BRUL! Lente 2024: Hoe schrijf je een protestsong?

De activistische troubadour in jou naar boven laten komen

Tekst en fotografie door Fleur Smits

Hoe schrijf je een protestlied? Hoe schrijf je überhaupt een eigen nummer? Begin je met tekst of met een melodie? Kun je eigenlijk wel een nummer schrijven als je niet veel kennis hebt van muziektheorie? Laat al die vragen en zorgen maar even varen. In dit artikel ga ik je namelijk stap voor stap meenemen in hoe je zelf een nummer kunt schrijven. Het meest gave is dan natuurlijk dat je met je eigen nummer uiteindelijk ook op je omgeving een krachtige boodschap kunt overbrengen. Maar dat is allemaal voor later. Laten we eerst een lied schrijven.

Ik, Fleur, schrijf en componeer van kinds af aan eigen muziek. Toen ik nog jong was, ging het voornamelijk over wat mijn knuffels en ik op mijn slaapkamer aan dolle avonturen beleefden. Naarmate ik ouder werd, besefte ik steeds meer dat het schrijven van teksten en muziek me kan helpen om mezelf te uiten. Het helpt me om mezelf beter te begrijpen, maar ook beter grip te krijgen op wat ik zou willen delen met de buitenwereld. Nu ik een aantal jaren ook met mijn muziek optreed en op verschillende podia mijn eigen nummers heb gespeeld, heb ik gezien wat mijn nummers kunnen doen met het publiek.
Mijn nummers gaan over allerlei onderwerpen. Denk aan mentale gezondheid en inclusiviteit, maar ook aan dierenrechten, natuurrechten en klimaatverandering. Als ik tijdens het spelen van een lied over een kalfje zie dat mensen emotioneel geraakt worden, breekt tijdens het zingen mijn hart telkens opnieuw, maar besef ik ook dat het megabelangrijk is om de verhalen te delen. Ik ben dan des te meer dankbaar dat muziek bestaat, omdat ik op deze manier tot de harten van de mensen kan komen en kan delen wat gehoord moet worden.
Hoe schrijf je zelf een nummer? Ik ga proberen het stap voor stap uit te leggen. Ook als je geen kennis hebt van muziektheorie of misschien zelfs geen instrument in huis hebt, kun je met veel van deze tips toch vooruit. Ik ben geen muziekdocent of een heilige, dus de tips die ik deel vormen niet dé manier om een lied te schrijven. Wat ik hier deel, komt puur voort uit mijn ervaringen en kennis. Niks moet, alles mag. Gewoon lekker muziek maken!

Veganisme

Mocht je geen instrument in huis hebben, kun je voor de muzikale begeleiding van je lied ook een app gebruiken, zoals GarageBand (iOS). Als je wel instrumenten tot je beschikking hebt, maar misschien nog niet heel veel weet over hoe je erop kunt spelen, kun je met eenvoudige akkoorden al ver komen. Akkoorden zijn een samenklank van drie of meer tonen. De meeste popliedjes zijn opgebouwd uit dezelfde akkoordprogressies. Let er maar eens op als je naar de hitlijsten luistert. Als je eenmaal de akkoordprogressies kunt herkennen, zal het opvallen dat veel popliedjes dezelfde progressies gebruiken, maar soms in een iets andere volgorde, in een andere toonsoort of in een ander tempo.
Voorbeelden van ‘eenvoudige’ akkoord-progressies zijn | Em | C | G | D | of | C | G | Am | F |. Je kunt hierbij de akkoorden, dus de letters, eventueel nog verwisselen om voor variatie te zorgen. Je zou de akkoorden op bijvoorbeeld je piano, keyboard of gitaar kunnen spelen, maar je kunt ze ook invoeren in een app, zoals GarageBand.

Onderwerp

Allereerst is het goed om te bedenken waar je een lied over wilt schrijven. Zit je vandaag niet zo lekker in je vel en heeft het een specifieke reden, of juist niet? Je kunt dan schrijven over wat er door je hoofd spookt. Denk je vandaag misschien veel aan de transportwagen vol met dieren die je onlangs door de straat hebt zien rijden? Daar kun je ook een liedje over schrijven. Schrijf je een lied voor iemand anders? Bijvoorbeeld je jarige vriendin, je lieve oma of voor je hond? Het kan allemaal! Voel vooral niet de druk dat het meteen perfect moet zijn of dat je het meteen dezelfde dag nog op de markt zou moeten komen. Het zijn jouw woorden, jouw gedachten, jouw melodieën. Die mag je voor jezelf houden of delen; de keuze is aan jou.

Tekst

Je hoeft niet per se een nummer te schrijven met gezongen tekst. Nogmaals: niks moet, alles mag. Je kunt ook alleen door de titel aangeven dat het nummer met een bepaald onderwerp te maken heeft. Dan kun je ervoor kiezen om het puur instrumentaal te houden. Denk bijvoorbeeld aan de pianist en componist Ludovico Einaudi. Hij speelde ‘Elegy for the Arctic’ tussen smeltende ijsrotsen. (Ludovico Einaudi – “Elegy for the Arctic” – Official Live (Greenpeace), 2016).
Mocht je wel een nummer willen componeren met tekst, kun je naar aanleiding van je onderwerp opschrijven wat je wilt zeggen. Ook dit kun je op verschillende manieren doen. Je kunt in een woordweb gedachten bij elkaar zetten die je te binnen schieten. Het kan ook werken om gelijk in dichtvorm wat regels op papier te zetten. Misschien wil je eerst de melodie horen, om daar vervolgens tekst bij te schrijven. Dat is ook helemaal prima.

Melodie

Je kunt op verschillende manieren een melodie schrijven. Dat noem je ook wel componeren. Dit kun je doen door de akkoorden in een applicatie in een loop, op herhaling, te zetten en daar vervolgens op mee te neuriën. Als je op een instrument speelt, kun je akkoordprogressies spelen en daar vervolgens op mee neuriën. Soms ontstaan melodieën al tijdens het neuriën, maar soms heb je nog wat inspiratie nodig. Luister naar de vogels die je in de tuin kunt horen fluiten, naar de mensen in de winkel die in ritmes lijken te praten, of de klussers die op straat in een ritme met de hamer slaan. Je kunt ook inspiratie krijgen door naar klassieke muziek te luisteren. In popmuziek worden regelmatig vaste structuren gebruikt, terwijl in klassieke muziek, maar zeker ook in jazzmuziek, meer gevarieerde structuren worden gebruikt. Begrijp het niet verkeerd: popmuziek is juist een mix van allerlei stijlen, dus in die zin juist ook wel weer gevarieerd. Echter, voor een groot deel van de nummers die in de hitlijsten staan, is een vaste formule gebruikt, zoals vaak dezelfde akkoorden-progressie | Em | C | G | D |. Ter inspiratie voor melodieën, maar ook voor teksten, kan het ook interessant zijn om beeldende kunst te analyseren. Observeer de structuren, de compositie of de contrasten. Misschien vind je daarin ook wel weer inspiratie voor een thema of melodie.

Structuur

Je bent natuurlijk helemaal vrij in de structuur die je kiest voor je nummer. Een van de meest gebruikte structuren is als volgt: intro – couplet 1 – refrein – couplet 2 – refrein – tussenstuk – couplet 3 of brug – refrein – refrein – outro. Je kunt hier zelf nog allerlei variaties op maken, bijvoorbeeld door een pre- of post-refrein toe te voegen. Dat zijn delen van het lied die je voor (pre) of na (post) het refrein plaatst. Het is fijn om een structuur te hebben voor je lied voor enige houvast. Het kan ook bijdragen aan herkenbaarheid bij je publiek. Je kunt doen wat je wilt met je muziek. Dus als je helemaal geen vaste structuur wilt gebruiken, is dat ook helemaal prima.
Nummers die interessant zijn om te beluisteren zijn bijvoorbeeldm ‘Tiny Dancer’ van Elton John, ‘Leeg Restaurant” van Froukje en ‘Welterusten Mijnheer De President’ van Boudewijn de Groot. Ik vind het prikkelend wanneer ik een lied hoor waarbij ik niet helemaal kan plaatsen of ik nu een herhaling van het refrein hoor, een nieuw couplet of misschien al de brug. Structuur kan zorgen voor consistentie§ of houvast, maar alternatieve structuren kunnen juist ook prikkelen als experiment.

Op een rijtje

Om nog even kort samen te vatten wat belangrijke stappen zijn om te onthouden wanneer je een liedje schrijft: vorm akkoordenprogressies, schrijf de tekst, neurie mee met de akkoorden en vorm aldoende een melodie. Daarmee kun je vervolgens een structuur opzetten.
In dit stuk heb je een heleboel tips kunnen lezen, vooral over het praktische deel van een nummer schrijven. Verder kan ik je niks opleggen over het thema dat jij met je eerste liedje zult aansnijden, de woorden die jij zult kiezen voor je nummers en de akkoorden waarmee je jezelf zult begeleiden. Wel kan ik je zeggen dat het een kwestie is van heel veel schrijven. Hoe meer liedjes je schrijft, hoe vaker je beseft dat je een pareltje hebt geschreven. Uit ervaring kan ik delen dat ik bij wijze van spreken honderd liedjes schrijf voordat daar één sterk nummer tussen zit. De andere 99 nummers zijn experimenten, bijvoorbeeld op het gebied van akkoordenprogressies, dynamiek, tone of voice of instrumentale begeleiding. Toch alvast een beetje inspiratie nodig? Neem gerust een kijkje op mijn sociale kanalen @fleur.smitss (Instagram) en @fleur.smits (YouTube). Hiernaast is de tekst te lezen van mijn nummer Verhef Je Stem. Ik hoop dat je gauw de inspiratie vindt om een melodie te schrijven waarmee je je stem kunt laten horen!
Tip: zet een dictafoon op tijdens het componeren, mijmeren of experimenteren. Het zou heel jammer zijn als je een melodie neuriet en daarbij meteen ook een tekst zingt, die je een paar minuten daarna niet meer volledig kunt terughalen in je gedachten. Het kan daarom helpen om een dictafoon aan te zetten zodra je achter je instrument gaat zitten of zodra je begint te zingen. Je hoeft het pas weer uit te zetten wanneer je denkt klaar te zijn met componeren. Je kunt dan de verkeerde stukjes altijd nog wissen achteraf, maar dan heb je in ieder geval dat ene stukje erop staan waarop je een nieuwe melodie zong!

Verhef je stem

(2023, Fleur Smits)
Besneeuwd land, wijl de kern brandt
De aarde die slaat alarm
Water over kant, overspoelde stand
Ook al sneeuwt het, de aarde heeft het warm
En ik zou kunnen vragen
Verhef je stem
Stap nou op, red de aarde
Maar dat is al gezegd
En niemand luistert tot nog toe
Pas als het brandt zo diep
Het brandt zo diep
Door de bossen heen
Zelfs als je hart die brandt dan ziet
Blijft hier het vuur te veel
Water dat te hoog is
Vuur waar dan nu nood heerst
Het lijkt maar te groeien
Terwijl de bossen meer verkleinen
Alle dieren mee verdwijnen
Ik zie ze niet meer
Zijn ze weg?
En ik zou kunnen vragen
Verhef je stem
Stap nou op, red de aarde
Maar dat is al gezegd
En niemand luistert tot nog toe
Pas als het brandt zo diep
Het brandt zo diep
Door de bossen heen
Zelfs als je hart die brandt dan ziet
Blijft hier het vuur te veel
En ik zou kunnen vragen
Verhef je stem
Stap nou op, red de aarde
Maar dat is al gezegd
En niemand luistert tot nog toe
Pas als het brandt zo diep
Het brandt zo diep
Door de bossen heen
Zelfs als je hart die brandt dan ziet
Blijft hier het vuur te veel
Kijk, kijk eens hier
Niet naar wat je wint
Maar daardoor verliest
Hoor je het smeulen?
Je hoort de mensen
Met hun geld en hun groei
Het vermoeit
En ik zou kunnen vragen
Verhef je stem
Stap nou op, red de aarde
Maar dat is al gezegd
En niemand luistert tot nog toe
Pas als het brandt zo diep
Het brandt zo diep
Door de bossen heen
Zelfs als je hart die brandt dan ziet
Blijft hier het vuur te veel

BRUL! Lente 2024: Dieren zijn niet ‘one issue’

Opinie

Tekst door Tristan Lof, Fotografie via Unsplash
Andere partijen willen de Partij voor de Dieren nog wel eens scharen onder de one-issuepartijen. Dat zijn partijen die zich maar op één onderwerp of groep focussen. Op het eerste gezicht klinkt dat logisch; de Partij voor de Dieren zou er immers alleen voor ‘de dieren’ zijn. ‘Waarom zouden we ons druk maken over vlinders, otters en wolven terwijl we te maken hebben met immigratie, woningnood en vergrijzing?’, zouden ze zeggen. ‘Heel schattig, die bevers, maar we hebben wel wat belangrijkers aan ons hoofd.’ Toch klopt dit beeld van de Partij voor de Dieren als one-issuepartij niet. Helemaal als je je bedenkt dat andere partijen zich hard maken voor een veel kleinere groep of bepaalde delen van de bevolking zelfs schaden. Laten we een paar van die partijen eens doornemen:

BoerBurgerBeweging

De partij die toch wel het meest in het oog springt is de BBB. Deze partij zegt zich te bekommeren om ‘de normale Nederlander’ in de regio, maar eigenlijk dient ze vooral de belangen van de agro-industrie. Nederland telt zo’n 50 duizend boerenbedrijven en zo’n 100 duizend boeren (NU.nl, 2023). Daarbij moet je rekening houden dat het aantal boerenbedrijven elke 25 jaar halveert (ironisch genoeg ten gevolge van opschalingen, een maatregel die de BBB koestert). De landbouwdieren baten sowieso niet bij deze partij. Integendeel zelfs: als het aan de BBB ligt zullen er nóg meer varkens, koeien, schapen, geiten, ganzen en kippen lijden in steeds groter wordende megastallen. Kort gezegd behoort een schamele 0,59 procent van de Nederlandse menselijke bevolking tot de doelgroep van deze partij.

Christelijke partijen

De christelijke partijen dan, dienen die de hele bevolking? Ook dat valt tegen. Veel van deze partijen, waaronder het CDA, de ChristenUnie en de SGP, komen grofweg op voor de waarden van een derde van de menselijke bevolking. Slechts 18,2 procent van de Nederlanders noemt zichzelf namelijk nog katholiek en 13,2 procent protestants (CBS, 2023). Ook NSC kunnen we scharen onder de christelijke partijen, aangezien zij qua stemgedrag het meest overeenkomen met de SGP (NRC, 2023). Natuurlijk zijn niet alle christenen even actief binnen de kerk en zetten velen zich in voor andere onderdrukte groepen of bestrijden ze klimaatverandering. Maar de christelijke waarden vormen wel de focus van deze partijen. Onder andere vrouwen, de lhbtqia+-gemeenschap en mensen met een niet-westerse achtergrond vormen in ieder geval niet hun prioriteit. Reken je deze groepen niet mee, dan blijft er nog een kleine verzameling van de menselijke bevolking over die tot hun doelgroep gerekend kan worden. Valt toch tegen voor partijen die niet bekendstaan als one-issuepartijen.

Volkspartij voor Vrijheid en Democratie

De VVD noemt zich een volkspartij, maar komt voornamelijk op voor de belangen van burgers met een dikke portemonnee. De privatisering van en bezuinigingen op de zorg, onderwijs en volkshuisvesting komen niet bepaald ten goede aan de hele bevolking. Onder dertien jaar VVD-beleid zijn vooral de multinationals (denk aan Unilever en Shell) en de rijken vooruit gegaan. Nederland huisvest maar liefst 317 duizend miljonairshuishoudens, wat neerkomt op 4 procent van het totale aantal huishoudens (CBS, 2023). Als we de liberalen het voordeel van de twijfel geven, kunnen we stellen dat ook huiseigenaren behoren tot de doelgroep van de VVD. Die zijn goed geholpen door de hypotheekrenteaftrek en bezuinigingen op de volkshuisvesting. Mensen met een eigen vermogen zijn namelijk minder afhankelijk van sociale voorzieningen en zullen dus ook minder behoefte hebben aan sociale huurwoningen, goedkope zorg of een bijstandsuitkering. Tellen we deze mensen op bij de miljonairshuishoudens, dan komen we uit op 60 procent van de menselijke bevolking (SCP, 2020). Niet niks natuurlijk, maar daarbij schaadt VVD-beleid wel die overige 40 procent.

Linkse partijen

Linkse partijen als GroenLinks/PvdA, SP en BIJ1 schieten deze 40 procent vaak wel te hulp. Toch kunnen we stellen dat ook deze partijen zich primair focussen op menselijke dieren en de overige 160 miljoen inwoners (lees: niet-menselijke dieren) links laten liggen (Dierenarts.nl). Wegens een gebrek aan betrouwbare cijfers – aangezien ze in gewicht gemeten worden en niet per individu – reken ik de aantallen in vrijheid levende en gevangen zeedieren geeneens mee. We moeten ons namelijk realiseren dat mensen ook dieren zijn. Niets weerhoudt ons eraan om mensen te onderscheiden van andere dieren; ook zij hebben een breed scala aan emoties en ervaren pijn (National Geographic, 2022). Nemen we afscheid van ons menscentrale wereldbeeld en zien we ons allen als onderdeel van het ecosysteem, dan kunnen we stellen dat mensen grofweg een tiende deel vormen van de Nederlandse bevolking. Dat betekent dat de VVD zich niet hard maakt voor 60 procent, maar slechts zes procent van de inwoners van Nederland.

Groene politiek gaat iedereen aan

Nu kan je zeggen dat politiek slechts betrekking heeft op het wel en wee van menselijke dieren en we varkens, honden en vogels daarom buiten beschouwing moeten laten. Dat is niet helemaal waar, want ons gedrag heeft wel degelijk gevolgen voor andere dieren. De politiek bepaalt aan welke eisen varkenskooien moeten voldoen, hoeveel subsidie de intensieve veehouderij opslokt (en daarmee het aantal te lijden dieren en de mate van lijden beïnvloedt) en of we koeien onverdoofd mogen slachten. Eén wet kan drastische gevolgen hebben voor miljoenen individuen. Het feit dat we elke dag 1,7 miljoen van deze dieren vermoorden (zeedieren niet meegerekend) en een even groot aantal dieren grootbrengen onder dezelfde erbarmelijke omstandigheden, samen met alle gevolgen voor mens, milieu en klimaat van dien, doet me afvragen of we hier echt te maken hebben met one issue.
De veehouderij zorgt namelijk, naast dierenleed op een enorme schaal, ook voor 14,5 procent van alle wereldwijde uitstoot (Greenpeace, 2022). De klimaatverandering en milieuvervuiling die deze broeikasgassen veroorzaken hebben ook verregaande gevolgen voor de mens. Andere partijen kunnen wel tegen immigratie zijn, maar we kunnen ons ook afvragen waarom deze groep hun thuisland überhaupt wil ontvluchten. Veel van deze dictaturen en terroristische organisaties drijven op olie, en juist daaraan willen mensen ontsnappen (De Correspondent, 2017). Natuurrampen en droogtes zelf zijn al vreselijk, maar indirect veroorzaken ze bijvoorbeeld misoogsten. Dit resulteert in honger, die de spanningen weer verder opdrijft. Daarnaast zullen grote delen van Nederland overstromen als we niets doen, wat nog meer ruimtegebrek en een grotere woningnood zal veroorzaken. Fijnstof maakt mensen ziek en drukt de zorgkosten omhoog en sojaproductie en katoenplantages roven mensen van hun land.
Het doel van dit artikel is niet om alle andere partijen zwart te maken en de berekeningen gaan zeker niet door als wetenschappelijk onderzoek. Maar door te laten zien dat de meeste partijen zich focussen op een bepaald deel van de bevolking en niet-menselijke dieren achterwege laten, hoop ik duidelijk te maken dat het krom is om de Partij voor de Dieren een one-issuepartij te noemen. Als iemand in jouw omgeving daar toch anders over denkt, kan je diegene vertellen dat iedereen, ook menselijke dieren, gebaat is bij een écht groene partij. Een all-issuespartij die geen concessies doet als het gaat om de Aarde en al haar bewoners.

BRUL! Lente 2024: Een broedplaats voor duurzaamheid

Interview met Janneke Postulart

Tekst door Lena Claessen, Fotografie door Eva Sanders & Laura Knipsael
Sinds september 2022 is de Groene Transformator dé broedplaats voor duurzaamheid in het Midden-Limburgse Roermond, de stad waar ik woon. Het duurzaamheidscentrum is gevestigd op het oude Philipsterrein aan de rand van het centrum, waar ook een restaurant, fietsenmaker, lokale radio en een aantal ateliers zitten.
Inmiddels weet ik de weg. Boven de entree van het gebouw hangt groot ‘de Groene Transformator’. De letters zijn gemaakt door Guï Heïjnders en bestaan uit allerlei verschillende materialen: op straat gevonden glowbandjes, zwervende petflesdopjes en stukken kunstgras die overbleven na het slopen van een nabijgelegen school. Op het raam zijn met witte stift planten en bloemen getekend. De vloer van de gang is van hout en kraakt onder je voeten, een huiselijk geluid. Links op de muur is een grote muurschildering te zien, gemaakt door kunstenares Octavie Wolters. Twee grote handen raken elkaar bijna aan, tussen hun handpalmen en armen ontkiemt een magnolia. Tevreden zit een vogel in de bloem, alsof hij tegen de bezoekers wil zeggen: kom vooral binnen, er valt hier van alles te ontdekken. Ik geef ‘m gelijk.
Ik kom Janneke Postulart tegen in de Trafo, een kantoorruimte. Enthousiast begroet ze me. Ik heb in het verleden wat dingen gedaan voor de Groene Transformator, dus we kennen elkaar al. ‘Pas maar op hoor’, zegt ze grappend. ‘Als ik eenmaal begin te praten over duurzaamheid, dan houd ik niet meer op.’
Janneke groeit op in Maasniel, een dorpje dat is vastgegroeid aan Roermond. Inmiddels woont ze in Sint-Odiliënberg. ‘Mijn ouders waren nooit uitgesproken bezig met zaken als duurzaamheid, maar ik leerde wel dat je respectvol moet omgaan met de natuur. Al ver voordat het gebruikelijk was, scheidden we afval en vonden we verspilling echt not done. In retrospectief denk ik dat dit zeker heeft bijgedragen aan mijn bewustzijn.’ Na de middelbare school begint Janneke een opleiding tot grafisch vormgever. ‘En vrijwel daarna begon ik mijn eigen grafisch ontwerpbureau, iets waar ik tot op de dag van vandaag nog mee bezig ben.’

Veganisme

Achter in de ruimte zit de jongste zoon van Janneke. Afwisselend bouwt hij een knikkerbaan of probeert hij een handstand te doen. ‘Ik heb drie zoons,’ vertelt ze. ‘Toen ze jong waren brak de onrust in de nachtpatronen me op een gegeven moment echt op. In 2016 gaf mijn zus me een boek over plantaardig eten. Ik dacht: waarom ook niet, ik kan het proberen.’ De verandering naar een meer plantaardig voedingspatroon verrast haar; ze krijgt meer energie en helder nadenken lukt beter.

‘Samen met mijn man zijn we vlak daarna de documentaire Cowspiracy gaan kijken (een documentaire over de vee-industrie, red.). Het blies ons echt omver. Tijdens Oudjaar 2017 hadden mijn man en ik het over goede voornemens, iets waar ik normaal niet echt fan van ben. Toch stelden we elkaar de vraag: wat zou je volgend jaar willen doen? Hij zei dat hij vanaf de volgende dag volledig veganistisch zou gaan eten. Ik moest daar eerst een beetje om lachen, maar ik besloot mee te doen. Ik dacht: als jij het doet, dan doen we het samen.’

Ze vertelt dat haar zoons ook veganistisch eten. ‘In het begin gingen we daar wat losser mee om. Als ze bij de McDonalds een keertje kipnuggets wilden, vonden wij dat wel prima. Ook op school aten ze wat ze wilden. We merkten echter dat dat eigenlijk alleen maar voor verwarring zorgde. Ze snapten niet zo goed waarom we thuis géén zuivel dronken, maar het ergens anders wel kon.’ Daarom besluiten Janneke en haar man om hier duidelijker in te worden. ‘We hebben ze uitgelegd dat dieren ook emoties en pijn voelen en dat er genoeg andere opties zijn. Dat begrepen ze eigenlijk heel goed.
Toen ze wat ouder waren, hadden we ze weer wat vrijer gelaten. Het is hun eigen keuze, zij hebben de regie over wat ze doen. We merkten dat ze uit zichzelf eigenlijk altijd voor plantaardig eten kiezen. Als ze ergens gaan spelen en ze krijgen snoep aangeboden, kijken ze zelf wat erin zit.’
Inmiddels zit haar jongste op schoot met in zijn armen een grote, bruine knuffelbeer. Janneke knikt naar hem. ‘Hij is altijd een beetje klein geweest voor zijn leeftijd. Ik vond dat niet zo erg; hij liep wel gewoon mee met de groeicurve. Maar het consultatiebureau vond het nogal een ding toen ik zei dat we veganistisch eten. “En die calcium dan?”, werd er gevraagd. Vaak weten mensen niet dat calcium niet alleen uit melk te halen valt. Mijn oudste zoon eet hetzelfde en groeit als kool.’

De verborgen impact

Soms klopt er iemand op de deur, er is veel inloop. Patricia, één van de mede-coördinatoren van de Groene Transformator, komt vragen of we nog vlaai willen. Veganistisch, uiteraard, en gekocht bij een lokale bakker. Janneke lacht. ‘Heel lekker, met appel en kruimels. Maar je moet er wel naar bellen, hoor. De bakker heeft het niet zomaar op voorraad.’ Ze vertelt verder over hoe de puzzelstukjes steeds meer op een plaats leken te vallen toen ze zich meer ging inlezen. ‘Ik zat in het begin in een soort tunnelvisie op de vee-industrie, maar toen ik de Impact Top 10 van Babette Porcelijn zag, besefte ik dat het plaatje wat betreft duurzaamheid veel groter is. Er zijn zóveel meer knoppen waar ik aan kan draaien. In 2018 vroeg ik voor mijn verjaardag haar boek, de Verborgen Impact. Ik ben helemaal geen lezer, maar hier werd ik compleet ingezogen.’
Ik vertel Janneke over de machteloosheid die ik soms voel en vraag of ze dit herkent, zeker met het oog op haar zoons. ‘Ik heb zeker tijden gehad waarin ik niet meer vooruit te branden was. Dan was ik bij een lezing over de Noordpool waar ik me echt afvroeg of er nog iets van hoop zou komen aan het eind van het verhaal – en dat kwam toen niet.’ Nog steeds heeft ze weleens dagen waarop ze zich slecht voelt en het idee heeft dat het allemaal geen zin heeft. ‘Maar ik probeer me te focussen op wat ik dan wél kan doen. Niemand heeft er wat aan als ik helemaal verlamd op de bank zit.’
Na het lezen van de Verborgen Impact, stuurt Janneke een mailtje naar Babette. ‘Ik wilde er graag iets mee doen. Uiteindelijk heb ik cursussen gevolgd en ben ik lezingen gaan geven. In het begin vond ik dat echt doodeng, stond ik ineens voor een groep verzekeraars te vertellen over de impact van consumptie of auto’s. Trillend en zwetend stond ik daar, doodsbang dat ze vragen zouden stellen waar ik geen antwoord op zou weten. Maar die vragen kwamen nooit. Ik kwam er echt achter hoe weinig basiskennis er eigenlijk is. Op school leer je hier maar heel weinig over’

Bakfiets

In de loop der jaren heeft Janneke haar leven steeds duurzamer ingericht. ‘Begin 2018 overwogen mijn man en ik een tweede auto. Het was allemaal best onhandig, we moesten de kinderen naar school brengen en zelf naar kantoor.’ Maar een paar maanden later is het tij gekeerd. De auto is weg, ze hebben alleen nog maar een bakfiets en een elektrische scooter. ‘Voordat we deze keuze maakten, hadden we een waslijst aan voor- en nadelen opgesteld. De nadelenlijst was enorm. Wat als er iets met onze kinderen zou gebeuren en we naar het ziekenhuis moeten? Wat als het regent of sneeuwt?’ Uiteindelijk blijkt het allemaal heel erg mee te vallen. Sterker nog, Janneke heeft er veel voordelen uit gehaald. ‘Het scheelt niet alleen financieel heel veel, maar ik ben zoveel bewuster van de seizoenen. Voorheen vlogen ze aan me voorbij. Dat was logisch, want ik zat altijd binnen of in een auto. Nu we de elektrische bakfiets hebben, moet ik wel naar buiten, hoe hard het ook regent of stormt. Daarnaast bleek het de ideale manier om te schakelen tussen kantoor en thuis. Ik barst altijd van de ideeën, fietsen is een fijne manier om wat rust te brengen in mijn hoofd.’
Afgelopen zomer is het gezin voor het eerst op vakantie geweest met de fiets. ‘We hebben de hele Roer gevolgd. Soms waren er wel momenten waarop we dachten: waar zíjn we toch aan begonnen?! Dan moesten we bijvoorbeeld een heuvel op fietsen die wel verticaal leek. Maar achteraf zijn we heel blij dat we het hebben gedaan. Het was echt een avontuur. De jongens hebben hun grenzen verlegd, het was een behoorlijke prestatie.’

De Omwentelaars

‘Vaak is het in de politiek zo dat er éérst vraag en draagkracht moet zijn vanuit de bevolking, voordat er plannen worden gemaakt. Dat zette me aan het denken; kunnen we daar niet iets mee?’ Als iemand Janneke voorstelt om het samen te gaan doen, besluit ze ervoor te gaan. ‘De naam was al snel duidelijk: de Omwentelaars, naar het boek van Jan Rotmans. We besloten zogenaamde impactgesprekken te organiseren over uiteenlopende onderwerpen: van zwerfafval tot tinyhouses en van deelauto’s tot zwerfafval en energietransitie. Telkens gaf iemand een lezing over een onderwerp, wat werd gevolgd door een uur waarin de mensen met elkaar in gesprek gingen. In de loop der tijd is dat steeds meer uitgebreid, we organiseren ook excursies en er is een kledingtas die rouleert door Roermond en omstreken.’
In 2020 zet de gemeente Roermond een denktank op. Ze willen iets met duurzaamheid doen, maar weten niet zo goed wat. Janneke lacht: ‘Ja, als vanzelfsprekend sloot ik bij die sessies aan.’ Uit die sessies blijkt dat er behoefte is aan een fysiek duurzaamheid waar mensen kunnen binnenlopen. ‘Dat was het begin van wat nu de Groene Transformator is.’

De Groene Transformator

‘Met zes mensen, we noemden onszelf de Kwartiermakers, hebben we de startfase gecoördineerd. Ik twijfelde of mensen onze ideeën wel zouden steunen, maar het werd heel enthousiast ontvangen. Ook door bedrijven, dat verbaasde me in positieve zin. We hebben geen seconde getwijfeld over de locatie op Weerstand, het oude Philipsterrein. Hoe bouwvallig het er ook bij lag. Nadat we de vergunning en de subsidie binnen hadden, zijn we begonnen met de verbouwing en inrichting.’
De Kwartiermakers werken in zogenaamde cirkels. Iedere cirkel heeft een focuspunt. ‘We werkten aan een nieuw project, dus wilden we ook onze werkwijze vernieuwen. Ik was bijvoorbeeld samen met Patricia verantwoordelijk voor de inrichting.’ Veel van de materialen voor verbouwing en inrichting zijn gekregen of van de afvalstapel afgehaald, vertelt Janneke. ‘Bij iedere keuze hebben we nagedacht over hoe we het zo duurzaam mogelijk konden doen. Dingen als de verwarmingsinstallaties hebben we wel nieuw moeten aanschaffen. Het is hier heel slecht geïsoleerd, dus in de winter is dat echt nodig.’
In de Groene Transformator zijn tal van dingen te doen, het zijn er haast teveel om op te noemen. ‘Vaak komt iemand met een vraag, bijvoorbeeld of ze in één van onze ruimtes natuurlijke zeep mag gaan maken of kleding mag verven met natuurlijke materialen. Maar er zijn doorlopende activiteiten.’ Als ik de Groene Zaal binnenloop, een enorme ruimte, zie ik kledingrekken en banken staan waarop allerlei kledingstukken zijn uitgestald. ‘Dat is de kledingruil’, legt Janneke uit. ‘Mensen komen kleding brengen en meenemen. We willen graag kleding in omloop houden, dus als mensen veel meenemen is dat alleen maar fijn. Momenteel zijn we een Repair Café aan het opzetten, waar een aantal vrijwilligers klaarzit om kleding en objecten te repareren. Ook kijken we of we weer iets met lokaal geld kunnen gaan doen, dat is een tijd heel actief geweest in Roermond.’
‘Regelmatig ontvangen we bedrijven en scholen. We geven dan workshops of lezingen over duurzaamheid. Er zit hier een energieadviseur vanuit de gemeente en drie keer per week staan er vrijwilligers klaar in het inspiratiehuis om bezoekers rond te leiden.’ Het inspiratiehuis dient als ‘groene inspiratie’. Links in de hoek is er een badkamer nagebouwd, rechts staat een keuken. Op het keukenblad liggen herbruikbare boterhamzakjes en flessen duurzame zeep, in de hoek staat een afvalcontainer. ‘Er zijn zoveel dingen die je kunt doen om je huis te verduurzamen. We maken het toegankelijk door die veranderingen visueel weer te geven.’

Leerproces

‘Iedereen die bij de Groene Transformator binnenkomt, is gelijkwaardig aan alle anderen. We werken heel erg vanuit het zogenaamde ‘presentie principe’, wat betekent dat we veel waarde hechten aan het hier en nu. We vinden het leuk dat je er bent en vragen je wat je zou willen doen, maar we graven niet in je verleden of vragen waarom je niet op school of op je werk bent. Iedereen mag hier gewoon zijn en doen waar hij goed in is. Zo creëer je een bepaalde veiligheid.
Het is een doorlopend proces. Al gaandeweg leren we steeds meer over wat werkt en wat niet. Niet alles hoeft te lukken, daar leren we van.’ Een van de krachten van de Groene Transformator is dat ze mensen met elkaar kunnen verbinden. ‘Als iets belangrijk is in de weg naar een duurzamere stad, is dat het wel.’
Inmiddels begint het buiten te schemeren, de tijd is voorbij gevlogen. Het enthousiasme waarmee Janneke vertelt over de Groene Transformator werkt aanstekelijk. Ze kijkt op haar horloge, dan naar de doos vlaai waar nog een aantal stukken in liggen. ‘Wil je anders een stukje mee naar huis?’

Meer weten over de Groene Transformator? Volg ze op Facebook, Instagram of LinkedIn (@groenetransformator) of klik hier voor de website!

BRUL! Herfst 2023: Klimaatpoëzie als vorm van activisme

Tekst: Lena Claessen
Foto: Fleur Smits

In het NOS-journaal zie ik een man die zijn kale hoofd aan het Meisje met de parel lijkt vast te plakken, de inhoud van een blik tomaten in zijn nek. Er verschijnt een andere man in beeld, beiden dragen een shirt met ‘just stop oil’ in grote, zwarte letters erop geprint. “How do you feel?” zegt de man, zijn hand tegen de muur. “How do you feel when you see something beautiful and priceless being destroyed before your eyes?”

Als achttienjarige groei ik op in een wereld waarin het klimaatbeleid mijn toekomstbeeld bepaalt. Omdat het zo’n grote impact heeft op mijn leven, vind ik het belangrijk om het nieuws over de klimaatcrisis te volgen. Met alle gevolgen van dien: lange, negatieve nieuwsberichten en rapporten spoken door mijn hoofd, baren me zorgen en doen me twijfelen aan de menselijke bereidheid om zorg te dragen voor de aardbol. Toen ik deze klimaatactie voorbij zag komen, was ik dan ook verrast: het was anders dan wat ik meestal op het nieuws zag. Schokkend, burgerlijk ongehoorzaam, maar vernieuwend. 

Ik ben ervan overtuigd dat we de klimaatcrisis (en maatschappelijke problemen in het algemeen) niet kunnen oplossen door alleen maar naar de nieuwsberichten van Annechien Steenhuizen en Rob Trip te luisteren. Het effect van de constant naar ons hoofd geslingerde feiten is minimaal: we nemen het op, maar beseffen het niet echt. Activisme is van groot belang voor het kweken van de realisatie dat de nood aan de man is, dat klimaatactie nu moet plaatsvinden. Ja, je vastlijmen aan een schilderij is daar een vorm van, maar in dit artikel wil ik het hebben over een stillere, verfijndere vorm van activisme: klimaatpoëzie.

Poëtisch activisme

Schrijvers brengen het nieuws, net als nieuwslezers. De manier waarop de boodschap wordt overgebracht, is echter heel anders. Waar een nieuwslezer het nieuws feitelijk overdraagt, met hier en daar een foto, video of diagram, vangen schrijvers datgene wat soms moeilijk onder woorden te brengen valt: gevoelens, persoonlijke ervaringen, de pracht van de wereld om ons heen. 

Als we een gedicht lezen, worden we gedwongen om na te denken over de betekenis; het staat er niet zwart op wit, je moet tussen de regels door lezen. Het gegeven dat je zelf de metaforen moet ontcijferen en het gedicht in het historisch perspectief moet plaatsen, wakkert een bewustzijn aan dat je niet krijgt door enkel het nieuws te bekijken.

Poëzie is een vorm van activisme, omdat ze mensen doet nadenken. Er zijn talloze voorbeelden te noemen van gedichten die een grote maatschappelijke impact hadden. Denk bijvoorbeeld aan ‘Een krijgszuchtige tijd’ van Marieke Lucas Rijneveld, dat vlak na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in de Volkskrant verscheen. Dit gedicht raakte me, omdat het gevoelens van machteloosheid, waar ik geen uiting aan kon geven, in rake metaforen wist te verwoorden: “Het volgende moeten we onthouden, dat we / allemaal als vluchteling geboren worden, opzoek naar de juiste plek, / naar veiligheid en wat voorspoed, een liefkozende blik. / Dus maak vrij baan in het hart, want daar is een onmeetbare / ruimte. En bedenk dit: in ieder welkom zit een schuilkelder.”

Klimaatpoëzie 

Veel gedichten gaan over maatschappelijke problemen. Zo bestaan er een heleboel prachtige gedichten over de klimaatcrisis. Dichters schrijven over het zoveelste loze klimaatdebat, het belang van biodiversiteit of simpelweg hoe bijzonder de natuur is. Een van mijn favoriete gedichten is ‘De stoet trok voorbij’ van Maud Vanhauwaert, een gedicht dat verscheen in de bundel Zwemlessen voor later: Klimaatpoëzie. In korte, doeltreffende regels wijst ze ons erop dat het sluiten van onze ogen niets oplost, maar voor een teloorgang zal zorgen: “En toen wij eenmaal wakker werden / Loom en zwetend uit het raam hingen / Zagen wij geen stoet meer / Alleen verlaten straten / Met een klein haast aandoenlijk / Zwellend riviertje / Van glinsterend / Smeltwater.” 

Arthur Lava wijdde in dezelfde bundel een gedicht aan de klimaatdichter: “Ik laadde mijn woorden door en scherpte mijn beeldspraak aan. / Gelukkig sta ik er niet alleen voor. / Wij zijn met velen. / Een stamverband dat verkeert op de hoogvlakten van verontrusting. / Een vastberaden brigade die betoogt: we gaan het de daders moeilijk maken / […] En fuck no, we schrijven beslist geen toegevende zinnen.”

Vooral die laatste zin vind ik pakkend, want waarom zou je toegeeflijk zijn, als je doel is om mensen met hun eigen gedrag te confronteren? Waarom zou je milde woorden kiezen, als je de lezer best mag choqueren? Dan weet je tenminste zeker dat je de lezer stimuleert om de gekozen woorden te analyseren. ‘Aarde 2.0’ van Martje Wijers vind ik hier een mooi voorbeeld van. Het gaat over hoe nonchalant we met de aardbol omgaan: “dus ruilen we dit exemplaar / de aardbol heeft z’n beste tijd wel gehad / geef ons het allernieuwste model maar / met een thermostaat, ozonlaag zonder gat / wie weet recyclen we hier en daar wel wat / een stukje koraalrif of een oude stad”.

Wijers beschrijft iets wat hardnekkig in ons wereldbeeld heerst: de illusie dat wij de natuur meester zijn. Maar het tegenovergestelde is het geval: wij mensen zullen zonder natuur ontredderd zijn, waar de natuur zich zonder de mens prima redt. Het feit dat de natuur onafhankelijk is van de mens, komt in ‘Graafschade’ van Anne Broeksma mooi naar voren: “Je zit met je knieën in de aarde / en hebt zelf je schepje meegebracht. / Bij elke beweging dringt het dieper tot je door. Wortels hebben jou niet nodig om te groeien.” 

Die verstoorde relatie tussen mens en natuur waar Broeksma over schrijft, zie ik ook terug in de dichtbundel Massastranddingen van Moya De Feyter, maar dan in de relatie tussen mens en dier. Met een pijnlijk cynisme beschrijft ze de absurditeit§ van de omgang met onze mededieren: “het wateroppervlak is bedekt met bewegingloze beluga’s / een treurige octopus, gedeeltelijk begraven / te lang naar het scherm gestaard / kom, neem een selfie met een haai!”

Ja! Meer!

Wat is de rol van poëzie in het klimaatactivisme? Kán woordkunst een rol spelen in het redden van het klimaat? Daarop kan ik geen onweerlegbaar antwoord geven. Maar het is alom bekend dat poëzie mensen raakt, dat woorden mensen in vervoering kunnen brengen – en zeg eerlijk, bestaat er een betere motivatie voor verandering dan emotie? Laat mensen weten hoe mooi de wereld is, laat mensen herkenning vinden in het verhaal van de ander. Schrijf over de veren van vogels, de groentinten van een bos, over hoe de mens een immens grote plastic blokkade in de oceaan heeft veroorzaakt. Wees kritisch. Houd hoop. Lees, schrijf en deel. Want iets voor je ogen kapot zien gaan terwijl je er zelf invloed op hebt, op welke manier dan ook: nee, dat voelt zeker niet goed.

De voor- en nadelen van de veganismehype

Tekst: Tristan Lof
Illustratie: Fleur Smits

Grofweg 170 duizend Nederlanders eten veganistisch (ProVeg, 2019). Dat komt neer op zo’n 1 procent van de bevolking. Dat lijkt heel weinig, maar als je het vergelijkt met twintig jaar geleden, toen er nog maar 16 duizend veganisten rondliepen in Nederland, is dat toch geen slechte score. Dat komt natuurlijk deels door de toename van de aandacht die wordt besteed aan dierenleed en klimaatverandering en door het grotere aanbod van veganistische restaurants en producten. De Vegan Junk Food Bar en de Vegetarische Slager zijn niet meer weg te denken in ons land. Genoeg reden voor een feestje dus, maar hangen er ook nadelen aan deze snelle trend?

Laat ik voorop stellen: natuurlijk is het prachtig dat veganisme door een steeds grotere groep mensen wordt omarmd. Het is nauwelijks voor te stellen, maar vóór 2010 bestonden er nog geen Vegetarische Slager, geen veganistische restaurants en geen plantaardige Zweedse balletjes in de IKEA. Je moest het vooral doen met tofu en tempé. Nu is er keuze te over; maar liefst 75 procent van alle restaurants bieden veganistische gerechten aan (al moet je er soms een beetje moeite voor doen) en 2 procent is volledig plantaardig (ZiN). Een toename aan keuzemogelijkheden werkt als een vicieuze cirkel; hoe meer supermarkten en restaurants veganistische opties aanbieden, hoe meer mensen veganistisch zullen eten, hoe groter de vraag en hoe meer opties erbij zullen komen. Als deze trend doorzet, zou in 2038 maar liefst 10 procent geheel plantaardig eten en in 2058 zou iedereen veganist zijn.

Toch verwacht ik niet dat dit zo snel zal gaan. Dit komt door een fenomeen dat ik ‘verhipping’ noem. Een veganistische levensstijl is namelijk vaak alleen weggelegd voor mensen met een dikke portemonnee. Een scharrel kipfilet bij de Albert Heijn kost bijvoorbeeld nog geeneens 11,86 euro per kilo, terwijl de veganistische variant van Vivera (een van de goedkoopste merken) al 19,94 euro per kilo kost, dat is bijna twee keer zo veel (Albert Heijn). Kijk op het menu van de Vegan Junk Food Bar en je merkt al gauw dat dit restaurant zich niet richt op vuilnismannen en verpleegsters. Geen wonder dat mensen veganisme in verband brengen met een dure levensstijl en het daarom al gauw zien als iets elitairs§. Veganisme is iets voor de yuppen§ in de Pijp (helaas moet ik bekennen dat ik daar ook woon) en daar willen ze niks mee te maken hebben. Het is dan ook niet gek dat veel mensen die het niet breed hebben, of zich aan de rechterkant van het politieke spectrum§ bevinden, zich zullen afzetten tegen alles wat met veganisme te maken heeft. Alleen al om het feit dat het hip, links en elitair is.

Dat veganisme duur zou zijn is een van de grootste misverstanden. Een plantaardige levensstijl is eigenlijk de goedkoopste die er is. Niet voor niets zijn de keukens in lageloonlanden, denk bijvoorbeeld aan India, Taiwan of Ethiopië, voornamelijk gebaseerd op plantaardige ingrediënten (Thrillist, 2023). Tot voor kort was vlees zelfs in Nederland alleen nog weggelegd voor de rijken; rond 1950 aten mensen gemiddeld 17 kilo vlees per jaar. Tegenwoordig is vlees een stuk toegankelijker en consumeren we maar liefst 40 kilo (Voedingscentrum)! Dat komt omdat sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog miljarden aan subsidies§ in de bio-industrie worden gepompt. Elk jaar gaat maar liefst 30 miljard euro vanuit de Europese Unie naar de veehouderij. Dat is een vijfde van het totale budget (ProVeg, 2022)! Daarvan wordt alleen al 60 miljoen euro apart gelegd voor promotiecampagnes§ om mensen aan te sporen om meer vlees en zuivel te consumeren. Daarbij moet je je bedenken dat een groot deel van de akkerbouw uiteindelijk terechtkomt in veevoer, waardoor je er grofweg 20 miljard euro bij kan optellen (KlimaatHelpdesk). Al met al ontvangt de bio-industrie duizend keer zoveel subsidie als de eiwittransitie§. Niet gek dat een kipfilet waar een levend dier voor is gestorven veel goedkoper is dan een net zo lekkere kip gemaakt van soja. Dan heb ik het nog geeneens gehad over de kosten die klimaatverandering en milieuvervuiling veroorzaken; alleen al voor het stikstofprobleem trekt de Nederlandse overheid 31 miljard euro uit (Rijksoverheid.nl, 2022). Kort samengevat: dierlijke producten lijken goedkoper, maar ze zijn eigenlijk peperduur.

Door de kunstmatig hoge prijzen van veganistische producten blijven veel mensen dus uit de buurt van de Vegetarische Slager of de Vegan Junk Food Bar. Natuurlijk, goedkoop veganistisch eten is zeker mogelijk als je goed zoekt of alleen groenten en peulvruchten eet, maar aangezien dat meer moeite vergt en het imago van veganisme een duur karakter heeft, zal het gezien blijven worden als iets dat alleen is weggelegd voor de elite. Elke veganist kent vast het scenario waarbij een vriend of kennis niks te maken wil hebben met je veganistische appeltaart wanneer ze horen dat er geen eieren in zitten, terwijl ze daarvoor nog lekker zaten te smikkelen van je creatie. Mensen verafschuwen veganisme niet omdat het vies is (vaak merken ze geeneens dat het veganistisch is), maar door het hippe imago dat eromheen hangt. Veganisme wordt, naast een stevig prijskaartje, namelijk ook in verband gebracht met gezondheid of natuurlijkheid. Als ik vertel dat ik dat stuk cake helaas niet eet omdat er eieren in zitten, krijg ik vaak te horen dat het echt alleen maar natuurlijke ingrediënten bevat. Als ik vertel dat ik wel vleesalternatieven of veganistische taart eet, krijg ik het verwijt dat ook dat niet zo gezond is. Dat ik veganist ben omdat ik geen dieren wil schaden, komt vaak geeneens bij ze op.

Veganistische producten kunnen zeker natuurlijk en gezond zijn en daar is ook helemaal niks mis mee, maar dat is vaak niet de reden waarom mensen ervoor kiezen. Het is niet heel gek dat mensen deze eigenschappen wel in verband brengen met veganisme, omdat de groep mensen die zich plantaardige producten kan veroorloven ook vaak de mogelijkheid heeft om te kiezen voor biologische en gezonde voeding. Iemand die moet rondkomen van een bijstandsuitkering§ zal zich niet gauw bekommeren om het feit dat haar koekjes wel of geen natuurlijke ingrediënten bevatten. Dit stigma is niet alleen jammer omdat hierdoor de hoofdzakelijke principes van het veganisme, namelijk dierenwelzijn en klimaat, naar de achtergrond verdwijnen, maar ook omdat een grotere groep mensen zich hardnekkig blijft verzetten tegen plantaardige eiwitten. Veganisten vormen niet voor niets de meest gehate groep in de samenleving, alleen drugsverslaafden doen het nog slechter (De Correspondent, 2022). Daarbij helpt het ook niet dat hypes vaak vluchtig zijn. Wat als veganistische restaurants net zo snel verdwijnen als Skoebidoe en Tamagotchi (al verwacht ik niet dat het zo snel zal lopen)?

Kortom, willen we dat veganisme meer wordt dan een trend voor hoogopgeleide linkse stedelingen, dan zullen we iets moeten doen aan het imago. Dat is natuurlijk vooral een taak voor de overheid. Ten eerste moet de subsidie naar de bio-industrie stoppen en moet al dat geld (en liever meer) worden gestoken in de eiwittransitie. Plantaardige opties moeten niet alleen even duur worden als dierlijke varianten, maar nog veel goedkoper! Op deze manier zal veganisme in verband worden gebracht met iets dat de hele bevolking aangaat, ook degene met een kleine portemonnee. Hierdoor zullen restaurants zich vanzelf gaan richten op andere groepen dan yuppen, aangezien ook die groepen nu meer bereid zullen zijn om veganistisch te eten. Maar zelf kunnen we ook wat doen, door bijvoorbeeld uit te leggen dat veganisme niet hoofdzakelijk draait om gezondheid en natuurlijkheid, maar ook om dierenwelzijn en klimaat. We mogen best af en toe erkennen dat veganistische taart ook ongezond mag zijn en dat vleesvervangers ook niet geheel natuurlijk zijn. Ook veganisten mogen genieten! Als je plantaardig kookt, maak dan geen blauwe burger of patat met groene mayonaise, maar maak een lekkere Indiase curry of een oer-Hollandse stamppot. Hiermee laten we zien dat veganisme voor iedereen is. Zolang een plantaardige levensstijl de hippe linkse kringen niet kan ontsnappen, zullen we nooit een diervriendelijke wereld kunnen creëren.

BRUL! Herfst 2023: De wortels van de Partij voor de Dieren - interview Eliane Géron

Tekst en foto’s door Fleur Smits

Ecocentrisme. Wat betekent deze term? Waar komt het vandaan? En hoe vormt ecocentrisme het uitgangspunt van de Partij voor de Dieren? BRUL!-redacteur Fleur gaat over dit thema in gesprek met Eliane Géron, de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren Heerlen.

Eliane Géron, fractievoorzitter van de PvdD Heerlen

Mijn naam is Eliane Géron. Ik ben in 1954 geboren in Zuid-Limburg, opgegroeid in Luxemburg en op mijn twaalfde weer in Zuid-Limburg beland. Na de middelbare school heb ik op verschillende plekken in Nederland buiten Limburg gewoond. Toen ik na jaren terugkwam naar het zuiden, dacht ik eerst aan Maastricht als woonplaats. Echter, ik werd aangetrokken door de alternatieve mentaliteit van Heerlen. De mentaliteit van vechten en erbovenop komen.

Richting het einde van mijn beroepsmatige leven in 2014, begon ik mij activistisch in te zetten voor klimaat en milieu. Op dat gebied leek het zuiden toen nog in slapende toestand te verkeren. Er miste nog reuring. Mijn eerste actie was een demonstratie op de fiets door Amsterdam, georganiseerd door Fossielvrij Nederland. Daarna volgden talloze acties en demonstraties. Ik was aanwezig bij een zeer leerzaam klimaatweekend van de Nederlandse klimaatbeweging. Daarnaast droeg ik in Limburg bij aan een klimaatfilmcyclus in Limburgse filmtheaters in de periode voorafgaand aan de COP in Parijs. Omdat het programma en de wereldvisie van de Partij voor de Dieren mij zeer aanspraken, werd ik in 2017 lid van de Partij voor de Dieren. Ik merkte heel duidelijk dat je als activist samen sterker bent dan als individu.

In 2017 stelde ik me kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Heerlen. We kwamen toen met twee zetels in de raad. Aanvankelijk werden we gezien als ‘de meisjes van de dierenpartij’.  Dierenwelzijn, klimaatchaos, biodiversiteitsverlies en andere daarmee samenhangende crises en problemen waren tot dan in de Heerlense gemeenteraad geen favoriete onderwerpen. Zoals ook op landelijk niveau de PvdD en haar standpunten langzaam maar zeker in toenemende mate door andere partijen serieus worden genomen, geldt dat ook in de Heerlense gemeenteraad.’

Wat houdt de term ‘ecocentrisme’ in?
De term ‘ecocentrisme’ komt voort uit de milieufilosofie en -ethiek. Volgens het ecocentrisme heeft de natuur een intrinsieke waarde, dus een waarde op zich. Het komt erop neer dat de levende Aarde en al haar levende wezens gelijk zijn. De mens is een deel van het overkoepelende ecosysteem. De belangen van het ecosysteem gaan altijd boven die van mensen uit.

Tegenover ecocentrisme staat de wijdverbreide wereldvisie: het antropocentrisme. Deze visie komt voort uit de visie van denkers zoals Aristoteles en is ingebed in grote, overheersende godsdiensten, zoals het christendom en de islam. Volgens het antropocentrisme staat de mens centraal; alles in de natuur mag worden gebruikt door de mens, hetgeen helaas vaak ontaardt in misbruik. Een andere term die gebruikt wordt om het menscentrale denken aan te duiden is egocentrisme. Terwijl bij ecocentrisme het ecosysteem centraal staat, is dat bij egocentrisme de mens. Eco- en egocentrisme hebben dus tegenovergestelde betekenissen.

Hoe vallen mensenrechten ook binnen ecocentrisme?
Mensenrechten beschermen de waardigheid van ieder mens. Je hebt mensenrechten omdat je mens bent, onafhankelijk van je geslacht, gender, etnische afkomst, godsdienst of politieke overtuiging. Deze rechten gelden altijd en overal, voor iedereen. Mensenrechten hebben een speciale plaats in het recht. Ze zijn vastgelegd in de Nederlandse Grondwet en er zijn internationale afspraken over gemaakt. De Partij voor de Dieren wil dat klimaat, biodiversiteit, volksgezondheid, mensen- en dierenrechten en regionale landbouw het uitgangspunt vormen voor het creëren van handelsbeleid. Dat de kortetermijnbelangen van multinationals, aandeelhouders en de agro-industrie het uitgangspunt vormen, is juist niet wat de PvdD wil.

De PvdD wil beschermers aanstellen. En luisteren naar de noodkreten van activisten uit onder meer Canada, Brazilië, Indonesië en China, om te stoppen met vrijhandels- en investeringsverdragen, die ten koste gaan van lokale gemeenschappen, mensenrechten, de natuur en de dieren. Het wordt tijd dat een kabinet dat ook als leidraad voor beleid gaat hanteren.’’

Hoe is egocentrisme in de loop van de geschiedenis normbepalend geworden in de westerse maatschappij?
In de westerse grondhouding (basisbeeld) zag de mens zichzelf eeuwenlang als heerser over de natuur. Als we de geschiedenis nalopen en willen weten waar ego- en ecocentrisme vandaan komen, begint ons onderzoek bij het animisme. Het is de naam voor de wereldvisie zoals die voorkomt bij veel egalitaire inheemse volkeren (die wij lange tijd als primitief beschouwden). Volgens het animisme bezit alles op Aarde een ziel en bepaalde krachten: donder, regen en vuur en zo ook de zon, de maan, zand en rotsen. Ook mensen, andere dieren en planten bezitten bepaalde krachten. In het animisme worden verschillende krachten geëerd. Het werd in latere maatschappijvormen vervangen door andere inzichten. Er ontstonden religies waarin de mens een centralere rol kreeg. Zo stelde Aristoteles rond 350 jaar voor Christus dat alles een ziel had. Hij creëerde een hiërarchische rangschikking, een keten: Scala naturæ (de ladder van de natuur). In deze keten zijn mensen boven andere dieren en planten geplaatst. Heiligen en andere bovennatuurlijke zaken staan triomfantelijk bovenaan. Daarop volgt de mens, waarna niet-menselijke dieren en planten volgen. Zogenaamde ‘levenloze’ zaken, zoals Aarde, water en gesteente, hebben helemaal onderaan een plek gekregen. De mens plaatst zichzelf hier dus boven andere dieren, waarmee wordt geïmpliceerd dat de mens beter, slimmer, bekwamer, etc. is dan al het andere leven op Aarde.

Vervolgens ontstaan er polytheïstische godsdiensten. Dat zijn godsdiensten waarin meerdere goden geëerd worden. Denk aan het hindoeïsme, de traditionele Chinese volksreligie genaamd shenisme en de oorspronkelijk Japanse religie shintoïsme. Later komen monotheïstische godsdiensten op. Monotheïsme is het geloof in één god. Het jodendom, christendom en de islam zijn voorbeelden van monotheïstische godsdiensten. Tijdens deze ontwikkeling verdwijnt de ziel uit alles, behalve de mens. Dieren en natuur worden dingen zonder ziel en zonder intrinsieke waarde.

Met de opkomst van de industrialisatie en het gebruik van fossiele brandstoffen begon de mens een steeds grotere voetafdruk te zetten op Aarde. We zetten de wereld als decor voor óns zijn.

In de afgelopen decennia werd er voorzichtig en langzaamaan een historische verschuiving zichtbaar: naar partner en participant van de natuur. Al onze (individuele) handelingen en keuzes zijn van wezenlijk belang voor mens, dier en natuur.

Hoe vallen inclusie en gelijkheid binnen egocentrisme en hoe binnen ecocentrisme?
Binnen het egocentrisme en antropocentrisme staat de mens centraal. Elk individu moet beschermd worden tegen acties van andere individuen of overheidsinstanties die de rechten van het individu schenden. Hiertegenover staat ecocentrisme. Daarin bestaat in feite geen fundamenteel verschil tussen de mens zelf en zijn omgeving. Bovendien: mens is mens. De mens wordt beschouwd als mens, ongeacht huidskleur, afkomst, liefdesvoorkeur of welke eigenschap dan ook. Ernstige sociale en economische ongelijkheid bestaat niet in een ecocentrische wereld. Iedereen wordt immers als gelijk behandeld en ook als gelijke geholpen en gesteund.

Heeft u in de afgelopen decennia veranderingen gezien in de bewustwording van eco- en egocentrisme?
Er hebben zich zeker wel veranderingen voorgedaan. We komen als mensen namelijk tot conclusies. De huidige wereld toont overduidelijk de tekenen van een antropocentrische levensstijl. Veel milieuproblemen worden veroorzaakt doordat onze consumptie- en productieprocessen op z’n zachts gezegd niet goed aansluiten op de ecologie van het natuurlijke systeem waarop ze berusten. Zo zijn milieuproblemen uiting van allerlei onwenselijke neveneffecten van het gebruik van onze natuurlijke omgeving. Zulke problemen kunnen soms, maar meestal niet met allerlei technische en organisatorische ingrepen beheersbaar worden gemaakt of worden opgelost. Technische innovaties hebben zelfs vaak een averechts effect, verhogen de complexiteit en vergen zo nog meer energie en grondstoffen. De gedachtegang van milieu-ethici heeft een ander karakter: zij gaan ervan uit dat de huidige verhouding van de mens met zijn omgeving niet alleen technisch, maar ook moreel gezien problematisch is. Het is de verstoorde relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving, en de rol die allerlei denkbeelden en waardepatronen spelen of hebben gespeeld.

Een andere verandering waar we niet meer omheen kunnen, is de opkomst van demonstraties. Denk aan de aanwas van Extinction Rebellion, Greenpeace en Milieudefensie en aan Greta Thunberg.

Omdat het ons duidelijk is dat veel problemen voortkomen uit het huidige, antropocentrisch denken, kunnen we er niet meer omheen: verandering is onvermijdelijk. Pleisters plakken gaat ons niet meer uit de (helaas niet-figuurlijke) brand helpen. De demonstraties zijn tekenen die beleidsmakers niet meer kunnen blijven negeren. Ook grote bedrijven gaan mee in de bewustwording, maar toch handelen zij daarmee nog steeds vanuit economisch oogpunt. Kijk maar naar Unilever, die een tijd terug ‘De Vegetarische Slager’ overnam. Dat hebben ze niet gedaan om dierenlevens te redden, maar omdat ze er geld in zagen. Het begin is in ieder geval gemaakt. Het beweegt nu. Veranderingen zijn bezig.

In de tuin van Eliane lopen kippen rond. Een aantal van deze kippen is gered uit de bio-industrie, vandaar dat ze groen geverfde veren hebben

Wat is het meest zorgelijke aan egocentrisme? Of: graven egocentrische partijen, bij wijze van spreken, hun eigen graf?
Egocentrisme stelt dat de mens kan blijven voortgaan op het oude systeem. Egocentrische partijen blijven dus ook doorgaan zolang ze stemmen krijgen. Dat is zorgelijk, omdat de noodzakelijke veranderingen worden tegengehouden. Moeilijke onderwerpen worden uitgesteld en omzeild. De problemen liggen er: de uitkeringsaffaire, Groningen, mijnschade etc.

Ecocentrisme vormt hét uitgangspunt van de Partij voor de Dieren (PvdD). In welke hoofd-partijpunten is ecocentrisme duidelijk te herkennen?
Ecocentrisme vormt inderdaad hét uitgangspunt voor de Partij voor de Dieren. Alle standpunten en keuzes worden volgens deze kern gevormd. Het is in een aantal idealen en hoofdpunten van de partij duidelijk te herkennen dat ecocentrisme de leidraad voor de PvdD is. Onder meer in de volgende punten:

  •       ‘De Aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. ’
  •       ‘Alles van waarde beschermen, alles wat schaars is eerlijk verdelen. ’
  •       ‘Dieren hebben het recht om te leven naar hun aard.’
  •       ‘Een leefbare aarde voor al haar bewoners. ’

(Bron: Partij voor de Dieren, 2023).

Ons ecocentrale programma is nodig om het tij te keren. We zijn de enige partij die de belangen van álle soorten – mens én niet-menselijk dier, inclusief de natuurlijke omgeving – als uitgangspunt neemt. We hebben een planeetbrede visie. En daar zijn we uniek in. In plaats van een economisch systeem dat is gebaseerd op voortdurende groei waar slechts een kleine bovenlaag van profiteert, kiezen wij voor een welzijnseconomie die binnen de draagkracht van de Aarde blijft.

Hoe kan worden verklaard dat het links-rechts concept juist enkel op egocentrisme is gebaseerd en het partijprogramma van de PvdD juist op ecocentrisme?
Het onderscheid tussen links en rechts is ontstaan in de achttiende eeuw, ten tijde van de Franse Revolutie. Het is een gedateerd concept. Links en rechts zijn een te simpele weergave van een complexe realiteit. Als je de politiek wil samenvatten met het allersimpelste model, dan is het onderscheid tussen links en rechts wel de beste manier. Het links-rechts-denken is gekoppeld aan egocentrisme en economische groei. Het kortetermijnbelang staat hierbij voorop. Economische groei is niet de oplossing, maar het probleem. In 2018 schreef Lammert van Raan in de Volkskrant een stuk met als titel: ‘Nederland kan niet én de slager en melkboer van de wereld willen zijn én de klimaatdoelen halen’ (Bron: Lammert van Raan, Volkskrant, 2019). De Partij voor de Dieren staat voor minder consumeren. Wat we doen mag de draagkracht van de Aarde niet overstijgen, de planeet groeit namelijk niet mee.

Ziet u in de Heerlense gemeenteraad dat de ecocentrische denkwijze van de PvdD invloed heeft op besluitvorming?
Die invloed is er wel, maar het gaat absoluut niet vanzelf. We hebben in de Heerlense gemeenteraad één zetel. Als fractievoorzitter ben ik in de raad dus de enige van de Partij voor de Dieren. Als ik dram, bereik ik niks. Ik doe alles rustig en op het juiste moment. Ik overleg veel met andere partijen en geef indien nodig informatie aan leden van andere partijen, zodat ze kunnen begrijpen wat ik bedoel. Er is niet altijd direct invloed zichtbaar, maar door steun te zoeken bij aanknopingspunten met andere partijen, collega-raadsleden, kun je toch op dezelfde beslissing uitkomen.

Hoe is de houding tegenover ecocentrisme in de gemeenteraad?
Bij het grootste deel van mijn collega-raadsleden is het begrip ecocentrisme niet bekend. Ze hebben er niks mee. De Partij voor de Dieren is daarin uniek. Aan het einde van dit interview gesprek (één uur) zullen er naar schatting zes à zeven soorten zijn uitgestorven. Een tropische salamander, een glimmende kever, een onopvallend korstmos, een vogel, een varen, een vis, het kan van alles zijn. Dit heb ik ook ooit op deze manier verteld in de raad. Het is oorspronkelijk een uitspraak die David van Reybrouck deed in de Huizinga-lezing, anno 2021.

Toen ik de bovenstaande uitspraak in de raadszaal deed tijdens de algemene beschouwingen in 2022, hakte het erin. Er kwam een aantal collega-raadsleden naar me toe om te zeggen ervan geschrokken te zijn.

Het komt helaas vaak genoeg voor dat ik iets aan het uitleggen ben en ik zie dat mijn collega-raadsleden van PVV en FvD aan de andere kant van de raadszaal met elkaar aan het grappen zijn. Ze gedragen zich in die situaties kinderlijk en ronduit onfatsoenlijk naar hun collega’s. De PvdD en haar denkwijze wordt dus nog steeds door bepaalde partijen als vreemd bestempeld. Dat is nou eenmaal hoe je wordt gezien als je zaken aankaart die buiten de bekende en vertrouwde kaders vallen.

Wat is nodig om vanuit ecocentrisme meer verandering teweeg te kunnen brengen?
Wat daarvoor nodig is, is dat niet alleen de Partij voor de Dieren hiermee bezig is, maar dat het een maatschappelijke beweging wordt: maatschappijbreed dus. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd dienen bedrijven én individuen zich ermee bezig te houden, om zo samen verandering teweeg te brengen.

Hoe ziet u de toekomst voor zich als egocentrisme de zwaarste rol blijft spelen?
In dat geval voorzie ik een rampzalige toekomst. Dan wordt er noch met de draagkracht van de Aarde, noch met de leefbaarheid voor alle levende wezens rekening gehouden.

Hoe ziet u de toekomst voor zich als daar meer bepaald zou worden door ecocentrisme?
Dan zie ik de toekomst voor me als het tegenovergestelde van mijn antwoord op de vorige vraag. Ik zie dan namelijk een maatschappij voor me waarin er een welzijnseconomie is, klimaatrechtvaardigheid geldt en rekening wordt gehouden met de draagkracht van de Aarde. Het langetermijnbelang wordt in die maatschappij opgenomen als visie.

Op welke manier kun je in je omgeving duidelijk maken wat het verschil is tussen eco- en egocentrisme?
Je kunt op veel manieren iets betekenen. Het is belangrijk om in je omgeving te getuigen van en te praten over hetgeen je bezighoudt. Deel het! Dat je geen vlees eet, dat je niet vliegt, dat je consumindert. Je kunt ook bijvoorbeeld in een café vragen waarom daar nog geen koffie wordt geserveerd met plantaardige melk. Met wie dan ook, waar je ook komt, als je erover praat met anderen, kun je bewustwording creëren. Die bewustwording zal op een rustig tempo groeien, maar dat is juist de beste manier. Het is de meeste mensen helaas nog vreemd wat ecocentrisme is. Ikzelf moet het mijn collega-raadsleden van andere partijen ook nog in hapjes voeren. Zonder te drammen, want dan bereik ik niks. Als je dramt, gaat immers de deur dicht. Als je het op een rustig tempo doet, is dat dus ook hartstikke goed.

Wat kun je antwoorden als iemand aan je vraagt: ‘Hoe krijg je dan brood op de plank?
Je kunt in zo’n geval uitleggen dat het een kwestie is van keuzes maken, consuminderen. We zouden allemaal moeten consuminderen en onze afhankelijkheid reduceren. We zouden lokale weerbaarheid moeten opbouwen, ook in het kader van instabiele geopolitieke ontwikkelingen. Zo zouden we moeten investeren in een eigen lokale voedselvoorziening. Oogsten zullen in de toekomst immers steeds vaker mislukken vanwege klimaatverandering. Het langetermijndenken moet voorop komen te staan bij het maken van onze keuzes. Zij die zulke vragen stellen over brood op de plank, kunnen dan hopelijk inzien dat het kortetermijndenken ze nog verder van huis zal brengen. Tip met betrekking tot consuminderen is om eens te luisteren naar onder andere Paul Schenderling. Hij leeft met minder toch heel gelukkig. Ook Jason Hickel biedt interessante informatie om te leren consuminderen.

Wat kun je doen om als individu keuzes te maken die bijdragen aan een ecocentrische maatschappij?
Je kunt van alles doen om bij te dragen aan de bewustwording in de maatschappij. Praat erover en vertel het door in je omgeving. We moeten minder afhankelijk worden en de lokale weerbaarheid (‘resilience’) vergroten.

Het kan niet vaak genoeg worden gezegd: ga stemmen! Ik vind dat stemrecht vanaf zestien jaar moet ingaan. Hopelijk kunnen we dat in de toekomst tot werkelijkheid maken. Als je nu al stemgerechtigd bent: stem dan op de juiste partij(en). Je kunt bijvoorbeeld helaas nog niet bij de gemeenteraad in alle gemeentes stemmen op de Partij voor de Dieren. Probeer je dan te verdiepen in welke partijen qua standpunten het ecocentrisme het meest naderen. Blijf daarnaast in je omgeving het juiste voorbeeld geven én stel continu vragen. Kies voor schoon vervoer en vervoer dat voor iedereen toegankelijk is. Ik wil van reclame af, maar tot die tijd: laat je niet verleiden tot consumeren. Consuminder! Als het gaat om consumptie van nieuws: blijf de onderzoekende, onafhankelijke pers ondersteunen. Denk hierbij aan De Correspondent en Follow The Money. Probeer nieuws mee te krijgen op een andere manier dan via sociale media. Op het gebied van kunst: er zijn veel mogelijkheden om kunst te laten bijdragen om onze denkbeelden te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van kunst die wordt gemaakt met hernieuwbare materialen. Voor je opleiding of werk maak je ook keuzes die een bepaalde impact hebben op de leefbaarheid op Aarde en voor alles wat hier leeft. Je kunt bij werk- of opleidingskeuzes letten op de mate van toekomstgerichtheid en toekomstbestendigheid en op welke manier je zo een bijdrage kan leveren die een maatschappelijk toegevoegde waarde heeft op basis van ecocentrisme en kan bijdragen aan een duurzame samenleving.

Hoe kunnen wij als PINK!’ers bijdragen aan ecocentrische bewustwording in de politiek en in de maatschappij?
Blijf vasthouden aan je idealen! Er zijn weliswaar andere groene partijen in Nederland, maar die denken bijna allemaal vanuit het egocentrisme en voortdurende economische groei. Ze doen groen, zodat de mens op deze planeet kan blijven rondlopen. Daarbij worden de belangen van niet-menselijke dieren en alle andere onderdelen van de natuur zwaar verwaarloosd. Blijf je daarom verdiepen en onderdompelen in werken van filosofen en denkers, bijvoorbeeld Eva Meijer. Zoek daarin je weg en vind wat bij jouw idealen aansluit.

Dit is een voorpublicatie van BRUL! Herfst 2023, het ledenblad van PINK!. Eliane Géron gaf ook een aantal lees- luister- en deeltips over ecocentrisme en aansluitende thema’s. Deze zullen in het fysieke blad te zien zijn. 

Hoe gaat het nu met Jules Vaessen (Maastricht) en Pieter Groenewege (Dordrecht)?

Door Indra Gesink

Een jaar geleden waren Jules Vaessen (Maastricht) en Pieter Groenewege (Dordrecht) lid van PINK! en ook lijsttrekker van de Partij voor de Dieren in hun gemeente. Ze werden toen beiden uitgebreid geïnterviewd door de redactie van de BRUL! Nu, een jaar later, interviewen wij hen opnieuw; hoe gaat het met ze, als persoon en in de gemeenteraad? En was er het afgelopen jaar één concrete gebeurtenis die je met de PINK!’ers wilt delen?

Ik ga heel eerlijk zeggen dat het wennen was voor me in de Maastrichtse gemeenteraad. Ook al heb ik inmiddels al 3,5 jaar politieke ervaring als fractiemedewerker, moest ik toch wennen aan mijn nieuwe rol. In deze rol dien ik nu zelf, aan de voorkant, het woord te voeren en interrupties te plegen zonder ruggespraak; terwijl ik juist die rol aan de achterkant gewend ben. Daarbij heb ik ook aan de rest van de raad moeten wennen en zij aan ons. Sommige raadsleden zitten er al 20 jaar en de Partij voor de Dieren is toch de vreemde eend in de bijt; dan is ons unieke geluid toch wel even wennen. Ook privé komt er veel op je af, omdat raadswerk veelal in de avonden en weekenden plaatsvindt. Onderhand heb ik wel mijn plekje kunnen vinden in de raad, als fractievoorzitter en als woordvoerder. Ik krijg zelfs complimenten van wethouders en andere raadsleden voor mijn stijl, houding en argumentatie. Ook als persoon ben ik enorm gegroeid het afgelopen jaar.

We hebben inmiddels al een aantal successen gevierd, maar één wil ik er toch wel uitlichten: door ons is een megastal op losse schroeven gezet. De gemeente Maastricht wilde een megastal voor 200 ooien (vrouwelijke schapen) en 450 lammeren bouwen in een natuurcompensatiegebied op de Belvédèreberg, in het noordwesten van Maastricht. Echter komen hier beschermde, zeldzame soorten voor, zoals de muurhagedis, de hazelworm en de das. Toch wilde de gemeente dit plan voortzetten. Zij noemde het plan ook eufemistisch een ‘schuilgelegenheid’ (voor de dieren), en wie kan daar nou tegen zijn? Maar als je naar de omvang van het gebouw en de dieren kijkt, is alleen de term ‘megastal’ passend. Bovendien wilden alleen wij het woord hierover voeren in de gemeenteraad; de voorzitter zat zelfs al klaar om het stuk af te hameren. Verder had niemand in de raad de stukken gelezen, waardoor een debat op feiten dus niet mogelijk was. Daarop hebben wij schriftelijke vragen ingediend, en wat bleek: het hele plan is in strijd met de ontheffing, het beheerplan van het natuurgebied én de afspraken die gemaakt zijn voor de hagedissenvoorzieningen. Er is nu een streep gezet door de megastal, waardoor men een nieuwe ontheffing moet aanvragen en men mogelijk helemaal van de megastal af moet zien. Een enorm succes voor een nieuwbakken raadslid en fractie; en dat levert ook bij de overige fracties in de raad veel aanzien en respect op!

 

Jules Vaessen is 32 jaar oud en fractievoorzitter PvdD in de Maastrichtse gemeenteraad.

Pieter Groenewege is 29 jaar oud en fractievoorzitter bij PvdD Dordrecht. 

Na een hectische maar geslaagde campagneperiode is de Partij voor de Dieren voor het eerst in de geschiedenis in de Dordtse gemeenteraad beland. Van alle nieuwe partijen in de Dordtse raad (vier stuks) hadden wij als enige meteen twee zetels.

De campagneperiode was serieus heftig. Zoveel debatten, interviews, flyers, vormgevings-  en social mediawerk. We hebben zelfs vier reclamefilmpjes gemaakt voor op televisie. En ondertussen was ik fractiemedewerker bij de PvdD Den Haag, waar ik ook een social mediacampagne moest uitrollen, posters moest vormgeven, et cetera. Uitputtend dus, maar ook het waren ook veel nieuwe en leuke ervaringen. 

Op 30 maart 2022 werd ik officieel geïnstalleerd als fractievoorzitter en begon het inwerkprogramma. Dat viel niks tegen – de Dordtse gemeenteraad bleek een warm bad te zijn, zeker in vergelijking met het venijn in de Haagse gemeenteraad. In de Dordtse gemeenteraad is iedereen gewoon wat liever voor elkaar.

We zijn meteen aan de slag gegaan met dieren op de agenda te zetten, door vragen te stellen over de levende kerststal, de bijenmarkt, de dierenopvang en noem zo maar op. Voor de andere partijen was dit onderwerp duidelijk wennen. Sommige partijen vonden één vraag over dierenwelzijn in het Kieskompas al te veel. De Dordtse raad blijkt op het vlak van dierenwelzijn behoorlijk conservatief te zijn – dat valt dan wel weer tegen.

Maar daar trekken wij ons niks van aan. Hoe meer tegenwind, hoe leuker, eigenlijk. We hebben het in de raad nu over onderwerpen waar deze partijen jarenlang niet naar omkeken. En dan vallen er ook wat lijken uit de kast. Bijna letterlijk. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de damherten op de hertenkamp in het prachtige Park Merwestein ieder jaar gedecimeerd worden. De oude hindes en de jonge bokjes worden afgevoerd. Familiebanden worden wreed uiteengerukt en het ‘overschot’ gaat naar de slacht.

Doordat we hier tijdens een reces (komkommertijd) een persbericht over hebben uitgestuurd, berichtten alle lokale media hierover. Dat heeft een hoop verontwaardiging veroorzaakt in Dordrecht. Dierenwelzijn staat nu veel meer in the picture.

Gelukkig is het niet altijd campagnetijd. Na de campagne had ik ook nog tijd om samen te gaan wonen, bijvoorbeeld. Ik ben ook gestopt met mijn werk bij de PvdD Den Haag, want het werd wel heel veel Partij voor de Dieren voor een mensenleven. Er bleek ook nog een wereld te bestaan buiten de PvdD en het leek me gezond om met minstens één poot in die klei te gaan staan.

‘Duurzaamheid duurt het langst’ en 6 andere duurzame spreekwoorden

Door Lena Claessen

Niet al te lang geleden las ik een stuk tekst van mezelf terug en merkte ik op dat ik regelmatig gebruik maak van spreekwoorden. Echter merkte ik ook op dat de spreekwoorden die in mijn vocabulaire zijn opgenomen, veelvuldig in de Nederlandse taal worden gebruikt en hierdoor niet bepaald origineel zijn. ‘De appel valt niet ver van de boom’, bijvoorbeeld, of ‘wie wat bewaart, die heeft wat’. Dit zijn onbeslist klassiekers, maar toen ik de lijst met alle Nederlandse spreekwoorden las (een aanrader: sommigen zijn hoogst vermakelijk) besefte ik dat er nog véél meer pareltjes te vinden zijn – waaronder een aantal duurzame vondsten. 

Het gebruik van spreekwoorden laat de taal leven. Ikzelf merk dat ik een tekst leesbaarder en vermakelijker vind als er her en der een spreekwoord wordt gebruikt. Ze scheppen beelden waardoor de lezer of luisteraar zich aandachtiger op de taal kan focussen. Je kunt dus concluderen dat spreekwoorden niet alleen onmisbaar zijn in de Nederlandse taal, maar ook functioneel kunnen zijn; je kunt ze bijvoorbeeld strategisch inzetten in een debat of betoog. Doordat je door spreekwoordengebruik boeiender en interessanter over kunt komen, kun je de lezer of luisteraar (sneller) tot inzichten doen komen. En laten we dat inzicht nou toevallig zéér goed kunnen gebruiken binnen het duurzaamheidsdebat. Dit brengt me op de volgende vragen: welke spreekwoorden hebben met duurzaamheid, de natuur en het klimaat te maken? En hoe kunnen we deze toepassen?

  1. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Betekenis: het lijkt op een begin, maar dat zegt niets over het resultaat. 

Overal om me heen merk ik dat duurzaamheid een zogenaamd hot topic is: talloze reclames over elektrisch rijden, windmolens en veganistische chocoladerepen verschijnen op mijn TV. Dit geeft me hoop, immers: als de Albert Heijn, een invloedrijke supermarkt, zich bezighoudt met duurzaamheid, zullen we wel de goede kant op gaan. Echter blijkt schijn te bedriegen. Natuurlijk: hoe meer aandacht, hoe beter, maar winkelketens moeten reclames maken omdat ze écht willen verduurzamen, niet omdat het bij de duurzaamheidstrend past. De aanwezigheid van deze oprechte intentie valt sterk te betwijfelen. Nog altijd wordt er in de Albert Heijn meer reclame gemaakt voor vlees, melk en eieren, dan voor vegetarische producten. Ook het plasticgebruik heeft nog een flinke weg te gaan. Oftewel: het lijkt een begin, maar dat zegt niets over het resultaat –  één zwaluw maakt immers nog geen zomer.

  1. De natuur is sterker dan de leer. Betekenis: datgene dat is aangeleerd wordt gauw vergeten.

Dit spreekwoord is in de context van duurzaamheid een stuk hoopvoller dan de vorige. Je zou het op twee manieren kunnen interpreteren. In de eerste plaats zou het kunnen betekenen dat hetgeen dat we hebben aangeleerd, op school, werk of in andere sociale situaties, de behoeftes en het moraal dat we van nature hebben, niet overheerst. Als we als kleuter hebben geleerd dat we dagelijks minstens 2 glazen melk moeten drinken, kunnen we best later realiseren dat sojamelk een duurzamere en diervriendelijkere optie is; het besef dat we op een onethische manier met koeien omgaan, is dan sterker dan de leer. In de discussies omtrent duurzaamheid komt regelmatig naar voren ‘dat we wel nog gewoon moeten kunnen leven’, oftewel: dat onze gewoontes in stand moeten worden gehouden. Ik hoop dat dit spreekwoord het tegenovergestelde kan bewijzen, en we uiteindelijk zullen beseffen dat we niet zo moeten zeuren – we zijn immers prima in staat om van onze ‘leer’ af te wijken. De tweede interpretatie betreft niet de mens, maar de natuur zelf. De natuur zal in deze definitie uiteindelijk zijn mannetje staan tegenover het mensoverheersende, kapitalistische systeem waarin we leven. De natuur zal zich laten gelden, als één front, en wie beseft dat mensen ook deel zijn van de natuur, zal daar de vruchten van plukken. Maar goed, het is en blijft een idealistische opvatting; laten we hopen dat het uiteindelijk waarheid blijkt te zijn.

  1. De tol aan de natuur betalen. Betekenis: dood gaan. Mogelijke variatie: inzien dat de omgang met de natuur voor een menselijke teloorgang zal zorgen.

Volgens mij is de betekenis van dit spreekwoord wel duidelijk is, toch contrasteert het met het beeld dat het bij mij oproept. Ik zie het zo voor me: na jaren van disrespect en egocentrische keuzes ten opzichte van de natuur, klopt de natuur in een nader onbekende verschijning bij ons aan, haar handen (takken? bladeren? boomschorsen?) uitgestoken. Met een zelfverzekerde grijns zal ze zeggen: ‘en nu zullen jullie de tol betalen voor de gevolgen van jullie gedrag.’

  1. Niet door mensenhanden gebouwd. Betekenis: door God of natuur tot stand gebracht.
  1. Ook de herfst heeft zonnige dagen. Betekenis: ook oudere mensen kunnen genieten. (Maar ik denk dat we dit spreekwoord inmiddels vrij letterlijk kunnen nemen.)
  1. De wind waait vanuit een andere hoek. Betekenis: de situatie is plotseling veranderd.
  2. Duurzaamheid duurt het langst. Betekenis: met duurzaamheid in de wereld kom je het verst. Variatie op ‘eerlijkheid duurt het langst.’

 

En nu jij! Door het gebruik van spreekwoorden kun je de aandacht van de lezer of luisteraar weten te trekken én behouden. Dit kan uiterst nuttig zijn binnen het duurzaamheidsdebat. Dus: als je je de volgende keer een opiniestuk schrijft, voeg dan her en der wat duurzame spreekwoorden toe. Er zitten grenzen aan de groei, maar niet aan de taal, dus laat je fantasie los, schep originele en creatieve beelden en wie weet helpt het in de weg naar een duurzamere en eerlijkere toekomst. En anders heb je je tekst verrijkt – dat kan geen kwaad, nietwaar?

Bronnen:

Boer zijn is geen recht

Door Thijmen Fellinger

Steil achterover geslagen was ik, toen ik las over de uitspraak van Maxim Hartman op televisie in de talkshow van Renze Klamer. Op dinsdag 5 juli, in een gesprek tussen melkveehouder Dolf Heikoop en televisiemaker Maxim Hartman, liepen de gemoederen hoog op (AD).

[…] melkveehouder Dolf was nog niet klaar met het onderwerp en legde uit dat het voeren van een gesprek zinloos was. ,,We moeten gaan praten, maar er mag niet aan gesleuteld worden. Of tenminste: het plan mag überhaupt niet van tafel.”

Die woorden schoten bij Hartman in het verkeerde keelgat. ,,Jij zegt: die boeren moeten door. Maar dat is juist het punt, die boeren mógen niet door. Dat moet je accepteren, je moet je gewoon om laten scholen.” Volgens boer Dolf had Hartman geen idee waar hij het over had. ,,Als je dit durft te zeggen, weet je niet wat je zegt. Je hebt het over al onze bedrijven. Die laten we ons écht niet zomaar afpakken! Ik ben 100 procent boer. Ik weet niet beter dan dat ik boer wilde worden. En ik weet ook niet beter dan dat ik boer zal blijven.”

Hartman wees de melkveehouder er vervolgens op dat het ‘boer zijn geen recht is’. ,,Snap je dat? Waar komt dat idee toch vandaan?” […]

Een pijnlijke, maar ook bijzonder scherpe uitspraak, die ik nog niet eerder gehoord heb. Dat was het eerste wat er door me heen schoot. Ik begon me toen pas te beseffen hoe belangrijk deze stelling wel niet is. Ik was verbaasd dat ik hier niet eerder zo vrij over gedacht had. Waarschijnlijk was ik gevallen voor een van de vele dogma’s die de laatste tijd door bepaalde organisaties en groepen verspreid wordt (EenVandaag).

Boeren – of specifieker: veehouders – lijken het idee te hebben dat ze een permanent, fundamenteel en niet te compromitteren recht hebben om hun boerenbedrijvigheid uit te blijven oefenen. Daarmee wordt de plank van de huidige maatschappij totaal misgeslagen. Maar waarom is deze gedachte eigenlijk zo gek?

Een boerenbedrijf is een commerciële instelling, waarbij gebruik wordt gemaakt van privaat eigendom van vruchtbaar land om “producten” te cultiveren voor de verkoop op de markt. Op de middelbare school, en vaak nog eerder, leren kinderen dat bedrijven bestaan om geld te verdienen door producten aan consumenten te verkopen. Volgens het westerse (en in ieder geval, zoals door veel boeren toegejuichte rechtse) ideaal is vraag en aanbod hierbij bepalend. Producenten van hoeden, iPhones, geknipte kapsels, bloemkolen, auto’s, moedermelk en varkens bieden producten aan en verdienen daar geld aan, maar alleen wanneer daar vraag naar is.

Een kapperszaak als familiebedrijfje dat geknipte kapsels levert of een eenmanszaak die hoeden produceert en verkoopt, hebben consumenten nodig om geld te verdienen. Wanneer de maatschappij beweegt in een richting waarin alleen maar petten en ongeknipte haren in de mode zijn, zal de vraag naar hoeden en geknipte kapsels afnemen. De kapperszaak en hoedenverkoper moeten – inherent aan bedrijvigheid en ondernemersrisico – zich aanpassen aan de vraag van de markt, willen zij een goed inkomen blijven verdienen. Zijn ze niet bereid om petten of krultangen te leveren, dan kunnen ze inkomsten verliezen of zelfs failliet gaan.

Deze ondernemers hebben geen fundamenteel recht om exclusief hoeden en geknipte kapsels te blijven leveren. De overheid en de rest van belastingbetalend Nederland hebben geen verplichting om deze ondernemers te onderhouden in hun bestaan. Ook niet als hun persoonlijke voorkeur, idealen of geloofsovertuiging hen weerhouden om petten of krultangen te verkopen.

Waarom zouden boeren dat recht wél hebben? Waarom zou hardwerkend belastingbetalend Nederland, dat al veel geld direct en indirect uitgeeft aan het subsidiëren van uitbreidingen, schaalvergrotingen en de veel te dure auto’s en levensstijlen van boeren en hun bedrijven, dat tolereren?

Waarom zouden boeren het recht hebben om onevenredig veel stikstof uit te stoten terwijl daardoor aanzienlijk minder huizen gebouwd kunnen worden? De belastingbetaler leed al aan de woning- en de stikstofcrisis, en op de koop toe nu ook aan files (NOS) op de snelweg, getraumatiseerde politieagenten (NOS) en lege schappen in de supermarkt (NOS).

Niet alleen hebben boeren geen recht om de rest van de Nederlandse burgers te terroriseren, ze hebben ook geen recht hen van woningbouw of natuur te ontnemen, ze hebben geen recht om te parasiteren op de vele subsidies (NOS) en ze hebben geen recht om producten te produceren die een maatschappij misschien niet langer van ze verlangt.

Je hebt het recht om je om te laten scholen. Het recht om met je tijd mee te bewegen. Het recht om over te gaan naar een duurzame, biologische, transparante en door de markt gewenste toekomst te bewegen waarin jij, als boer, geniet van het werk wat je doet op het land terwijl je met een goed geweten Nederland voorziet van gezonde, lekkere, plantaardige, voedzame en duurzame producten waar je trots op mag zijn (NOS, No Shit Food).

Maar je hebt niet het recht om als groot veehouder door te blijven gaan met de onhoudbare, onduurzame en ongewenste conventionele boerenbedrijvigheid op kosten van de belastingbetaler.

Bronnen:

– AD, https://tinyurl.com/2p8jypnc

– EenVandaag, https://tinyurl.com/2rtdk2rw

– NOS, https://tinyurl.com/2fjv3upd

– NOS, https://tinyurl.com/4pnvuevh

– NOS, https://tinyurl.com/bdps68r7

– NOS, https://tinyurl.com/jrcyjfpf

– NOS, https://tinyurl.com/3h2yhyyz

– No Shit Food, https://tinyurl.com/bd9p47rt

Wil jij de vogelgriepepidemie stoppen? Eet dan geen kip!

Door Lidwien Koch

Wat heeft corona te maken met een zieke kip en zorgt het ruimen van de megastallen eigenlijk wel voor minder vogelgriepbesmettingen? Hoe de ongecontroleerde groei van mega pluimveebedrijven het einde inluidt voor de kip, de wilde vogels en waarschijnlijk ook onszelf. Want ja: de eerste mensen zijn al besmet geraakt en er is al iemand aan overleden.

We kennen allemaal inmiddels het gebruikelijke riedeltje: de NVWA constateert een vogelgriepuitbraak bij een megastal vol pluimvee waarna ze de duizenden dieren in de stal laat ruimen en een vervoersverbod insteldt voor alle pluimveebedrijven binnen een straal van 10 km (NVWA, Rijksoverheid). In Nederland en vrijwel heel Europa heerst nu namelijk de grootste vogelgriepuitbraak ooit waarbij wel duizenden dieren per keer worden moeten worden afgemaakt. Maar wat is vogelgriep precies?

Vogelgriep, ook wel aviaire influenza, wordt van de ene vogel op de andere doorgegeven via ademhaling, mest, oogvocht, diertransporten en het menselijk lichaam (WUR, RIVM, Vogelbescherming). Vooral kippen, kalkoenen, duiven, zwanen en eenden zijn kwetsbaar. Bij vogelgriep krijgt het dier last van luchtwegproblemen, diarree, een ruw verenkleed, afsterving van weefsel, overvloedige traanvorming, een daling in de eiproductie en onderhuidse bloedingen in de poten, lellen en kam. Dit heeft mogelijk de dood als gevolg. Al met al is dit geen pretje voor het arme beest. De term vogelgriep is wat verwarrend, want het is een verzamelnaam voor vele verschillende griepvirussen. De meeste virussen zijn van de milde, laag pathogene variant: Laag Pathogene Aviaire Influenza (LPAI) en zijn niet dodelijk. Echter, deze virussen kunnen zich muteren tot hoog pathogene virussen: Hoog Pathogene Aviaire Influenza (HPAI), subtypen H5 of H7, die erg besmettelijk zijn en tot wel 100% sterfte kunnen veroorzaken. Hoe meer dieren dicht bij elkaar staan, hoe sneller de griep zich verspreidt en muteert.

Voorheen heerste het virus in Nederland alleen rond in de winter. Tegenwoordig blijft het virus het hele jaar door heersen waardoor het besmette pluimvee ook meer contact heeft met wereldwijd migrerende wilde vogels. Deze vogels raken hierdoor ook besmet. Ze vliegen in heel Europa in zwermen van soms wel duizenden individuen waardoor ook in de lucht het virus om zich heen grijpt. Dode vogels vallen met bakken uit de hemel. Ze liggen op elkaar in de sloten en creperen in onze weides. Als een vogel in de sloot niet wordt opgeruimd kan het virus in water tot een jaar overleven en andere vogels die daarin zwemmen besmetten (Vogelbescherming). Eén op één contact tussen vogels is dus niet een vereiste voor besmetting, wat de bestrijding nog moeilijker maakt. De massale sterfte is ook funest voor de ecosystemen en haar biodiversiteit. Maar het kan nog erger: het virus is al overgeslagen op de mens.

Het virus is namelijk een zoönose, wat betekent dat ook katten, varkens, tijgers en mensen besmet kunnen raken. Als een mens nu besmet raakt met de vogelgriep (na zeer intensief contact), zal dat waarschijnlijk verlopen als een milde griep met weinig klachten. Echter, we zijn hiermee niet uit de gevarenzone: in Azië waaien al verschillende typen vogelgriep rond die mensen erg ziek maken (RIVM) en in 2003 overleed de eerste Nederlander door een besmetting met vogelgriep, namelijk de  dierenarts Jan Bosch die zeer intensief contact had met besmette dieren (RTL Nieuws, BNNVARA). Als een patiënt besmet is met de menselijke griepvariant én tegelijkertijd de vogelgriep, kan er een hoog pathogene virus variant uit ontstaan (HPAI) die besmettelijk en dodelijk is. Gelukkig is het virus nu nog niet overdraagbaar van mens op mens, maar omdat het griepvirus bij het pluimvee als een razende muteert, kan hier snel verandering in komen (De Correspondent).

‘Ach joh, geen paniek! Als wij ziek beginnen te worden gaan we toch gewoon vaccineren?’ Nou, leg je daar maar niet op vast. Er zijn momenteel in Nederland en de EU geen vaccins beschikbaar die goed werken tegen de HPAI-stammen (Avined). Het maken van een vaccin, zowel voor het pluimvee als voor ons, is ook niet zo eenvoudig. Het kost veel onderzoek en geld en het kan jaren duren voordat het op de markt is en er breed wordt gevaccineerd. Jaren waarin veel besmettingen en mutaties kunnen plaatsvinden.  Stel dat het wél lukt om alle mensen, pluimvee en wilde vogels van heel Europa te vaccineren, dan zijn we nog niet veilig: als een individu is gevaccineerd kan het alsnog besmet raken en kan het virus blijven rondgaan en muteren. En door de hoge pluimvee concentratie zal het virus bij het pluimvee blijven muteren, waardoor het pluimvee vaccin én het menselijke vaccin niet meer kunnen werken. Met als gevolg vele miljoenen zieke en dode dieren én mensen. Nee, een vaccin gaat niet ons helpen. Dus, beter voorkomen we nu dat het virus zich überhaupt verspreidt onder de mens. Maar hoe? De overheid heeft hiervoor twee oplossingen bedacht: het invoeren van de ophokplicht en het ruimen van het pluimvee. Bij de ophokplicht worden de boeren verplicht hun pluimvee binnen in de stal te houden waardoor de dieren minder in contact komen met de wilde vogels buiten. Echter, door de ophokplicht zitten de dieren nóg dichter bij elkaar waardoor het virus sneller rondgaat en muteert. De tweede maatregel is het preventief ruimen waarbij alle pluimvee in de stal wordt vergast met CO2. Echter, door de oorlog in Oekraïne is het gas duurder en schaarser geworden waardoor zelfs afgelopen oktober een aantal bedrijven in Lunteren niet konden worden geruimd (NOS). Ook wordt bij ruimingen CO2 in de lucht gebracht wat weer klimaatverandering in de hand helpt. Er moet dus snel een permanente oplossing worden bedacht.

Vogelgriep kan zich snel verspreiden en muteren omdat de pluimvee concentratie in Nederland erg hoog is (De Correspondent). In de megastallen staan de dieren met duizenden bij elkaar in een kleine stal en fladderen ze allemaal als een kip zonder kop over elkaar heen. Gemiddeld staan kippen zonder Beter Leven keurmerk met zo’n 18-21 kippen per m2 bij elkaar en kunnen ze niet naar buiten (Beter Leven). In Nederland en Europa is er vaak al ruimtegebrek en uitbreiden naar grotere stallen met evenveel of minder dieren is financieel niet aantrekkelijk voor de boer. Maar er is een andere manier om een grotere afstand te creëren tussen de dieren: namelijk door minder dieren te houden. Als boeren overgaan van megastallen naar kleinschalige houderij of stoppen met het bedrijf, kan de pluimvee concentratie flink naar beneden waardoor er minder vogelgriepbesmettingen zullen zijn. Hierdoor sla je gelijk twee vliegen in één klap: minder dieren sterven een pijnlijke dood door vogelgriep én er hoeven minder dieren geslacht te worden voor consumptie. Met als derde bijkomend voordeel: we verkleinen de kans op een nieuwe wereldwijde pandemie voor ons als mens. Inmiddels weten we wel dat het uitkopen van boeren en het verminderen van de intensieve houderij een hoop politiek gesteggel is. In de tussentijd kunnen wij als consument en burger gelukkig ook wat doen.

Eén van de redenen dat boeren zoveel pluimvee houden is dat wij veel pluimvee eten. Als we minder pluimveeproducten kopen, zal de boer merken dat zijn product minder gewild is en ook minder opbrengt. Door deze marktwerking kunnen boeren kiezen voor óf nog meer investeren en uitbreiden (wat binnenkort wordt ontmoedigd door de overheid) óf eieren voor hun geld kiezen en stoppen met het bedrijf. De vrijgekomen grond kan dan gebruikt worden voor bijvoorbeeld natuur of waterbeheer (zoals zijgeulen bij hoog water). Door geen pluimveeproducten meer te eten of te gebruiken draag je bij aan het welzijn van het gehouden pluimvee, de wilde vogels en de mens én heeft de natuur in Nederland en Europa de kans om op te bloeien. Win-win!