Een natuurinclusieve samenleving is er niet alleen voor de mens

Gisteren presenteerde de Jonge Klimaatbeweging hun nieuwe visiedocument, de Jonge Klimaatagenda 3.0. Het idee is dat deze klimaatagenda beschrijft hoe Nederland er in 2040 uit zal zien in een ideale wereld. Hiervoor zijn meerdere rondes van Klimaatdialogen georganiseerd, waarbij afgevaardigden van allerlei jongerenorganisaties hebben kunnen meepraten over de verschillende onderwerpen. Ook PINK! was bij deze Klimaatdialogen aanwezig. 

Helaas heeft PINK! moeten besluiten om de Jonge Klimaatagenda 3.0 niet te ondertekenen. PINK! draagt de Jonge Klimaatbeweging een warm hart toe en is blij dat er steeds meer gebeurt op het gebied van jongerenparticipatie. Daarom was dit geen makkelijke beslissing. Doorslaggevend was het opnemen van verschillende niet-duurzame energiebronnen en de mens-centrale ondertoon van het hele stuk. Dit artikel licht onze kritiek puntsgewijs toe.

 

Kernenergie

Er wordt in het visiedocument gepleit voor verschillende vormen van “duurzame” energie, waar PINK! niet achter staat. Eén daarvan is kernenergie. Het is al een stap vooruit dat kernenergie niet bestempeld wordt als hernieuwbaar, omdat het afhankelijk blijft van een eindige bron: uranium. PINK! vindt dat er ook als “laatste redmiddel” geen kernenergie moet komen. Zeker geen nieuwe kerncentrale. De kosten, materialen, tijd én schadelijke uitstoot voor een kerncentrale leiden alleen maar af van de daadwerkelijke oplossing: betere en wellicht nieuwe bronnen van écht duurzame, hernieuwbare energie. PINK! stopt deze middelen liever in onderzoek en productie van deze bronnen.

 

Biomassa

Ook wordt er gepleit voor biomassa van reststromen. Ook dit is een stap vooruit ten opzichte van de massale ontbossing en vervuilende transport, waar biomassa nu mee gepaard gaat. Het blijft alleen zo dat biomassa verre van gezond is voor dier en milieu. Er komen allerlei schadelijke stoffen vrij bij de verbranding, zoals fijnstof. Dat maakt energie uit biomassa verre van duurzaam, ook als het gaat om reststromen. 

 

‘Groen’ gas

Een andere energiebron, die wordt aangedragen in de Jonge Klimaatagenda, is ‘groen’ gas. Tussen aanhalingstekens, want hoe groen is dat gas nou echt? Groen gas wordt gemaakt door het vergisten van groente-, fruit- en tuinafval, maar ook afval uit de landbouw of industrie. Denk bijvoorbeeld aan mest, maar soms ook wel eens slachtafval. Het gas dat door de vergisting vrij komt, moet eerst nog gezuiverd worden. Stoffen als zwavel en CO2 moeten worden verwijderd. Dit kost ook weer veel energie en geld. De term ‘groen gas’ is vaak misleidend, omdat het niet per definitie duurzaam is. De bron is lang niet altijd duurzaam, en de productie ervan ook niet.

 

Mens-centraal

Daarnaast is het stuk erg mens-centraal geschreven. PINK! is van mening dat het mens-centrale denken een van de oorzaken van de huidige problemen rondom klimaat en biodiversiteit is. Zo staat er bijvoorbeeld “[o]p deze manier beschermen we wat ons in leven houdt en zal helpen overleven in de toekomst”. Dit is een dienstbare blik op de natuur. Er staat wel dat wederkerigheid centraal moet staat in onze relatie met de natuur, maar dit concept mist in de rest van het stuk. Het gaat alleen over het nemen en profiteren van de natuur, in plaats van de intrinsieke waarde van de natuur te erkennen. Hierbij zouden we een voorbeeld moeten nemen aan hoe inheemse volkeren samenleven met de natuur. Zij dragen op het moment zorg  voor 80% van de biodiversiteit op de wereld. Het is een groot gemis dat de kennis van inheemse volkeren niet wordt omarmd in deze visie op de toekomst. Het lijkt alsof we het wiel opnieuw moeten uitvinden, terwijl de kennis gewoon al in de wereld te vinden is.  

 

Waar zijn de dieren?

Niet alleen de natuur wordt tekort gedaan in de Jonge Klimaatagenda: de rechten en het welzijn van niet-menselijke dieren missen vrijwel helemaal in het stuk. Er wordt alleen gesproken over dieren wanneer zij toevallig ook profijt hebben van de maatregelen voor mensen. Of wanneer zij een rol hebben in het in stand houden van een wereld waar mensen kunnen leven. PINK! ziet de intrinsieke waarde van dieren. Ook zonder nut voor de mensen hebben zij recht op een gezonde leefomgeving. Dierenwelzijn wordt zelfs alleen benoemd in relatie tot ons voedselsysteem. Dierenwelzijn moet een belangrijk aandachtspunt zijn bij álle activiteiten die we als mens ondernemen. Dán is er pas sprake van wederkerigheid.

Kortom, de Jonge Klimaatagenda schetst een visie van de toekomst waar PINK! zich niet in kan vinden. Dieren moeten een centralere rol kijken in onze samenleving, en we moeten durven te kiezen voor echte duurzame oplossingen in plaats van afleidingsmanoeuvres richting oplossingen die vooral goed zijn voor de fossiele en bio-industrie. Zodat in 2040 en nog lang daarna de planeet leefbaar blijft voor alle levende wezens.

Meer weten? 

  • Lees hier de Jonge Klimaatagenda 3.0
  • Lees hier het politiek programma van PINK!

Waarden om tot de kern te komen - verslag

Op woensdag 7 september bood de Raad van leefomgeving en infrastructuur (Rli) een rapport aan de Minister van Klimaat en Energie aan. Het rapport geeft advies over de (politiek) besluitvorming rondom kernenergie. Ons bestuurslid Organisatie Miroya en bestuurslid Politiek Nicole waren bij de overhandiging. We vroegen naar het verminderen van energieverbruik, hoe jongeren betrokken worden bij de besluitvorming en of het rapport lessen had getrokken uit de besluitvorming rondom de RESsen.

De titel van het rapport zegt het al: “besluiten over kernenergie vanuit waarden”. Het rapport beschrijft eerst hoe er in de samenleving door de jaren heen over kernenergie is gedacht en gepraat. Je ziet hierbij dat de emoties vaak hoog oplopen, bijvoorbeeld wanneer er weer een incident heeft plaatsgevonden bij een kerncentrale. Tegelijkertijd zie je dat de discussie over kernenergie vaak vooral focust op wetenschap en techniek. Dit zag je goed terug in een videoreactie van Ed Nijpels. Nijpels was de voorzitter van het Klimaatberaad in 2018 en 2019, en is nu voorzitter van het Voortgangsoverleg Klimaatakkoord. Hij sprak in zijn reactie voornamelijk over het afwegen van de voors en tegens en over de financiële dekking. Tussen neus en lippen door benoemde hij nog dat veiligheid ook wel handig is, maar deed dit af als minder belangrijk. En dat is precies waar het pijnpunt ligt volgens de Rli.

In maatschappelijke discussies wordt vaak over feiten en wetenschappelijke kennis gesproken, alsof dat waardevrije zaken zijn. Daarbij wordt vergeten dat welke feiten je belangrijk vindt, of wat je prioriteit geeft, bepaald wordt door de onderliggende waarden die je hebt. Het rapport concludeert dan ook dat het maatschappelijke debat niet alleen moet gaan over technische kennis, maar ook over ethiek.

In het advies worden vijf waarden genoemd, die steeds terugkeren in het gesprek rondom kernenergie, namelijk: energiezekerheid, betaalbaarheid, veiligheid, duurzaamheid en rechtvaardigheid. Deze waarden moeten centraal staan in het gesprek over de rol van kernenergie in het Nederlandse energiesysteem. Dat gebeurt vaak al, maar op de achtergrond. De Rli adviseert dit expliciet te maken. De hoop is dat de maatschappelijke discussie op deze manier minder tegenstellingen oproept. Het expliciet benoemen van wat men belangrijk vindt en waarom iemand energiezekerheid bijvoorbeeld boven veiligheid plaatst, helpt bij het onderlinge begrip. 

Naast het expliciet gebruiken van deze vijf waarden, adviseert de Rli om de feitenkennis te vergroten en kernenergie niet als een los onderdeel te zien, maar te behandelen als onderdeel van het energiesysteem. Ze stellen vier kennisvragen en zeven beleidsvragen voor als leidraad voor de maatschappelijke discussie en de politieke besluitvorming (zie afbeelding). Ook adviseren ze burgers te betrekken bij de afweging van de waarden die centraal staan in het gesprek over kernenergie.

De urgentie klinkt ook in het rapport. We hebben niet zoveel tijd meer om keuzes te maken over welke energiebronnen we willen inzetten. Het werd niet genoemd in de presentatie, maar na een vraag van Miroya kwam gelukkig naar voren dat het advies ook ingaat op energiebesparing als een belangrijke afweging voor onze toekomstige energievoorziening. Ook benadrukten we, net als de aanwezige afgevaardigden van de Jonge Klimaatbeweging, het belang van jongeren betrekken bij besluitvorming over zaken als het toekomstige energiesysteem. Wij zijn immers de groep die er nog het langste mee door moet. 

Het rapport is een overzicht van belangrijke afwegingen die volgens de Rli gemaakt moeten worden om tot een breed gedragen besluit te komen. In het rapport zelf worden dus geen conclusies getrokken over over of we wel of geen kerncentrale nodig hebben in Nederland. Of over hoe het vervolgproces richting het besluit door de politiek wordt vormgegeven. Het advies stemt hoopvol doordat er verder wordt gekeken dan alleen cijfertjes, dus nu is het duimen dat het niet in ergens in een la blijft liggen.

Lees meer over het rapport en kijk de bijeenkomst terug via de website van de Rli.

Brief aan ministers over energietoeslag voor studenten

De rechtbank in Gelderland heeft bepaald dat studenten recht hebben op energietoeslag – een goede ontwikkeling! Nu is de taak aan gemeenten om de energietoeslag uit te keren, maar hier hebben gemeenten geen geld en tijd voor… Wanneer er binnen gemeentes capaciteit wordt vrijgemaakt om de energietoeslag aan studenten uit te keren, betekent dit dat andere (uitkerings)aanvragen langer zullen duren. Dit verplaatst het probleem van de ene doelgroep naar de andere. Er moet dus een andere oplossing komen om ervoor te zorgen dat studenten spoedig de energietoeslag ontvangen waar ze recht op hebben, zónder dat andere geldbehoevenden langer op hun tegemoetkoming moeten wachten.

Daarom roept PINK! samen met verschillende gemeenten en andere PJO’s op tot een landelijke regeling zodat iedere student in Nederland zo snel mogelijk gecompenseerd wordt. Bijvoorbeeld via DUO zou de energietoeslag heel efficiënt uitgekeerd kunnen worden. De brief is gericht aan minister Dijkgraaf voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en minister Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen.

PvdA kan door CETA laten zien wat hun rood-groene belofte waard is

Voorzitter Xenia en Bestuurslid Politiek Ilse schreven samen met twee bestuursleden van DWARS een opinieartikel over de rol van de Partij van de Arbeid in het tegenhouden van handelsverdrag CETA. Het artikel gepubliceerd op de website van BNNVARA en hier te lezen.

Helaas heeft de fractie van de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer inmiddels tóch voor CETA gestemd… Een tegenslag voor dier, natuur en milieu. 

BRUL! artikelen over oud-PINK! politici

Over twee maanden is de BRUL! er weer, het verenigingsblad van PINK!

Drie artikelen delen wij nu alvast, omdat die ook relevant zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen.

We interviewden Jules Vaessen, derde PINK! lijsttrekker in Maastricht. Bredase Cynthia Pallandt, fractievoorzitter waterschap Brabantse Delta, schreef over asieldieren en wat de gemeente voor hen kan betekenen. En tot slot is er een artikel n.a.v. een interview van Pieter Groenewege, lijsttrekker Partij voor de Dieren Dordrecht met een unieke levensloop.

Heel veel leesplezier alvast!

Indra heeft dit artikel afgerond over de plek voor “true prices” in onze maatschappij. Waar, als ergens, zijn zij op hun plek, en waarom? Met veel dank aan Baukje Rooda voor de illustratie.

Een plek voor “true prices”, slechts tijdelijk

Opinie, door Indra Gesink, 01-01-2022

In dit stuk bespreek ik waar, als ergens, “true prices” op hun plek zijn en waarom. Met “true prices” krijgen producten “echte” prijzen, in contrast met de huidige gebruikelijke prijzen. Ik leg dit uit en betoog dat de ruimte hiervoor onder andere ingekaderd dient te worden door: een competent ecosysteem voor informatieverspreiding, democratie, wetgeving tegen ecocide en de waarborging van vele andere rechten.

Eerst de uitleg. En allereerst een aardige. Met een “true price” wordt niet alleen gekeken naar ‘profit’, maar wordt daarnaast ook de impact bekeken op ‘people’ en ‘planet’. Betaalt een bedrijf haar werknemers bijvoorbeeld onder het minimumloon? De extra kosten die dit bedrijf zou maken als zij haar werknemers wel dit loon zou betalen wordt doorgerekend per individueel product en opgeteld bij de prijs om zo tot de “true price” te komen. Een ander voorbeeld is als er CO2 wordt uitgestoten. Hoe duur is het om dat te voorkomen, of om het te compenseren? Ook dit wordt dan per individueel product verrekend en toegevoegd aan de gebruikelijke prijs om zo tot de “true price” te komen.

Hiermee zijn deze twee problemen natuurlijk nog niet opgelost. Wel is het zo dat de consument met deze “true prices” dan beter geïnformeerd is. En bovendien wordt dan met weinig tekst, eigenlijk met een enkel getal, veel informatie overgebracht. Op deze manier kan de consument betere keuzes maken. Dat is het idee. Daarbij is het – met een relevante uitzondering waar ik tot slot op terug kom – bij de aanschaf niet de bedoeling dat je de echte prijs gaat betalen. Dat zou met name de slechtste bedrijven financieel belonen. Het is daarentegen de bedoeling dat je geïnformeerd producten kiest waarbij je de echte prijs meeneemt naast de normale prijs, en waarbij je beide prijzen natuurlijk liever laag als hoog hebt. Dit stimuleert de bedrijven om ook de echte prijs van hun producten te verlagen, en dus om ook goed te zorgen voor ‘people’ en ‘planet’.

En dat is een positieve zaak! De informatiepositie van de consumenten wordt versterkt en vervolgens kunnen zij zo de bedrijven beter aansporen. Dit maakt nu in de praktijk ook dat de bedrijven die ervoor kiezen om “true prices” weer te geven, bijvoorbeeld in de (eerste) True Price Store in Amsterdam, de bedrijven zijn met gunstige en dus lage “true prices”. Het zijn de koplopers, de bedrijven die zich als de goeden profileren. Het is onder andere om deze reden dat “true pricing” weleens corporate social responsibility, of CSR, 2.0 wordt genoemd. CSR draait echter vaak om perceptie, in plaats van feitelijke en transparante vooruitgang. En zoals Greta Thunberg dat zo iconisch omschrijft: “blah blah blah”.

Ik betwijfel of zoiets genoeg is. En vraag mij af of het niet zelfs averechts werkt of op een andere manier negatieve effecten geeft. Zijn er ook negatieve kanten aan het idee van “true prices”? En zo ja welke?

Allereerst, met “ware of echte prijzen”, wordt er aanspraak gemaakt op de waarheid. Werkelijke, gebruikelijke prijzen komen echter tot stand in de markt. In de afwezigheid van een markt waarin een daadwerkelijke prijs tot stand kan komen, is een alternatief, zoals een “true price”, voorlopig wellicht gunstig. Maar dit is dan een gemodelleerde weergave van de werkelijkheid, en dus niet een echte maar juist een schijnprijs. Laat mij dit illustreren aan de hand van de eerdere voorbeelden. Als er onder een minimaal loon is betaald, dan is het extra geld dat aan loon uitgegeven had moeten worden terug te vinden in de “true price”. Als het bedrijf die uitgave echter daadwerkelijk zou doen, dan zou het bedrijf ook betere en/of blijere medewerkers hebben: positieve effecten die het bedrijf en daarmee de consument weer verder helpen. Zodoende is de daadwerkelijke prijs in dit geval, als het bedrijf het minimale loon daadwerkelijk zou gaan betalen, lager dan de “true price”. In het andere voorbeeld met CO2-emmisies worden, in het geval van compensatie, waarschijnlijk bomen elders bijgeplant. Het op deze manier vervangen van bomen verstoort de natuurlijke ecosystemen waar inbedding in is. En is de “true price” van de herplanting ook geïncorporeerd? In het andere geval van voorkomen is vaak nieuwe technologie nodig, wat aanvankelijk erg duur is maar als je er daadwerkelijk mee aan de slag gaat wordt de prijs daarvan ook lager; doordat de markt daarvoor zich ontwikkelt. Dan is het ook belangrijk dat nieuwe spelers de markt kunnen instromen. De “true price” moet dan in plaats van gemodelleerd worden, afgelezen worden van een (daadwerkelijke) prijs om representatief te zijn. Die daadwerkelijke prijs kan namelijk heel rap veranderen. En hierin representatief zijn is belangrijk want anders krijgen de consumenten misinformatie en maken zij door een minder goede informatiepositie minder goede keuzes; een verergering van het originele probleem dat de organisatie True Price wil aanpakken. De bedrijven die gebruik maken van “true prices” worden anders niet per se transparanter maar portretteren zich wel, mogelijk en waarschijnlijk op een manier die voor zichzelf gunstig is; een terugkerend patroon in CSR.

Ten tweede conflicteert het belang van de (lokale) democratie mogelijk met “true prices”. In het eerste voorbeeld heb ik bijvoorbeeld het minimumloon genoemd. Maar welke hoogte moet dit hebben? Een te laag minimumloon veroorzaakt wellicht uitbuiting van de werknemers. En een te hoog minimumloon zorgt er wellicht voor dat werkgelegenheid verdwijnt, en dat terwijl dat voor individuen of families het enige pad uit de armoede kan zijn geweest, welke daarmee voor hen is afgesloten. Het moge uit het eerste voorbeeld nu duidelijk zijn dat een “true price” impliciet een oordeel over het minimumloon velt, met mogelijk dus negatieve effecten als gevolg. Wellicht is het het beste om de lokale democratie hierin de keuze te laten maken, over hoe hun eigen minimumloon te bepalen. Hetzelfde geldt voor de omgang met het milieu, zoals in het tweede voorbeeld. En het vermogen om zelf te bepalen is overigens ook vastgelegd in rechten: het recht op zelfdeterminatie of zelfbeschikking. Faciliteert de organisatie True Price dit niet dan hebben “true prices” wat mij betreft te veel gemeenschappelijk met handelsverdragen, waarin “ISDS”* conflicten afhandelt waarbij de lokale gemeenschap gepasseerd wordt. Als de besluiten van de lokale gemeenschap wel als leidend worden genomen moet de “true price” zich daar ook in een passend tempo aan aanpassen. Ook dient er geen ondermijning te zijn van diezelfde democratie.

Ten derde botst een “true price” met het idee van een onvervreemdbare of intrinsieke waarde. Niet van alles is de waarde in geld uit te drukken. Dat wat niet in geld uit te drukken valt, valt noodzakelijkerwijs dus buiten een “true price”. Bijvoorbeeld de waarde van het respecteren van een democratie, mensenleven en/of lokale gemeenschap. Als er sprake is van het schenden van individuele of collectieve rechten zou dat als kwalitatieve informatie bij de “true price” vermeld moeten worden. Zo niet dan geeft de “true price” een misinformerend beeld, met name vanwege
haar aanspraak op de waarheid (en niets dan de waarheid), al impliciet aanwezig in haar naam. Een voorbeeld hiervan is bij het toe-eigenen van land met olie, bijvoorbeeld door Shell en ten koste van een lokale gemeenschap. Een zogeheten “landgrab”, een groot probleem. Mijns inziens dient een “true price” in dit geval geen rol te spelen in plaats van een daadwerkelijke prijs. Ofwel de lokale gemeenschap heeft vrijwillig ingestemd met de toe-eigening van het land, ofwel niet en er is sprake van ondermijning, verdrijving of andersoortig machtsmisbruik. In het eerste geval is er een daadwerkelijke prijs tot stand gekomen waarbij de “true price”, ten minste als de democratische wil van deze lokale gemeenschap wordt gerespecteerd, daar niks aan toevoegt. In het tweede geval is er sprake van incorrect handelen, wat als kwalitatieve informatie bij een “true price” extra vermeld zou moeten worden maar geen plek kan vinden in de “true price” zelf en eigenlijk zou het natuurlijk nooit hebben moeten gebeuren. Vele rechten zijn dus onvervreemdbaar en moeten gerespecteerd worden. Indien dit toch niet gebeurt dient de straf als gevolg niet te berekenbaar te zijn, zodat deze niet ingecalculeerd kan worden, bijvoorbeeld in een “true price”. In plaats daarvan dient de straf groot en toenemend te zijn, om zo respect en behoorlijk gedrag af te dwingen. Wetgeving tegen ecocide zou ditzelfde ook afdwingen met betrekking tot de criminele daad van het grootschalig of langdurig vernietigen van ecosystemen.

Illustratie van een (echte) beprijzing van onze planeet Aarde. Met dank aan Baukje Rooda.

Dan beloofde ik nog een relevante uitzondering op dat je een “true price” simpelweg betaalt aan een desbetreffend bedrijf. Dit is de constructie dat de extra betaling vrijwillig is, bovendien besteed wordt aan het oplossen van de problemen die de “true price” aangeeft, en daar bovendien ook het juiste bedrag voor is. Dit kan echter belangenverstrengeling veroorzaken. Een bedrijf creëert een probleem, maar ontvangt vervolgens ook geld om het probleem op te lossen. Met als gevolg het probleem dat het bedrijf zowel een belang heeft om het probleem aan te pakken, als een belang om het probleem niet aan te pakken, welke elkaar opheffen tot aan mogelijke onverschilligheid. En verder, is hetzelfde bedrijf wel de beste partij om de door haar veroorzaakte problemen op te lossen? Wellicht is een andere partij daar geschikter voor, en zijn daadwerkelijke prijzen dus weer passender dan “true prices”, om dan niet ongepast te ‘nudgen’.

Tot slot, wat zou iets beters kunnen zijn? In andere woorden, welk alternatief ondervindt niet de hier uiteengezette tekortkomingen? Oxford onderzoeker Joseph Poore geeft een voorbeeld voor specifiek de impact van eten op het milieu. Hij staat labels op eetwaren voor, niet met een “echte prijs” maar met het verbruik van water, uitstoot, gebruik van pesticiden en de impact op biodiversiteit. Het laatste is een kwalitatieve score, zodat dit gemixt wordt met verdere kwantitatieve informatie. Het geheel is soortgelijk als de labels op bijvoorbeeld koelkasten en lijdt niet aan de benoemde tekortkomingen van “true prices”. Zo wordt er bij de waardering geen aanspraak gemaakt op “de waarheid”, met alle consequenties daarvan van dien, waaronder misinformatie en geen waardering van onvervreemdbare of intrinsieke waarden. En zo blijft de consument dan ook vrij om de impacts zelf tegen normen, en waarden, aan te leggen. Op deze manier oordeelt de burger zelf en ontstaat het mogelijke spanningsveld met democratische waarden niet of minder. Ook is de methodiek die Poore ontwikkelt open source en transparant.

En dan nog de beantwoording van de door mij gestelde vraag. Waar, als ergens, is er een plek voor “true prices”? Als we in een wereld komen te leven met ecocidewetgeving, en de vernietiging van ecosystemen dus een criminele daad is, waar het ecosysteem voor informatievoorziening en het rechtssysteem competent is, zodat we er ook van uit kunnen gaan dat deze criminele daden effectief geweerd worden, en waar True Price middels boycots ook aan meewerkt, en waar dit bovendien ook geldt voor alle andere relevante rechten, zonder afbreuk van democratieën. Een uitermate uitdagende taak. Maar dan is er wat mij betreft ruimte voor “true prices”, tijdelijk, en als daarbij dan ook het ecosysteem voor informatieverspreiding zo competent is dat verscheidene soorten misplaatste aanspraken op de waarheid gecorrigeerd worden. En vanwege welke positieve invloed dan wel? En waarom slechts tijdelijk? Als een aansporing om echte markten te ontwikkelen. Als niet een verzwakking maar een versterking van het ecosysteem voor informatieverspreiding, en waarna de aansporende en gemodelleerde “true price” ook weer vervangen kan worden door een daadwerkelijke prijs. Uiteindelijk zijn er dan wellicht verschillende varianten van eenzelfde product waarbij de ethiek van het proces erachter varieert. En dat is niet hetzelfde als wat er nu gebeurd met “true prices”. Het past namelijk geheel binnen het huidige economische systeem. Maar dan wel binnen een verstevigd kader.

De mate waarin dit laatste een lastige conclusie is om te bereiken is voor een deel het gevolg van het taalgebruik met “true prices”. Het doet een aanspraak op de waarheid en is ondoorzichtigheid in wat er nou precies mee wordt bedoeld. Een herkenbare trend binnen CSR. Mijn consistente gebruik van aanhalingstekens in dit artikel rondom het concept true price heeft middels het afzwakken van die aanspraak op de waarheid hopelijk meegeholpen met het begrip.

* Dit is de afkorting voor: Investor State Dispute Settlement.

De Nederlandse Klimaatmissie

 

Bestrijd de klimaatcrisis met de Nederlandse Klimaatmissie. Dé missie waarin wetenschappers en jongeren samen gaan om in 10 jaar naar 0% CO2-uitstoot te gaan. De politici van nu doen te weinig en wij zitten straks met de sores. Lees de plannen in de folder & teken de petitie!

Lees hier de plannen in de folder: 

Teken hier de petitie.

 

Politieke jongerenorganisaties: nieuw kabinet moet sneller in actie komen voor Rookvrije Generatie

Op maandag 31 mei, Wereld Niet-Rokendag, bundelen de politieke jongerenorganisaties hun krachten en doen een gezamenlijke oproep aan de politiek: het nieuwe kabinet moet sneller in actie komen om te zorgen dat kinderen rookvrij kunnen opgroeien.   

Nog steeds sterven 55 mensen per dag aan de gevolgen van roken. En elke week beginnen  honderden kinderen met roken. Dit is onacceptabel vinden de politieke jongerenorganisaties. De maatregelen in het Preventieakkoord moeten volgens hen sneller en concreter.  

Hilde Wendel van de JOVD (VVD), Léonie Janssen van Jonge Democraten (D66), Sander van der Goes van DWARS (GroenLinks), Tom Scheepstra van CDJA (CDA), Lotte Demarteau van Jonge Socialisten (PvdA), Bina Chirino van PerspectieF (CU), Leander Tramper van SGPJ (SGP) en Ilse Oldenburg van PINK! (PvdD) maakten samen een oproepvideo voor hun moederpartijen en delen deze op Wereld Niet-Rokendag via social media.

Zie ook www.rookvrijegeneratie.nl

Een (voor)aankondiging van de oproep vindt u hier:

Column dierendag

04-10-2020 geschreven door Ilse Oldenburg

                                                                                                                                                           

Voorgeschoteld worden met een vleesje1 leek voor velen van ons (als kind) waarschijnlijk de normaalste zaak van de wereld of zelfs vanzelfsprekend. Een ingesleten norm die onderdeel is van carnisme, al is de rol van vleesje niet voor elk dier “weggelegd”. Voornamelijk het varken, de koe en de kip worden als meest geschikte kandidaten gezien. Hoe komt dat? Huisdieren zijn immers populair en doorgaans prominent aanwezig in ons leven, maar schijnbaar niet op ons bord. Een norm en gedachtegoed waarbij het plaatsen van vraagtekens gepast zou zijn, want is het ene dier waardevoller dan het ander? Wat betekent dit en hoe komt dat?

Het fenomeen waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende soorten dieren, op basis van morele waardigheid, heet speciesisme. In deze context wordt het eten van huisdieren als immoreel bestempeld, daarentegen wordt het eten van dieren zoals de koe gerechtvaardigd en gebagatelliseerd. Het onderscheid en de machtsverhouding tussen menselijke en niet-menselijke dieren valt zo ook onder speciesisme.

Gelukkig blijft het bewustzijn omtrent dierenwelzijn groeien, zowel op nationaal als mondiaal niveau, met als positieve bijkomstigheid: meer interesse in vegetarisme en veganisme. Tevens heeft het in Nederland geleid tot een daling in vleesconsumptie3 wat de trend flexitarisme een groter podium heeft gegeven. Gezien de zichtbaarheid en reikwijdte van sociale media en dergelijke platforms zou er gezegd kunnen worden dat de kern van het probleem niet zit in het gebrek aan bewustzijn dan wel onwetendheid van de mens.

Met deze kennis – en het feit dat vleesconsumptie gelijk staat aan dierenleed – lijkt  het antwoord op de vraag wat mensen tegenhoudt om volledig4 te stoppen met het consumeren van dierlijke producten minder voor de hand liggend. Zou het eten van dierlijke producten dan zo verankerd zitten in onze cultuur of zit de aard van het beestje ergens anders?

Cognitieve dissonantie5 zou, naast carnisme, helderheid kunnen geven over de psyche van de mens bij het consumeren van vlees. Een vergelijking ter illustratie van deze “rolspeler”. Niemand doet alsof, zonder aanleiding, pro-dierenleed te zijn. Integendeel men lijkt dan wel is en masse tegen dierenleed, bij een eenduidige opvatting zoals deze zou het wenselijk zijn om te minderen dan wel stoppen met het consumeren van vlees. Een opvatting die in de praktijk slechts ter symbool lijkt te dienen, aangezien het aantal vegetariërs en veganisten (4% – 6 % van de bevolking) niet opweegt tegen het aantal mensen dat vlees blijft consumeren. Een toppunt van inconsistentie en tegenstrijdigheid waarin men (h)erkent dat het eten van huisdieren zoals een hond onethisch is, maar deze norm niet doortrekt op alle andere niet-menselijke dieren. Toch gaat dit niet op wanneer men in de supermarkt staat en zonder gene weer kilo’s kipfilets inslaat.

Kortom, het ligt doorgaans niet aan het feit dat men onwetend is of zich niet bewust is van het dierenleed maar aan de bewuste keuze om daar niet bij stil te staan en (waar mogelijk) naar te handelen.

1 In deze context wordt gerefereerd naar de normalisering en ingesleten norm wat betreft het consumeren van vlees. Door gebruik te maken van een verkleinwoord, zoals vleesje, wordt de suggesties gewekt dat het dier ondergeschikt is aan de mens, dit is in deze tekst sarcastisch gebruikt.
2 De ideologie die mensen conditioneert om de consumptie van vlees te rechtvaardigen.
3 Genuanceerd, gezien de vleesconsumptie recentelijk gestegen is.
4 In sommige gevallen is het niet vanzelfsprekend dan wel mogelijk om een volledig vleesloos bestaan/plantaardige levensstijl (na) te leven, dit is in acht genomen bij het schrijven van deze column. Elke (tussen)stap wordt gezien als een vooruit, de intentie is niet het persoonlijk afvalligen van individuen.
5 Bij cognitieve dissonantie is in deze column een focus gelegd op twee kenmerken van deze inconsistentie, namelijk: twee tegenstrijdige gedachten en het gedrag wat men vertoont kom niet overeen met eigen opvattingen.

Disclaimer: deze column gaat specifiek in op de psyche van de mens ten aanzien van vleesconsumptie, de economische belangen (van de melk- en vleesindustrie) die globaal gezien de grootste impact hebben en fors bijdragen aan de instandhouding van het probleem, zijn buiten beschouwing gelaten. De colum richt zich op de verhoudingen in Nederland.

Dierendag

⚠️Trigger warning⚠️ je ziet hier nare beelden uit de varkensindustrie.
De dag dat we dieren in het zonnetje zetten. Dat we ons huisdier een extra knuffel geven. Maar terwijl onze huisdieren vertroeteld worden, zitten koeien, kippen en andere dieren voor en door óns in gevangenschap. Voor deze dieren is er geen dierendag. Maar waarom? Wat is het verschil?