Landbouw en Voedselvoorziening

PINK! hecht veel waarde aan een duurzame voedselvoorziening, zodat toekomstige generaties niet in de problemen zullen geraken door onze consumptiewijze. Hierbij is een andere denkwijze belangrijk: dieren zullen niet langer gezien moeten worden als machines en landbouw niet als een industrie. In de praktijk houdt dit een verbod op de en intensieve veehouderij en meer respect voor dieren in, alsook een regionale en gifvrije landbouw met een eerlijk inkomen voor de boer.

Een eiwittransitie naar een meer plantaardig voedingspatroon en minder dierlijke eiwitten is zeer belangrijk om te zorgen voor een duurzame voedselvoorziening voor iedereen. PINK! vindt dat de overheid een belangrijke rol speelt in deze overgang. Zo kan er een vleestax ingevoerd worden, maar kunnen ook ontwikkelingen naar plantaardige vlees-, zuivel- en visvervangers worden ondersteund en kan een plantaardig voedingspatroon worden gepromoot.

Aan de productie van plantaardige voeding kan wat betreft duurzaamheid veel worden verbeterd en dit moet dan ook zeker gebeuren. Zo zal de landbouw minder afhankelijk moeten worden van fossiele grondstoffen (kunstmest) en chemische bestrijdingsmiddelen en zullen de monoculturen plaats moeten maken voor een agro-ecologische landbouw met wisselteelt. Glastuinbouw kan overgaan op een gesloten kassysteem voor meer energiebesparing en duurzamer worden door hergebruik van nutriënten en water.
De omslag naar duurzame gifvrije landbouw kan alleen gemaakt worden als boeren hierbij hulp krijgen. PINK! is voor afschaffing van de landbouwsubsidies op termijn, maar daar staat tegenover dat boeren actief geholpen zullen worden om te schakelen. Biologische plantaardige producten worden gepromoot zodat boeren ook zonder subsidie een eerlijke prijs krijgen voor hun product. En natuurlijk zullen mensen zonder omwegen via subsidies een reëlere prijs voor hun producten gaan betalen, die niet alleen bij tussenhandelaren blijft hangen. Mensen zullen ook weer moeten leren waar hun voedsel vandaan komt, ook om voedselverspilling tegen te gaan. Regionale landbouw wordt bevorderd maar stadslandbouw kan hierin ook een belangrijke rol spelen. Houdbaarheidsdata moeten niet langer verspilling in de hand werken, een andere regelgeving kan dit aanpakken.

Bij iedere vorm van omgang van mensen met dieren moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de zwaarte van de belangen van mensen en de zwaarte van de belangen van dieren. Naarmate het menselijk belang minder noodzakelijk is en de gevolgen voor de dierlijke belangen schadelijker zijn, vermindert de morele rechtvaardiging om de belangen van dieren aan te tasten.

Wanneer het gaat om de fok van, de huisvesting van, het transport van en het doden van dieren voor consumptiedoeleinden, wegen de belangen van dieren veel zwaarder dan de belangen van mensen. Het menselijk belang is op z’n hoogst triviaal. Mensen hebben geen dierlijke producten nodig voor een gezonde levensstijl. Het gaat mensen om de smaak of de textuur. Het dierlijke belang is daarentegen fundamenteel. Al hun belangen en vrijheden zijn ervan afhankelijk dat wij hen niet fokken, huisvesten, transporteren en doden voor consumptiedoeleinden.

De fok van, de huisvesting van, het transport van en het doden van dieren voor consumptiedoeleinden is dan ook immoreel. Daarom zet PINK! zich op de lange termijn in voor een einde aan die activiteiten.

PINK! is tegenstander van genetische manipulatie en klonen. Gentechgewassen zorgden voor een toegenomen gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen. Bovendien vormen deze gewassen een gevaar omdat zij zich kunnen mengen met gangbare en biologische gewassen. Nederland moet zich verre houden van het verbouwen van gentechgewassen en zich daarnaast sterk maken in de Europese Unie tegen de teelt en import hiervan. De consument zou door een etiketteringsplicht van producten met genetisch gemanipuleerde gewassen meer inzicht moeten krijgen in het gebruik ervan. Dieren genetisch manipuleren en klonen brengt dierenleed met zich mee en hierom zou dit verboden moeten worden, alsook het importeren van genetisch gemanipuleerde en gekloonde dieren. Dieren en ook planten zouden absoluut geen eigendom van bedrijven moeten zijn en het patenteren van levensvormen moet worden verboden.

Nederland zou als meest veedichte land ter wereld een voorbeeldfunctie moeten vervullen in duurzaamheid en diervriendelijkheid. De veehouderij slokt 80% van het wereldwijde landbouwareaal op, is verantwoordelijk voor de kap van tropisch regenwoud voor goedkoop veevoer en stoot daarnaast meer broeikasgassen uit dan al het verkeer en vervoer samen. De veehouderij is ook allerminst bevorderlijk voor de biodiversiteit, schoon drinkwater en het oplossen van de bijensterfte. Kringlopen zullen moeten worden gesloten wat onder andere inhoudt dat veevoer niet meer uit Zuid-Amerika komt maar regionaal verbouwd wordt. De mestproductie wordt afgestemd op wat er gebruikt kan worden.
De veestapel zal moeten inkrimpen met 70% om de problemen aan te pakken. De dieren die gehouden worden, moeten worden gehuisvest in overeenstemming met hun aard en gedrag: alle dieren krijgen vrije uitloop naar buiten met schuilmogelijkheden, pijnlijke ingrepen worden afgeschaft, koeien worden gehouden in familiekuddes en nieuwe en oude vormen van huisvesting worden streng getoetst. Voor de laatste maar zeer kritieke momenten in het leven van de dieren zullen ook de transportsector en slachthuizen moeten worden aangepakt. Diertransporten worden beperkt tot maximaal twee uur en mogen op warme dagen helemaal niet plaatsvinden. Volgens de wet moet dieren onnodige pijn, stress en angst bespaard worden voorafgaand aan de slacht: het wordt tijd dat deze wet strikt wordt nageleefd. Het aantal dieren dat wordt geslacht moet fors verlaagd worden en uitzonderingen op de verplichte bedwelming worden niet langer toegestaan. De overheid moet alle schakels van de veehouderij controleren in plaats van dit over te laten aan de sector zelf, ook via permanent cameratoezicht. Doorgefokte diersoorten als dikbilkoeien en plofkippen worden verboden alsook het ten onrechte gedoogde houden van vleeskonijnen, waterbuffels, struisvogels en dromedarissen worden verboden. Voor het vergassen en levend versnipperen van eendagshaantjes is eveneens geen plek meer.

De veehouderij is niet alleen schadelijk voor dier en milieu, maar vormt ook een gevaar voor de volksgezondheid. Regionalisering, verkleining van bedrijfsgrootte en het afschaffen van langeafstandstransporten verkleinen de kans op dierziekte-uitbraken. Antibioticagebruik in de veehouderij wordt strikt gereguleerd.

Ook de visserij zal in de toekomst grote problemen gaan veroorzaken. Grote industriële schepen verwoesten de ecosystemen in de zee, waaronder koraal. En dat terwijl maar liefst 25% van alle mariene soorten daar afhankelijk van zijn. Ook wordt wereldwijd 88% van de vissoorten overbevist. Vervolgens sterven deze vissen na een langdurige, pijnlijke doodstrijd. Vissen zijn dieren met bewustzijn en gevoel, en zouden ook zo behandeld moeten worden. Er moet daarom een einde komen aan dieronvriendelijke vangst- en dodingsmethoden. Viskwekerijen zijn geen oplossing, zij vormen een nieuwe bio-industrie en zijn allerminst duurzaam en diervriendelijk.

De grootste vistrawlers zijn in Nederlandse handen. In 2048 zullen de zeeën leeg zijn als wij op deze schaal doorgaan. De gevolgen van een visloze zee zullen catastrofaal zijn voor ecosystemen in het water en op het land, daarom moet er zo snel mogelijk een moratorium op de visvangst komen zodat ecosystemen en visbestanden de kans krijgen zich te herstellen.

Alle vangsten moeten worden aangeland en worden verrekend met de vangstquota, waardoor ‘bijvangsten’ tot het verleden gaan behoren. Daarnaast moet de overcapaciteit van de vloot zo snel mogelijk worden afgebouwd en worden destructieve visserijtechnieken liever vandaag dan morgen nog verboden evenals nationale en Europese visserijsubsidies.