Internationale samenwerking

PINK! vindt dat de Nederlandse leefwijze geen negatieve impact moet hebben op andere landen. Dit is nu wel nog het geval: Nederland legt beslag op landbouwgronden in ontwikkelingslanden, importeert schaarse grondstoffen en zijn een zeer vervuilend land. Alles bij elkaar zorgt dit ervoor dat binnenkort 70% van de wereldbevolking geen of beperkte toegang heeft tot drinkwater, honderden miljoenen mensen zullen moeten vluchten voor steeds erger wordende natuurrampen en oorlogen veroorzaakt zullen worden door schaarste.

Internationale en Europese samenwerking is belangrijk voor vrede en de aanpak van klimaat- en milieuproblemen. Bij de Europese Unie schort het alleen nog aan een solide democratische basis. Dit moet eerst op orde komen voordat de politieke samenwerking wordt uitgebreid:

  • Om te beginnen krijgt het Europees Parlement meer bevoegdheden. Als dit niet gebeurt, steunt Nederland geen verdere EU-integratie en treden er geen nieuwe lidstaten toe.

Internationale milieuverdragen worden amper nageleefd. De tijd dringt, dus:

  • Landen die zich niet aan de verdragen houden worden voortaan tot orde geroepen door een nieuw op te richten Internationaal Milieugerechtshof in Den Haag.
  • In nieuwe verdragen worden concrete tussendoelen opgenomen. Nederland gaat voortaan coalities vormen met andere landen om voorop te lopen op dit gebied, ook al doen andere landen dit niet.
  • Nederland moet zich ook in gaan zetten voor een internationaal quoteringssysteem van natuurlijke hulpbronnen en stelt harde duurzaamheidseisen voor import en winning van al onze grondstoffen.

Westerse landen vervuilen het meest, en arme gebieden lijden daar het meest onder. Daarom moeten Nederland en Europa zorgen voor:

  • Effectieve oplossingen voor duurzaamheid, onderwijs, gezondheid, kinderrechten en gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
  • Ook moet al het Nederlands en Europees beleid getoetst worden op effecten op mensen in andere landen.
  • Europese landbouw- en visserijsubsidies en visserijakkoorden worden afgebouwd en Nederland moet stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of gepaard gaan met mensenrechtenschending.
  • Voortaan zal dan 1% van het BNP naar ontwikkelingshulp gaan, en primair gericht zijn op mensen in plaats van Nederlandse bedrijven.
  • Giftige stoffen en afvalproducten worden niet meer naar ontwikkelingslanden geëxporteerd voor verwerking.
  • Ook worden systemen voor intensieve landbouw niet langer geëxporteerd en gestimuleerd, maar wordt er voortaan geïnvesteerd in regionale duurzame landbouw.

Wereldwijd bedreigen geweld en structureel onrecht een miljard burgers en deze conflicten zorgen voor toenemende vluchtelingenstromen. De oorzaak van deze conflicten is vaak niet alleen religieus en politiek van aard, maar wordt veroorzaakt door klimaatverandering, water- en voedseltekorten. Wij dragen hieraan bij door meer te consumeren dan de aarde aankan, onze landbouwproducten in ontwikkelingslanden te dumpen en een grote hoeveelheid CO2 uit te stoten. Om de vluchtelingenstromen te verminderen moeten:

  • Worden de onderliggende oorzaken aangepakt.
  • Daarnaast dienen we, zolang de oorzaken van de vluchtelingenstromen niet zijn opgelost, mensen in nood op te vangen. Het overgrote deel gebeurt in de regio. Door in menswaardige opvang in de regio te investeren, wordt voorkomen dat vluchtelingen zich genoodzaakt voelen om naar Europa te trekken.
  • Voor vluchtelingen die wel hier komen, zorgen we voor goede opvang en laten ze deelnemen aan onze samenleving.
  • Vluchtelingen die in Nederland asiel aanvragen moeten binnen twee jaar uitsluitsel krijgen over hun verblijfsrecht en kinderen die hier opgegroeid zijn of al langere tijd wonen krijgen sowieso een verblijfsvergunning.
  • Een aanvullende afweging wordt gemaakt voor minderjarige vluchtelingen zonder familie.
  • Mensen die gevaar lopen in eigen land omwille van geaardheid, religie, etniciteit of politieke alliantie worden niet teruggestuurd en mensen die buiten hun schuld om Nederland niet kunnen verlaten krijgen opvang en zorg.

Handel speelt een zeer grote rol in internationale relaties, en economische belangen gaan vaak boven andere belangen. PINK! is het niet met die hiërarchie eens, en wil dat handelsverdragen en de voorwaarden die de WTO stelt gewijzigd worden zodat maatschappelijke waarden bepalend worden in de wereldhandel.

  • Ontwikkelingslanden moeten de mogelijkheid krijgen hun markten af te schermen van het wereldtoneel om hun eigen markt en producten te ontwikkelen en bewerken voor export.
  • Het is belangrijk dat landen kunnen kiezen om producten te weigeren als belangen als mensenrechten, dierenrechten en duurzaamheid in het geding zijn. Landen moeten daarom ook zelfimportbeperkingen kunnen opstellen voor producten die ten koste van deze belangen gaan.
  • Vrijhandel is zo geen doel op zich, maar een middel voor welzijn.
  • Daarom zou Nederland zich moeten verzetten tegen vrijhandelsverdragen, zoals TTIP, die ervoor zorgen dat mens, natuur en milieu onder druk komen te staan.
  • Kinderarbeid en uitbuiting van werknemers worden actief bestreden.
  • Ontwikkelingslanden krijgen ook invloed op het beleid van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.
  • Ook in onze handelspolitiek moeten we niet handel voor alles laten gaan. Onze handelspolitiek draagt nu namelijk bij aan het in stand houden van regimes die de plaatselijke bevolking onderdrukken.
  • Nederland zal niet meer vanwege handelsbelangen de ogen dichtknijpen voor onderdrukte volken zoals in Papoea, Tibet en de Westelijke Sahara.

De aarde duurzaam beheren en grondstoffen en voedsel eerlijk verdelen zal in de toekomst al veel conflicten voorkomen. PINK! ziet geen heil in militair ingrijpen en NAVO-gevechtsmissies omdat dit vaker tot een verergerd conflict leidt dan tot een oplossing, en ten koste gaat van mensenlevens.

  • Vredesoperaties van de Verenigde Naties worden alleen gesteund als deze legitiem, proportioneel en effectief zijn en gericht op een eerlijke verdeling van de natuurlijke rijkdommen van de aarde.
  • Nederland moet de volledige zeggenschap over haar eigen krijgsmacht houden.
  • De leeftijd waarop militairen uitgezonden mogen worden op missie wordt verhoogd naar 21 jaar.
  • Wapens vormen een groot probleem. Nederland moet zich dan ook actief inzetten om wapenproblematiek aan banden te leggen, door zich in te zetten voor wereldwijde regulering van wapenhandel, het ruimen van landmijnen en clustermunitieresten en hulp aan slachtoffers hiervan, regulering van het gebruik van drones en te werken aan een universeel verbod op het gebruik van uranium in wapens.
  • Aanwezige kernwapens worden uit Nederland verwijderd en er worden geen JSF-straaljagers aangeschaft.