belangrijke eerste stap.

PINK! koos niet alleen voor Den Haag omdat het de politieke hoofdstad van Nederland is. De gemeente Den Haag scoort ook erg slecht op de gemeentelijke duurzaamheidsindex. Op het gebied van Milieu, Natuur en Grondstoffen scoort Den Haag een 3,8.

Ombudspersoon voor toekomstige generaties

Het voorstel voor een ombudspersoon voor toekomstige generaties was een initiatief van zes politieke jongeren organisaties: CDJA, Dwars, JD, JS, Perspectief en uiteraard PINK! zelf. Ons doel was om onze moederpartijen eraan te laten commiteren, in de verwachting dat dit een kamermeerderheid zou betekenen na de verkiezingen van begin 2017.

Opinieartikel

Op 14 juni 2016 werd het initiatief gelanceerd aan de hand van een opiniestuk in de Volkskrant.

Signering en overhandiging door PJOs

Op 19 juli 2016 bezocht een delegatie van verschillende PJO’s staatssecretaris van infrastructuur en milieu Sharon Dijksma om het manifest aan haar te overhandigen. Zij toonde haar steun door het manifest mede te ondertekenen.

Overhandiging aan staatssecretaris I&M

Sharon Dijksma neemt het manifest in ontvangst. Ilse Smit (links) is aanwezig namens PINK!

PINK! amendeert verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren

Op 27 november 2016 vond het 23e partijcongres plaats van de Partij voor de Dieren. Vicevoorzitter Ilse Smit verdedigde succesvol een amendement op het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, dat zij in samenwerking met Sebastiaan Wolswinkel had geschreven, om de partij zich uit te laten spreken voor een ombudspersoon voor toekomstige generaties.

Het was geen verrassende overwinning. Het idee lag geheel in lijn met de idealen van onze moederpartij en haar bestuur had dan ook een positief advies gegeven voor het amendement.

Chap, where's my country?

Column n.a.v. het Brexit referendum, door Sebastiaan Wolswinkel

“If this is right, Theresa May hasn’t got the massive support from the country she was hoping to get, to allow her to do whatever it is she wanted to do, which she never told us.”

Schitterende woorden van nieuwscommentator David Dimbleby bij het zien van de exit poll van de Britse verkiezingen op 8 juni. De uitslag was inderdaad in strijd met May’s verwaande verwachtingen.  Van de enorme overwinning waar ze op gerekend had, en die het districtenstelsel in het Verenigd Koninkrijk mogelijk maakt, was geen sprake. Sterker nog, de volgende dag werd de voorspelling bevestigd dat geen enkele partij een absolute meerderheid had. De verkiezingen, die een chaotische campagnetijd en ontbinding van het parlement betekenden, hadden vervolgens tot meer “kracht en stabiliteit” moeten leiden – net op tijd voor het begin van de Brexit-onderhandelingen met Brussel. Het tegenoverstelde is gebeurd, en daarmee is het uitroepen van deze verkiezingen de grootste miscalculatie in de Britse politiek sinds de referendumbelofte waarmee David Cameron de verkiezingen in 2015 naar zich toe trok. Dat is inderdaad niet lang geleden. Mijn moederland verkeert in chaos.

Om dit debacle grondig te ontleden, moeten we terug naar het opstellen van de Magna Carta in 1215, maar dat gaan we niet doen. We kunnen ook beginnen in de late dertiger jaren van de afgelopen eeuw, toen begon te blijken dat het verdrag van Versailles geen handige manier was geweest om een wereldoorlog af te ronden, en de intenties voor het verenigen van Europa die daarom snel na de Tweede Wereldoorlog ontstonden. Ook dat doen we niet. Zelfs aan het toetreden van het VK tot de EEC in 1973, en het referendum van 1975 waarin de Britten de kans kregen om goed te keuren wat al gebeurd was, wijden wij weinig woorden.

Sterker nog, ik begin post-Brexit referendum. Zowat alle politici die niet primair bekend stonden om hun lachwekkendheid hadden wekenlang het land rondgereisd om burgers te overtuigen dat één van de twee opties die ze voorgeschoteld hadden gekregen tot grote problemen zou leiden, maar ze hadden te weinig nadruk gelegd op het feit dat bananen best krom mogen zijn wat Brussel betreft, en dat Groot-Brittannië geen deel van Shengen is en reeds grensbewaking had. Het Britse volk had daarop gereageerd door de eerste ‘f*ck you’ die het zogenaamde politieke establishment in 2016 te verduren kreeg. David Cameron gaf toe dat hij als Bremainer niet juiste persoon was om het land verder te besturen, en maakte plaats voor Theresa May – een Bremainer.

Toen volgde een ongelooflijke transformatie, aangedreven door opportunisme en een ongezond hechte band tussen de conservatieven en zekere mediamagnaten waarvan ons land gelukkig geen equivalenten kent. Onder het mom van de betekenisloze leus, “Brexit means Brexit,” werd eenieder die kritische vragen durfde te stellen over leugens die de uitslag hadden beïnvloed of het proces dat zou volgen belast als vijand van de democratie. Het kabinet van May besloot het resultaat te interpreteren als een wens om de Europese Economische Ruimte te verlaten. Dat kwam neer op een aanname dat minder dan 4% van mensen die voor Brexit stemden binnen de EER wilden blijven. Ze probeerden het parlement te omzeilen, en jaagden woede over een onafhankelijke rechterlijke macht aan toen de supreme court erop wees dat beide huizen – lager en hoger – inspraak dienden te hebben. Dit terwijl het overgrote merendeel van de oppositie allang had aangegeven de wensen van het volk te honoreren. “Hoe durven lords, die niet verkozen zijn, hun taak serieus te nemen,” jammerde May, de niet verkozen premier. Het parlement diende niet te worden betrokken, zo beweerde het kabinet tijdens het debat – begin februari – waar rechters hen toe hadden gedwongen, want dan zou informatie vrijkomen over de onderhandelingsstrategie, en dat zou in Brussel gehoord worden en tegen hen kunnen worden gebruikt. Dezelfde redenering werd gebruikt om te argumenteren dat het parlement niet eens op de hoogte zou moeten worden gehouden. Parlementariërs zouden via de media mee kunnen krijgen wat er gaande is, net als het volk. Zelfs ministers klaagden dat zij nauwelijks geïnformeerd werden.

If I no longer give you the benefit of my judgment and simply follow your orders, I am not serving you; I am betraying you.

Kenneth Clarke
Parlementslid voor de Conservatives

May weigerde inzicht te geven in de intenties van haar en de weinige collega’s die nog iets te zeggen hadden binnen haar kabinet. Het bleef vooral bij “Brexit means Brexit.” Op gegeven moment ging ze zo ver om te specificeren dat ze een “red, white and blue Brexit” voor ogen had, maar dat was het. Één ding beloofde ze wel: het land had stabiliteit nodig, en er zouden dus geen verkiezingen komen.

Toen op 18 april een lessenaar voor nr. 10 (de woning van de premier) verscheen die was gedecoreerd voor een aankondiging namens de conservatives, niet namens het hoofd van de Britse regering, waren speculaties over een verbroken belofte gelijk geloofwaardig. “We hebben meer stabiliteit nodig dan een absolute meerderheid mij geeft,” kondigde ze vrij letterlijk aan. Het was duidelijk dat deze verkiezingen een formaliteit zouden zijn. Theresa May’s populariteit was enorm: de voormalige remainer die tot bekering was gekomen, omdat ze niets liever wilde dan de wil van het volk uitvoeren; die de conservatieve MP’s had weten te verenigen na het polariserende referendum en de oppositie klein had gekregen – een voorproefje van wat ze in Brussel zou doen, met de Duitse autofabrikanten als bondgenoten, die namelijk bijna geheel van export naar Groot-Brittannië afhankelijk bleken te zijn. De markt was ook verrassend stabiel gebleven. May had profijt van de doemscenario’s waarmee hyperbolische remainers het volk hadden overspoeld, omdat het nu deels aan haar te wijden leek dat deze niet waren uitgekomen. Het uitroepen van verkiezingen was een meesterlijke zet, want niemand in de oppositie zou zo stom zijn om erop te wijzen dat ze hiermee een belofte had gebroken, en daarmee de indruk geven dat ze niet dankbaar waren voor deze kans om kiezers te overtuigen. Natuurlijk moesten andere partijen de indruk wekken dat ze deze kans omarmden, maar deden ze dat niet.

De Scottish Nationalists hadden in 2015 een ongelooflijke vijfenvijftig van zesenvijftig zetels in Schotland gewonnen, dus die konden alleen maar verliezen, en Labour zat vast aan Jeremy Corbyn als leider, een vegetarische pacifistische socialist die door de sensatiepers tot IRA-sympatisant gelieerd aan Hamas was gemaakt, en die niet eens het vertrouwen van zijn eigen partij genoot. Dat tweede was gedeeltelijk waar. Gevestigde partijlieden die groot waren geworden in het New Labour-tijdperk van Tony Blair en Gordon Brown hadden meerdere malen geprobeerd om van hem af te komen. Na afloop van het referendum stapten 23 van de 31 shadow ministers op – prominente MP’s wiens portefeuille overeenkomt met één van de ministeries. Later die zomer nam Corbyn het controversiële besluit om te pleiten tegen het vernieuwen van Trident, de Britse kernwapens. Zijn MP’s keerden zich tegen hem, en hij verloor een vote of no confidence overtuigend. Zijn MP’s weigerden ook hem te nomineren voor de verkiezing tot partijleider, maar de NEC (National Executive Committee) besloot dat de uitgedaagde leider automatisch recht had om mee te doen. Wel legden ze beperkingen op welke leden mochten stemmen, omdat er een indruk was dat Corbyn de vorige verkiezingen had gewonnen doordat mensen in grote getale tijdelijk partijlid waren geworden om Labour te saboteren. In september 2016 won Corbyn met 62% van de stemmen. Zijn leden hadden nog volle vertrouwen in hun leider. Sommige partijprominenten legden zich neer bij het resultaat, maar anderen keken met genoegen uit naar aankomende by-elections (tussentijdse verkiezingen in gebieden waar het parlementslid vroegtijdig is opgestapt) waar een verlies door Labour onder Corbyn waarschijnlijk leek, en zijn positie nog verder zou verzwakken. Één van de twee, Copeland, was inderdaad voor het eerst sinds 1935 door de Tories gewonnen toen May de verkiezingen uitriep. Labour zou geen weerstand kunnen bieden, en May kon rekenen op zo’n grote meerderheid dat weerstand hopeloos zou zijn, ook voor partijgenoten. Ze probeerde ook niet te verbergen dat het haar daar om te doen was. Toen ze de verkiezingen uitriep, zei ze letterlijk, “there should be unity in Westminster, but instead there is division,” waarmee ze meteen mensen verder verdeelde in zij die het jammer vinden als hun premier niet begrijpt hoe democratie werkt, en zij die masochistisch genoeg zijn om geen inspraak te willen.

De eerste paar weken hadden de Tories niet door dat er iets mis was. De duizenden mensen die naar Corbyn’s rallies kwamen vielen niet op, en zijn populariteit onder jongeren was niet bepaald beangstigend. Verkiezingen gaan tenslotte om stemmers, niet stemgerechtigden. Het was de mensen uitgelegd dat Labour’s ideeën niet serieus te nemen waren – dat je alleen zou voorstellen dat verpleegsters een loon verdienen waar ze van kunnen leven als je denkt dat er een “magic money tree” is om het te financieren – en dus bleef er maar één partij over die hoe dan ook voor Brexit zou gaan. Het was niet de eerste keer dat een vrouwelijk lid van het establishment verkiezingen helemaal om haar liet draaien, overtuigd dat ze zo korte metten zou maken met een populist die grote groepen mensen wist te enthousiasmeren door zijn integriteit, openheid en oprechtheid. Clinton had haar kunnen waarschuwen, ‘Hij doet me een beetje aan Bernie denken, en jullie hebben een minder rijke traditie van corruptie om hem de mond te snoeren.” Clinton zou gelijk hebben gehad. De Britse media is zeer neutraal tijdens campagneperiode, en dat gaf Corbyn kansen om zijn verhaal over te brengen, die hij maar al te graag benutte. Ondertussen was May onzichtbaar. #wherestheresa deed het goed.

Op 3 mei werd duidelijk dat het tij gekeerd moest worden, en haalde Theresa uit naar Brusselse politici, door te beweren dat zij probeerden de verkiezingen te verstoren. Zelfs the Guardian, weliswaar een linkse krant, maar zeer objectief en respectvol van de neutraliteitsregels die tijdens campagne gelden, noemde de beweringen “extraordinary”. De beschuldiging kwam nadat Juncker had laten weten een heel moeilijk gesprek met haar te hebben gehad in nr. 10.

De Labour manifesto, met begroting, werd positief ontvangen. De Torie manifesto, zonder begroting, schrok veel oude kiezers af en maakte duidelijk dat de conservatives hadden ingeschat dat hun stemmen een gegeven waren. Het werd niet beter toen prominente conservatives toegaven dat zij hier commentaar over zouden hebben gehad als hen inspraak was gegeven, en slechter toen May de plannen aanpaste op basis van populariteit, en vervolgens beweerde dat er niets veranderd was. Corbyn bleek een relateerbaar persoon, die zich al decennia lang zonder enige behoefte aan waardering inzet voor een betere wereld. May bleek stil te vallen bij vragen waarop het politiek tactische antwoord niet meteen in haar opkwam.

I don’t think I’m similar to any of the characters in Harry Potter, but they are a great read for adults as well as for children.

Theresa May
Premier & Partijleidster van de Conservatives

Corbyn klom steeds verder omhoog in de polls, en May zakte. Van de overweldigende 24 punten verschil waarmee de partijen begonnen bleef weinig over. Twee terroristische aanslagen, in Manchester en London, leken dat proces te zullen keren. Conservatieven zijn in de perceptie altijd sterker geweest op het gebied van law and order, en Corbyn’s pacifistische neigingen en principiële bezwaren tegen shoot-to-kill waren altijd al zwakke punten geweest voor de Labourcampagne. Toch was er ook veel kritiek op de conservatieven, onder wie het aantal agenten afgelopen jaren landelijk met 20.000 is afgenomen. May’s bereidheid om mensenrechten te schenden om harder op te kunnen treden tegen terroristen was voor sommigen een valide alternatief, maar gelukkig niet voor iedereen.

Op de dag van de verkiezingen leek het niet rooskleurig voor de Corbynites. Hoewel een redelijke opkomst van de jeugd niet onvoorstelbaar was, gegeven hoeveel spijt de groep had van hun afwezigheid bij Brexit referendum, en hoe weinig trek ze hadden in een groter schuldgevoel, betekende het bijna gelijke percentage stemmers weinig. Het districtenstelsel kon Labour nog steeds de nek omdraaien. Zij zouden stemmen delen met LibDems, Greens en de landelijke partijen van Schotland en Wales, terwijl de Tories vooral stemmers uitwisselen met de UK Indepedence Party, en daar was duidelijk nauwelijks iets van over. Het volk was UKIP dankbaar voor Brexit, maar beschouwden hun stukje in de politieke geschiedenis daarmee afgehandeld. De grote hoop was dat Theresa’s meerderheid minder dan 30 zou stijgen. Dat zou dermate slecht zijn ten opzichte van de verwachtingen op basis waarvan ze haar geen-verkiezingsbelofte had gebroken, zou de verkiezingen zo’n gedoe voor bijna niets maken, dat prominente conservatives hun messen zouden slijpen. De bookies gaven een “Et tu, Boris?”-moment een kans van 50 op 1.

En toen dus die exit poll waar David Dimbleby zo verbouwereerd over was. Maar meer dan dat: 72% van de jongeren bleek te hebben gestemd, ten opzichte van 69% van alle stemgerechtigden. Labour won Kensington, het gebied in London waar de vele musea te vinden zijn, en de rijkste constituency van het land. Sinds de Tweede Wereldoorlog is stemmen toename voor Labour nog nooit zo groot geweest. Ze hebben jong en oud verenigd; arm en rijk. Er is geen regio in het land meer die er hopeloos uitziet voor Labour. Vooral het totaalbeeld was opvallend prachtig – de conservatives zijn hun meerderheid kwijt. Er zal geluisterd moeten worden.

Helaas duurde de euforie niet al te lang. May kreeg toestemming van de koningin om een regering te vormen, en kijkt daarvoor naar de DUP, de Democratic Unionist Party van Noord-Ierland. Een restant van een protestantse extremistische beweging, bestaande uit klimaatsceptici en tegenstanders van LHBT-rechten, ten opzichte van wie de regering in Westminster neutraal zou moeten zijn volgens de Good Friday Agreement die zorgde voor een eind aan dertig jaar semi-burgeroorlog in Noord-Ierland. May heeft zich nu van hun steun afhankelijk gesteld voor haar meerderheid, en daarmee de grootste miscalculatie gemaakt in de Britse politiek sinds het uitroepen van de verkiezingen van de dag daarvoor. Dat is inderdaad niet lang geleden.

Ondertussen beginnen de Brexit-onderhandelingen eindelijk over een week. Dat wordt een tweejarig proces tijdens welke iedere dag 2000 jongeren in het Verenigd Koninkrijk 18 worden en 1500 ouderen sterven. Maar dat weerhield mijn volk er niet van om de Liberal Democrats voor gek te verklaren toen ze het voorstel deden dat er aan het eind van het proces over de Brexit Deal gestemd zou kunnen worden – datmaal niet op basis van speculatie, maar op basis van duidelijkheid over wat er met de beste intenties te bereiken viel.