Energie

PINK! staat voor een duurzame wereld waarin de klimaatdoelen worden behaald. De oplossing ligt in het overstappen van fossiele brandstof en kernenergie naar duurzame energie en energiebesparing.

PINK! wil per 2050 stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen zijn eindig en brengen enorm schade toe aan mensen en de natuur.

  • Er moeten geen nieuwe kern- of kolencentrales bij komen en de bestaande moeten zo snel mogelijk worden gesloten.
  • CO2-opslag onder de Nederlandse (zee)bodem wordt niet toegestaan, en geïmporteerd aardgas wordt niet opgeslagen in lege gasvelden.
  • Er worden geen vergunningen gegeven voor het winnen van schaliegas.
  • Teerzandolie wordt niet langer geïmporteerd.
  • Elektriciteit en gas die zijn opgewekt door de verbranding of vergassing van restafval, mest en dierlijke resten zijn niet duurzaam en worden daarom niet ondersteund of als ‘groen’ op de markt gezet.
  • Aan andere biobrandstoffen uit bijvoorbeeld maïs en palmolie worden in verband met ontbossing aan strenge duurzaamheidscriteria onderworpen. Als hieraan niet wordt voldaan worden deze niet geïmporteerd.

Kernenergie is geen alternatief voor fossiele brandstoffen, want het is ook een eindige energiebron en brengt gevaarlijk afval met zich mee dat onnodige risico’s en levensgevaar veroorzaakt. Bovendien houdt het gebruik van kernenergie de transitie naar duurzame energie tegen.

PINK! wil naar en decentrale energievoorziening toe waarin mensen en bedrijven zoveel mogelijk hun eigen energie opwekken. Niet alleen energietransitie is nodig. Energiebesparing is een veel logischer eerste stap naar een duurzamer Nederland. Er komen daarom meer:

  • Wettelijke regelingen om bedrijven te verplichten hun energieverbruik te minderen door bijvoorbeeld onnodige verlichting aan banden te leggen.
  • PINK! stelt een quotum voor energieverbruik per huishouden voor. Overschrijding van dit quotum leidt tot hogere energiekosten, vergelijkbaar met buiten je bundel bellen.
  • Kantoren krijgen voortaan een energielabel en bestaande woningen worden energiezuinig gemaakt.
  • Ook op wijkniveau kan veel worden bereikt door bijvoorbeeld systemen voor hergebruik van restwarmte. Er worden strengere energie-eisen gesteld aan producten.

Om ons te voorzien van onze resterende energiebehoefte moet energie uit duurzame bronnen worden gehaald zoals zon, wind en water.

  • Energieleveranciers worden verplicht een jaarlijks oplopend percentage aan duurzaam opgewekte stroom te leveren. Zelf opgeleverde energie kan worden teruggeleverd aan het net tegen saldering van de afgenomen stroom.
  • Energiebedrijven betalen voor teruggeleverde energie een kostendekkende vergoeding.
  • Bewonerscollectieven mogen hun zelf opgewekte energie onderling uit te wisselen zonder daarvoor belasting te betalen.
  • Zonnepanelen op gebouwen, langs snelwegen en rondom vliegvelden worden de norm.
  • Windenergie kan ook veel opleveren, en wordt mogelijk gemaakt op plekken waar dieren en natuur hier geen hinder van ondervinden; op zee mogen windmolenparken geen nadelige effecten hebben op het zeeleven, om te beginnen wordt er daarom niet geheid bij het aanleggen.