Door Joost Leuven
Het is nog vroeg in de morgen als ik door de stad loop en langs een visboer kom. Naast zijn kraam, gevuld met vis, is een uitstalbord geplaatst, bedoeld om mensen naar zijn kraam te lokken en hun meteen mede te delen wat er in de aanbieding is. Het bord is ongeveer anderhalve meter groot en heeft de vorm van een lachende vis, met een wit servet om zijn nek. De vis heeft grote sprankelende ogen en op zijn gezicht iets dat lijkt op een glimlach. Met zijn rechtervin houdt de vis een krijtbord vast met onder andere de tekst: “Haring – vers van het mes, 4 voor 5,-”. De vrolijke blik en de mysterieuze glimlach van de vis trekken mijn aandacht. Wat kan hiervan de bedoeling zijn? Wat wil die vis nu eigenlijk zeggen? Wat is zijn boodschap?
De lachende vis met het servet is niet uniek. Men vindt soortgelijke borden of beelden, waarbij dieren, glimlachend en vermomd als consument of verkoper, dierlijke producten helpen verkopen, ook bij slagers, kaasboeren en andere winkels. Dit fenomeen is dan ook al eerder door anderen opgemerkt. Zo begint de Britse socioloog Roger Yates zijn proefschrift over de relatie tussen mensen en dieren met een beschrijving van wat je ziet als je langs de winkel van een slager loopt:
“Outside, perhaps a jolly caricature: maybe a figure of a smiling pig, dressed-as-butcher, holding a meat cleaver. Perhaps a laughing cow, like those on TV advertisements, welcoming customers into the meat store.”
Wat is het doel van de afbeeldingen van vissen met een servet om de hals gebonden en de varkens vermomd als slager? Het dient slechts één doel, aldus de Franse schrijver Roland Barthes, die over de afbeelding van een lachende koe op het menu van een vleesrestaurant schrijft:
“Waarom kijkt deze koe zo vriendelijk toe terwijl de gasten zijn soortgenoten opeten? Zij heeft een functie, namelijk de gast op zijn gemak stellen. De kleinburger wil zijn vlees graag in een gemoedelijke, veilige sfeer kunnen opeten, zonder geplaagd te worden door bloederige beelden uit het slachthuis. De goedige koeienkop moet daar als een soort morele steun in de rug toe bijdragen.”
De lachende dieren met servetten en slagersmessen moeten dus het onbezorgd tafelgenot van de consument garanderen. De glimlach van de vis is een rechtvaardiging voor ons gedrag als consument. We worden er niet graag aan herinnerd dat er een dier, tegen zijn wil, moest worden gedood om ons als voedsel te dienen. Door de glimlach op het gezicht van de vis op het uitstalbord wordt het onrecht en leed dat de dieren wordt aangedaan en de rol van het dier als slachtoffer in het productieproces verhuld.
Dit proces van zelfbedrog gaat echter nog veel verder dan lachende vissen en varkens met slagersmessen. Dagelijks helpen we in onze samenleving een mythe overeind te houden over de herkomst van ons voedsel en over hoe wij dieren behandelen. Via televisiereclames, afbeeldingen op melkpakken, tekenfilms met pratende boerderijdieren, kinderspeelgoed en kinderboeken waarmee kinderen hun eerste woordjes leren (‘boer’, ‘koe’, ‘schaap’, ‘varken’ en ‘kip’) wordt ons een bepaalde werkelijkheid voorgespiegeld, waarin bijvoorbeeld boerderijen idyllische plekken zijn, waar boerengezinnen het land bebouwen en in harmonie samenleven met hun kippen, varkens, schapen, koeien en trouwe herdershond. Dit is de mythe die wij doelbewust in stand houden door het gebruik van eufemismen en verhullend taalgebruik wanneer we praten over hoe onze dieren gehouden en gedood worden. Dit is een werkelijkheid waarin al onze omgang met dieren diervriendelijk is en dieren uiteindelijk niet het slachtoffer zijn van ons handelen.
De producent is zeker niet als enige verantwoordelijk voor het creëren en in stand houden van deze diervriendelijke mythe. Sterker nog, het zou de producent niet eens lukken, als de consument het niet zelf zo graag zou willen. Het is geruststellend voor ons om in de mythe van vriendelijk geproduceerd voedsel te blijven geloven in plaats van de onaangename onvriendelijke realiteit te erkennen. De consument blijft tevreden, zolang het mogelijk is in deze mythe te blijven geloven. De mythe blijft in stand, omdat de producent de werkelijkheid geheim houdt en de consument er verder niet naar vraagt. “Don’t ask, don’t tell”.
Hoewel de mythe dus veel verder reikt dan uitstalborden bij de visboer in de vorm van lachende vissen met servetten, is de lachende vis misschien nog wel het meest duidelijke voorbeeld van hoeveel moeite wij doen om de mythe in stand te houden en de waarheid over de herkomst van ons voedsel voor onszelf te verdoezelen en onze omgang met dieren te rechtvaardigen. Er vindt een rolwisseling plaats waarbij het dier, onder andere door attributen zoals servetten en slagersmessen, niet langer het slachtoffer is, maar een participant wordt en meedoet met het doden, verkopen en consumeren van zijn soortgenoten. Met een glimlach en sprankelende kraalogen sust het visvormige uitstalbord vervolgens het geweten van iedereen die deze mythe even in twijfel trekt. De boodschap van de lachende vis is duidelijk: we doen de dieren niet iets aan door ze te doden en op te eten en het is geheel diervriendelijk wat we met ze doen. Kijk maar eens naar hoe vrolijk die lachende vis bij de visboer jullie wel niet begroet!











