Onderwijs

Goed onderwijs, in welke vorm dan ook, is de voorwaarde voor een gezonde en goed functionerende samenleving en cruciaal voor de zelfontplooiing van de mens. Onderwijs moet gaan over persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijk bewustzijn en niet louter over een toekomstige economische bijdrage. In het onderwijs moet er daarom ruimte zijn voor reflectie op de maatschappij.

Onderwijs dient ter zelfontplooiing en dient dan ook (jonge) individuen zo goed mogelijk in aanraking te laten komen en met inzicht te geven in de vele facetten van het bestaan. Verschillende wetenschappelijke disciplines (alfa, bèta en gamma) zijn daarvoor nodig en zorgen voor een verrijking van het leven. Ze zetten aan het denken en maken kritische reflectie mogelijk. Studeren moet dan ook:

  • Voor iedereen betaalbaar zijn.
  • Daarnaast is het van belang dat het onderwijs passend is, en wordt gebaseerd op aanleg, belangstelling en de talenten van het individu.
  • Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp dat in het onderwijs aan bod moet komen en dierproefpractica moeten worden afgeschaft.

Onderwijs is een grondrecht. PINK! is voor een systeem van studiefinanciering, waarbij de basisbeurs een voorwaardelijke gift is. Een ‘sociaal’ leenstelsel is geenszins sociaal en werkt als een sloopkogel tegen de pilaar van het onderwijs waar de samenleving op steunt: het leenstelsel haalt de kernwaarden van goed onderwijs onderuit. Het is onverantwoord om jongeren nog voordat ze hun studie hebben afgerond al op te zadelen met een enorme financiële schuld.

  • Iedereen moet in staat worden gesteld onderwijs te volgen op zijn eigen niveau, ongeacht zijn sociaal-economische positie. Om de toegankelijkheid van studeren te vergroten zijn voorzieningen als de studenten-ov-chipkaart en een goed, duurzaam en betaalbaar aanbod van studentenhuisvesting ook essentieel.
  • Ook minderjarige MBO´ers hebben recht op een studentenreisproduct. Een manier om in studentenhuisvesting te voorzien is om leegstaande kantoorpanden een nieuwe bestemming te geven als studentenhuizen.

In de studietijd van het hoger onderwijs moeten studenten aangemoedigd worden hun horizon te verbreden.

  • Studenten mogen niet belemmerd worden als zij een tweede studie willen volgen of wanneer zij zich willen ontplooien door middel van nevenactiviteiten, zoals bestuursfuncties of vrijwilligerswerk.
  • Om die reden moet er geen boete komen voor ‘langstudeerders’.

Dierproeven horen niet thuis in het onderwijs. PINK! is daarom van mening dat:

  • Het gebruik van dieren in practica moet worden afgeschaft. Zolang de volledige afschaffing nog niet gerealiseerd is, moeten leerlingen pro-actief op de huidige mogelijkheid om deze practica te weigeren gewezen worden.
  • Voorts moeten er meer alternatieven voor dierproeven beschikbaar komen in het onderwijs en moeten de alternatieven meer onder de aandacht gebracht worden.
  • Er komt een (overheids)campagne om leerlingen en onderwijsinstellingen op de hoogte te brengen van de rechten van dierproefweigeraars en de beschikbare alternatieven: Nee zeggen mag!

Voor het instandhouden van een leefbare planeet, ook voor toekomstige generaties, is het noodzakelijk dat het aandeel van duurzame ontwikkeling in het Nederlandse onderwijs wordt vergroot.

  • Hiertoe moeten de onderwerpen dieren, natuur, milieu en duurzaamheid integraal in het lesaanbod van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs worden opgenomen.
  • De vorming van leerlingen op deze aspecten is een wezenlijk onderdeel van de maatschappelijke vorming. Deze legt tevens de basis voor een duurzame samenleving en een leefbare planeet.
  • In het basis- en middelbaar onderwijs komt er aandacht voor (gezonde) voeding.
  • Op school wordt een gezond leefpatroon gestimuleerd, onder andere door schoolfruit uit de regio (in plaats van schoolmelk) aan te bieden, het inrichten van een schooltuin te ondersteunen en door het stimuleren van sport en beweging.
  • Ook in het lesprogramma krijgen leerlingen meer informatie over een gezonde leefstijl.

Onderwijs en goed wetenschappelijk onderzoek zijn zo waardevol en leveren zo veel op, dat we het ons niet kunnen veroorloven om er op te bezuinigen. Vanwege het maatschappelijk belang van wetenschappelijk onderzoek dient het onafhankelijk te zijn van de waan van de dag. Wetenschappelijk onderzoek heeft een intrinsieke waarde en het is daarom belangrijk dat ook kleinere studies en disciplines behouden blijven en van (onderzoeks)geld worden voorzien.

  • Alle universiteiten vallen voortaan onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ook de Wageningen UR, die nu nog onder het ministerie van Economische Zaken valt.

Hoewel het (middelbaar) beroepsonderwijs op veel punten verschilt van het hoger onderwijs, is het niet minder belangrijk. Momenteel wordt het beroepsonderwijs nog te theoretisch benaderd.

  • Er moet meer ruimte zijn voor een praktische insteek van de opleiding.
  • Het is hierbij van belang dat er voldoende en blijvend goed opgeleide docenten zijn die een salaris krijgen dat past bij het belangrijke werk dat ze doen.
  • Door een beter opleidingsniveau te bewerkstelligen zal het aanzien van de docent vanuit de maatschappij toenemen.

Er dient ook speciale aandacht te zijn voor passend onderwijs. Zij die extra aandacht en begeleiding nodig hebben, dienen die ook te krijgen.

  • Er wordt dan ook niet bezuinigd op passend onderwijs.
  • Zorgbehoevende kinderen mogen niet enkel uit financiële overwegingen in het reguliere onderwijs worden geplaatst.

Op dit moment gaat meer dan de helft van de kinderen in Nederland naar een religieuze school. PINK! is van mening dat religieuze onderwijs de ontwikkeling van kinderen niet ten goede komt. In veel gevallen zorgt het namelijk niet voor een verrijking, maar juist van een verarming van het wereldbeeld. PINK! pleit daarom voor:

  • Het afschaffen van religieus onderwijs in Nederland. Dit betekent niet dat kinderen geen les moeten krijgen over de verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen die er zijn.
  • Levensbeschouwelijke, spirituele en filosofische vorming is en blijft in dat opzicht een belangrijk onderdeel van het curriculum.